Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets

Metallux Studio

Na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij ook een groot aantal Israëlische burgers is ontvoerd, beginnen Amerikaanse familieleden van hen heel New York vol te hangen met felrode ‘Kidnapped’-posters, om aandacht te vragen voor de situatie van de gegijzelden en het onbeschrijflijke leed dat zo wordt veroorzaakt.

Als de situatie in Gaza ondertussen volledig escaleert, slaat de strijd ook over naar de Amerikaanse stad. Tegenstanders van Israëls meedogenloze militaire campagne beginnen diezelfde posters te verwijderen. Ze beschouwen die als niet meer dan propaganda, om de genocide op weerloze Palestijnse burgers te legitimeren.

Genuanceerd brengt Nimrod Shapira in Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets (75 min.), aan de hand van de gebeurtenissen in Israël en Gaza in de laatste maanden van 2023, de ideologische strijd die ontbrandt op de New Yorkse straten in beeld. Over wie de echte slachtoffers zijn en welke slachtoffers aandacht krijgen.

Shapira bevraagt daarbij ook enkele posterplakkers. De verwijderaars wilden hem niet aan het woord staan. Hun standpunten en zorgen verwerkt hij via televisie-interviews en social media-uitingen alsnog in zijn film. Hij legt die ook voor aan de mensen achter de posters, die er serieus op ingaan. Zo komt het zowaar toch tot een soort conversatie.

Hoe anders gaat het er op straat, online en in de buitenwereld meestal aan toe. ‘The person who tore this poster supports the MURDER, RAPE and MUTILATION of Jews’, schrijft een boze Joodse Amerikaan bijvoorbeeld. Zo ontspoort het debat steeds verder en leidt dit ook tot het namen & shamen, cancelen en doxen van de opponent.

De Joodse schrijfster Nina Mogilnik, die zelf een kind met een autismespectrumstoornis heeft en die daardoor extra werd geraakt door de ontvoering van het twaalfjarige autistische jongetje Noya Dan, besluit uiteindelijk te stoppen met posteren. Ze gaat op zoek naar een manier om de woede en morele verontwaardiging achter zich te laten.

Met een stift schrijft ze ‘you are loved’ op de resten van weggerukte posters. Het is een klein menselijk gebaar, in een volledig gepolariseerd debat, dat allang niet meer alleen in New York op hoge toon wordt gevoerd. Die scherpte zorgt ervoor dat gewone mensen zich aangevallen en onveilig voelen en ervoor kiezen om voortaan hun mond te houden.

Torn maakt dit fundamentele ongemak, aan de hand van een concrete casus, pijnlijk voel- en zichtbaar.

We Are Fugazi From Washington, D.C.

Fugazi

Als nu één groep het punkprincipe Do It Yourself heeft uitgedragen, dan is ‘t Fugazi (1987-2002). De post-hardcoreband uit Washington D.C. deed z’n eigen management, bracht met Dischord Records zelf platen uit en hield bij optredens een open deurbeleid aan: iedereen die opnames wilde maken was welkom. Met deze fanvideo’s, inclusief de bijbehorende flyers en posters, is een heel aardig bandjesfilm te maken, die op z’n Do It Yourselfs ook daadwerkelijk is gemaakt door Joe Gross, Jeff Krulik en Joseph Pattisall: We Are Fugazi From Washington, D.C. (96 min.).

Tussen opwindende uitvoeringen van publieksfavorieten zoals Song #1, Bulldog Front en Waiting Room door geven zij het woord nu eens niet aan de bandleden, maar aan de filmers van dienst. En die hebben destijds, voor of na een show, ook wel eens een interviewtje gedaan. ‘Als ik bakker was, zou ik brood bakken voor mensen die honger hebben’, vertelt Fugazi- en straight edge-boegbeeld Ian MacKaye dan bijvoorbeeld aan Sean Capone, die destijds z’n eigen queerzine runde. ‘Als ik timmerman was, zou ik huizen bouwen voor daklozen. Als muzikant kan ik mensen ondersteunen die dat soort werk doen.’

Want Fugazi was een band met een uitgesproken links gedachtengoed. Voor een concert werden er soms tekstvellen verspreid onder het publiek, zodat iedereen goed meekreeg wat ze te melden hadden. Uit data die fan Carni Klirs heeft gevisualiseerd blijkt bijvoorbeeld ook hoeveel geld de band heeft opgehaald voor goede doelen. Eerst en vooral is dit echter een verzameling dampende live performances, waarbij de band speelt alsof z’n leven ervan afhangt, er nauwelijks een barrière lijkt te bestaan tussen podium en publiek en iedereen die lomp stagedivet direct tot de orde wordt geroepen.

Fugazi had zonder enige twijfel helemaal binnen kunnen lopen, maar weigerde consequent om compromissen te sluiten. En dus bleef ‘t bij zo’n honderd songs, duizend shows en onvergetelijke herinneren. Aan een tijd dat de wereld, de muziekbusiness en het clubcircuit wel zo overzichtelijk waren. Je deugde – of niet.