Poisonings: The Untold Story

Channel 4

Deel het bewijs dat je Novitsjok hebt aangetroffen, zegt de Russische ambassadeur in een speech tegen de Britse politie. En geef ons toegang tot Sergej en Joelia.

‘Nog nooit in mijn carrière – en ik heb zeer veel ervaring in moordonderzoeken – heb ik de verdachte toegang gegeven tot het bewijsmateriaal, de plaats delict en de slachtoffers’, blikt Neil Basu, het bedachtzame hoofd van de Britse anti terrorisme-eenheid, terug in Salisbury Poisonings: The Untold Story (141 min.). ‘Onze reactie was: dacht het niet.’

Samen met collega’s van de Wiltshire-politie, een speciaal onderzoekslaboratorium en het eliteteam chemische oorlogsvoering van het Britse leger staat hij voor de taak om de verantwoordelijken voor de vergiftiging van de overgelopen Russische inlichtingenofficier Sergej Skripal en zijn volwassen dochter Joelia op 4 maart 2018 in te rekenen.

Het duurt niet lang of het dringt tot alle betrokkenen door dat de opdracht voor de moordaanslag moet zijn gegeven in het Kremlin, dat doorgaans bruut afrekent met dubbelagenten. Ze zijn onderdeel geworden van een geheime geopolitieke oorlog. Twee jaar eerder is ook de voormalige KGB-agent Alexander Litvinenko al geliquideerd in Londen.

Deze geladen driedelige serie van Sophie Wright blikt terug op de kille moordaanslag op de Skripals en de zoektocht naar de daders en hun opdrachtgevers met gewone Britten die daarbij ongewild betrokken zijn geraakt: behalve politieagenten gaat het ook om artsen en verpleegkundigen van het ziekenhuis en medewerkers van de lokale gezondheidsdienst.

Vier maanden na de vergiftiging van Sergej Skripal en zijn dochter wordt er opnieuw Novitsjok aangetroffen, bij twee gewone Britse burgers in het nabijgelegen Amesbury. Na de politieman Nick Bailey, die als eerste het huis van de Skripals betrad en daarna ernstig ziek werd, zweven nu ook Charlie Rowley en Dawn Sturgess tussen leven en dood.

Poisonings: The Untold Story belicht de stressvolle situatie volledig vanuit Brits perspectief, gaat het drama daarbij niet uit de weg en plaatst de gebeurtenissen in hun geopolitieke context: de alsmaar toenemende spanningen tussen Poetin en het westen, die begin 2022 definitief zullen escaleren met de Russische inval in Oekraïne.

Stasi FC

Sky

De hegemonie van Dynamo Dresden is Erich Mielke al enige tijd een doorn in het oog. De beruchte baas van de Stasi, de alomtegenwoordige inlichtingendienst van de Duitse Democratische Republiek (DDR), loopt in december 1978 hoogstpersoonlijk de kleedkamer van de grote concurrent binnen. Hij heeft een heldere boodschap: jullie hebben met Dresden je jaren aan de top van de Oberliga nu wel gehad, het is tijd voor een andere kampioen: de Berliner Dynamo FC (BFC), een echte Stasi-club.

Erich Mielke geldt als een cruciale figuur in Oost-Duitsland (1949-1990), de communistische heilstaat die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.  De ene helft van de bevolking rapporteert er als informant aan zijn almachtige veiligheidsdienst over de andere helft – en andersom. Zoals ’t een man met enorme geldingsdrang betaamt, wil Mielke die totale dominantie – net als bijvoorbeeld Silvio BerlusconiPablo Escobar en Benjamin Netanyahu – ook uitdrukken via een succesvolle voetbalclub.

In de boeiende historische documentaire Stasi FC (87 min.) ontleden Daniel GordonArne Birkenstock en Zakaria Rahmani hoe sport in de DDR zo, in de laatste fase van de Koude Oorlog, schaamteloos wordt ingezet voor politieke doeleinden en macht intussen wordt gebruikt om sportieve successen te behalen. Terwijl Dynamo Berlin de kampioenschappen aaneenrijgt in de jaren tachtig – waarbij Mielkes team de scheidsrechters, zacht gezegd, niet tegen heeft – wordt de sportieve concurrentie doelbewust verzwakt.

Exemplarisch is het tragische relaas van Gerd Weber. De middenvelder van BFC’s grote concurrent Dynamo Dresden wordt in 1981 bij een uitwedstrijd in Enschede benaderd of hij samen met twee medespelers wil overlopen naar het westen. Ze bieden hen een contract aan in West-Duitsland, bij FC Köln. De mannen die hem proberen te verleiden tot een overstap blijken in werkelijkheid Stasi-medewerkers te zijn. Weber wordt opgepakt en bestempeld tot verrader. Hij is pas 25, maar zijn voetbalcarrière zit er al op.

Andere spelers die een poging wagen om achter het IJzeren Gordijn vandaan te komen, zoals de BFS-spelers Falko Götz en Dirk Schlegel, worden tot staatsvijand verklaard en op alle mogelijke manieren in verlegenheid gebracht. Het zijn tragische verhalen die eerder al hun weg hebben gevonden naar het boek The People’s Game van de Britse historicus Alan McDougall. Hij plaatst, net als oud-Stasi medewerker Harald Wittstock, alle persoonlijke verwikkelingen nog eens in hun maatschappelijke context.

Terwijl Dynamo Berlin ondertussen met elk volgend kampioenschap meer wordt gehaat, als sportieve representant van een gevreesde politiestaat, dreigt het Oostblok zelf, de alliantie van communistische landen waarvan de DDR deel uitmaakt, ook uit elkaar te vallen. En als de Muur in 1989 daadwerkelijk valt en Oost- en West-Duitsland na verloop van tijd weer worden herenigd, dringt bij al die voetballers pas echt door hoe lang de arm van de Stasi, die staat in een staat, eigenlijk was: tot diep in de kleedkamer.

Stasi FC toont zo wederom aan dat sport een perfecte arena vormt voor het vertellen van een groot maatschappelijk verhaal en de bijbehorende kleine menselijke verhalen.