Nomadenland

Human

Na Jessica Bruders boek Nomadland (2017), de gelijknamige Oscar-winnende film van enkele jaren later en de recente documentaire Nomad Solitude (2023) van de Belgische filmmaker Sebastien Wielemans is er nu een Nederlandse docu over mensen die vanuit hun auto, bus of camper leven.

Op een parkeerplaats in het Groningse Kardinge maakt Tom Tieman in de korte film Nomadenland (15 min.) een rondje langs enkele Nederlanders die daar zijn neergestreken met hun mobiele huis. Zij hebben, al dan niet door nood ingegeven, gekozen voor het camperleven. In de kantlijn van het huisje-boompje-beestje bestaan is zo een parallelle samenleving ontstaan

De één heeft z’n leven helemaal omgegooid na een periode van ernstige ziekte, een ander kan of wil zich geen koop- of huurhuis veroorloven. Wat de bezwaren ook zijn – principieel, praktisch of financieel – campers kunnen een heel aardig alternatief vormen. Op veel plekken zijn ze alleen helemaal niet welkom. Binnen de kortste keren belt iemand uit de directe omgeving de politie.

Want het aantal campers in Nederland mag dan bijna verdubbeld zijn sinds de Coronacrisis, (semi-)permanent wonen in zo’n mobiel huis mag helemaal niet. Ook een groot deel van de vaderlandse bevolking vindt daar overigens wat van. Wonen in een camper gaat gepaard met allerlei (voor)oordelen: dat je niet past in de hedendaagse samenleving of gewoon een mislukkeling bent.

Één van de belangrijkste sprekers in dit aardige groepsportretje, een 79-jarige man die na zijn scheiding in geldnood kwam, wil dan ook niet herkenbaar in beeld. Ook om problemen met de verzekering te voorkomen. Want daar willen ze dat hij zich netjes aan de regeltjes houdt. Anderen durven – of willen – juist wel uitkomen voor hun camper. Omdat een ander leven volgens hen mogelijk moet zijn.

Zelfs in spruitjesland.

And The King Said, What A Fantastic Machine

September Film

Dit overrompelende filmessay van Axel Danielson en Maximilien van Aertryck ontleent zijn naam aan een treffende anekdote over de Britse koning Edward VII: And The King Said, What A Fantastic Machine (88 min.). Edward liet in 1901 zijn kroning vereeuwigen door de vermaarde cineast George Méliés (1861-1938). Deze registratie, in werkelijkheid opgenomen in een studio met Franse acteurs en figuranten, ging nog dezelfde dag in première in Engeland. De vorst was dolenthousiast over de gebruikte camera: ‘Die is zelfs in staat om delen van de ceremonie vast te leggen die nooit hebben plaatsgevonden.’

Inmiddels zijn we ruim 120 jaar verder en is diezelfde ‘machine’ met geen mogelijkheid meer weg te denken uit ons leven. Eerst leverde die zijn geheel eigen weerspiegeling van de werkelijkheid in de bioscoop, daarna ook thuis op televisie en sinds het begin van de 21e eeuw en de opkomst van het internet en sociale media letterlijk overal. Er valt nauwelijks meer te ontkomen aan wat de camera, en de beelden die deze produceert, teweeg brengt. De lens als pak ‘m beet lakei, waarheidszoeker, meesterverkoper, gluurder, grote gelijkmaker en bedrieger – en wij als zijn slaaf, vastgeketend aan een televisie, beeldscherm of smartphone.

Danielson en Van Aertryck gaan eerst terug naar de uitvinding van de fotografie en film, belichten daarna hoe die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog een geducht wapen voor propagandisten werd – filmmaakster Leni Riefenstahl kijkt op latere leeftijd nog altijd verlekkerd naar de majestueuze beelden die ze ooit van Hitlers Derde Rijk liet maken – en laten vervolgens zien hoe audiovisuele media tevens een essentiële rol speelden bij het erkennen van de navolgende genocide. Cameramensen kregen de opdracht om de gruwelen van de vernietigingskampen zo expliciet mogelijk vast te leggen. Zodat ontkennen onmogelijk zou zijn.

Met onthullende, grappige en schokkende fragmenten uit alle hoeken en gaten van de beeldgeschiedenis zwieren de Zweedse filmmakers vervolgens via thema’s als perspectief, framing en image naar het heden, waarin elke aardbewoner dagelijks een beeldenbombardement moet zien te overleven. En dan helpt het als je visueel geletterd bent. Want die camera beïnvloedt alles, betogen Danielson en Van Aertryck. Óók – of júist – hoe we naar onszelf kijken. Dit wordt treffend aangetoond met een fragment van enkele Papoea-mannen die voor het eerst een foto van zichzelf onder ogen krijgen. Eerst begrijpen ze niet wat ze zien, daarna blijven ze maar naar zichzelf turen.

And The King Said, What A Fantastic Machine is echter zeker niet alleen een Adam Curtis-achtige geschiedenisles, maar werkt tevens als ongenadige spiegel van deze tijd. Een influencer haalt bijvoorbeeld halsbrekende capriolen uit om gefotografeerd te worden op een wolkenkrabber. De grote emoties die loskomen door de trailer van een nieuwe Star Wars-film. Een chimpansee die ontspannen langs foto’s van zichzelf scrollt op een smartphone. De live-stream van een gamer die viral gaat als hij in slaap sukkelt. En, natuurlijk de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, die waarschijnlijk ondenkbaar was geweest zonder mobieltjes, selfies en social media-accounts.

Het is de naargeestige climax van een verpletterende film, die je hele generaties, van jong tot oud, als een verplicht college mediawijsheid in de maag zou willen splitsen. Zodat eenieder zich staande kan houden in een wereld, die wordt gedomineerd door camera’s.