Pipe Dream

AVROTROS

Hij beschouwde zichzelf ooit als een soort god, zegt ie. Sinds 1990 houdt de Nederlandse kunstenaar Theo Jansen zich al bezig met het maken van ‘strandbeesten’. Terwijl hij, in de openingsscène van dit aan hem gewijde persoonlijke portret, over hen vertelt als ware het levende wezens, is Jansen druk bezig met een soort perpetuum mobile van PVC-buizen dat, eenmaal aangejaagd door de wind, gracieus over het strand schrijdt. ‘Na verloop van tijd werd het steeds duidelijker dat ik meer een slaaf ben dan een god.’

Op ’s mans YouTube-kanaal @strandbeestfilm zijn talloze filmpjes te vinden van Jansens beesten op het Scheveningse strand. Soms lijken ze op rudimentaire vogels of prehistorische skeletten, een andere keer op een reusachtige rups of militaire parade. De meerderheid van zijn creaties mislukt overigens, bekent hij aan het begin van de internationale documentaire Pipe Dream (47 min.). Kunst is voor hem vooral veel spelen. En dan begint het materiaal vanzelf tegen je te praten.

(Zelf)spot is de man daarbij niet vreemd. Jansen realiseert zich dat er een Don Quichot-achtige figuur in hem schuilt. Die kan helemaal opgaan in zijn eigen creaties en wordt door anderen vast regelmatig voor gek versleten. Als hij bezig is met het vervoer van een aantal beesten naar een galerie in het Japanse Osaka, kan Jansen ‘t niet laten om daar dan weer de draak mee te steken. ‘Het is kunst, weet je?’ zegt hij tegen de filmmakers Nikolay Nikolov en Zachary Alfred. Hij laat een korte stilte vallen. ‘Wisten jullie dat niet?’

‘Als ik van mensen af wil zijn, zeg ik meestal dat het kunst is’, vertelt Jansen even later in zijn atelier, nadat hij daar een geïnteresseerde man heeft afgewimpeld. ‘Dan houdt het meestal wel op. Als ik zeg dat het strandbeesten zijn, gaan ze allerlei vragen stellen. Maar als het kunst is, hebben ze medelijden met je.’ Ook hier gaat z’n humor met Jansen op de loop. Zijn werk was al in de hele wereld te zien. Nu staat er ook een tentoonstelling in zijn geboortestad Den Haag op het programma, zijn allereerste in Nederland.

Deze film geeft intussen een alleraardigst inkijkje in de parallelle wereld van Theo Jansen. Zijn strandbeesten lijken uiteindelijk een treffende uiting van ‘s mans ‘irrationeel optimisme’. En hij manifesteert zich zelf als een aimabele paradijsvogel, die helemaal één lijkt te zijn geworden met zijn eigen idee. Jansen wil dan ook dat zijn as wordt uitgestrooid op het strand als hij er niet meer is – en, houdt hij zijn eigen mythe doelbewust in stand, ‘als de beesten hier zelfstandig rondlopen’.

Naomi Osaka

Netflix

Als je toevallig aardig tegen een bal kunt slaan, een jonge vrouw bent en van Aziatische afkomst, dan word je geacht om je te gedragen als rolmodel, ligt er gigantische druk op elke wedstrijd die je speelt en maken ze je ook nog eens wijs dat je een stijlicoon bent. De tennisser Naomi Osaka moet zich, kortom, ontwikkelen tot het merk Naomi Osaka (111 min.). En tussendoor gewoon aardig tegen een bal blijven slaan.

Dat is lastig genoeg. Osaka’s eerste successen worden gevolgd door smadelijke nederlagen en elementaire twijfel. Na een kansloos verlies tijdens de Australian Open van 2020 tegen de vijftienjarige Coco Gauff, die ze eerder nog van de baan had geveegd en daarna publiekelijk getroost, loopt Osaka bijvoorbeeld met haar ziel onder haar arm door het holst van de nacht. ‘Ik wandel maar, want slapen kan ik niet’, vertelt ze in deze driedelige serie van Garrett Bradley (Time) aan haar eigen smartphone. ‘En dan word ik gek. Want slapen zit er echt niet in.’

Als vlak daarna haar mentor, oud-topbasketballer Kobe Bryant, omkomt bij een helikoptercrash, stevent Naomi Osaka in dit serene portret af op een soort catharsis. Wie is zij eigenlijk, als dochter van een Japanse vrouw en een zwarte Haïtiaanse vader? Japans of Amerikaans? Aziatisch of zwart? En: een ster die netjes binnen de lijnen kleurt of toch een jonge vrouw die zich uit durft te spreken over de wereld om haar heen? ‘Wat ben ik als ik geen goede tennisser ben?’, heeft de jonge topsporter, die zich kwetsbaar durft op te stellen voor Bradleys camera, zich eerder al afgevraagd.

De dood van George Floyd fungeert uiteindelijk als vliegwiel in deze gestileerde productie: Osaka zegt een belangrijke wedstrijd af om te kunnen deelnemen aan een Black Lives Matters-demonstratie en begint bij de US Open van 2020 bovendien mondkapjes met de namen van zwarte slachtoffers te dragen: Breonna Taylor, Elijah McClain, Ahmaud Arbery, Trayvon Martin… Ze heeft er zeven: genoeg voor elke ronde, inclusief de finale. Waarna Naomi Osaka in de laatste akte van de vertelling – zoals dat gaat in dit soort moderne heldenfilms – natuurlijk ook weer aardig tegen een bal begint te slaan.