Based On A True Story

Walter Stokman / Kassander Films

Op 27 maart 1973, halverwege de documentaire Based On A True Story (71 min.), krijgt het liefdesverhaal van John Wojtowicz en Liz Eden een dramatische wending. Een klein jaar eerder, in augustus 1972, heeft Wojtowicz, samen met z’n kompanen Sal en Robert, het Chase Manhattan Bank-filiaal in New York beroofd. Deze overval vormde het uitgangspunt voor Sidney Lumets Oscar-winnende film Dog Day Afternoon (1975), waarin Al Pacino excelleerde als de onnavolgbare Wojtowicz.

Zo’n dertig jaar later wil de Nederlandse filmmaker Walter Stokman de man zelf aan het woord laten over die ene onbezonnen actie, waarmee hij wereldnieuws werd en die hem ook een gevangenisstraf heeft bezorgd. Wojtowicz is alleen nogal een typisch heerschap. Als Stokman hem belt, krijgt hij eerst ‘zijn zoon’ aan de lijn. Z’n ‘vader’ John is alleen tussen middernacht en zes uur ’s ochtends bereikbaar, waarschuwt die. Hij hangt bovendien op als ie niet meteen het afgesproken wachtwoord hoort: The Dog.

Zo komt een serie intrigerende telefoongesprekken op gang tussen de documentairemaker en zijn beoogde hoofdpersoon, die bizarre ontboezemingen paart aan onmogelijke (financiële) eisen. Terwijl hij tot filmafspraken probeert te komen met John Wojtowicz, spreekt Stokman alvast met zijn ex-vrouw Carmen, slachtoffers van de overval, politiemensen en regisseur Sidney Lumet en scenarioschrijver Frank Pearson, de verantwoordelijken voor de speelfilmversie van Wojtowicz’s wanhoopsdaad.

Naar verluidt wilde hij met de opbrengst van de bankberoving, die uitliep op een chaotische gijzeling, een geslachtsveranderende operatie financieren voor zijn vriend Ernie Aaron, ofwel Liz Eden. Of dat ook werkelijk z’n bedoeling was? Feit en fictie lopen continu door elkaar heen in de wereld van John Wojtowicz. Aan Walter Stokman de schone taak om het kaf van het koren te scheiden in deze film, die ook de waarheid van de filmversie van de gebeurtenissen afzet tegen wat er werkelijk is gebeurd.

Want ook Pearson heeft zich vrijheden gepermitteerd, die vervolgens direct hun weerslag hadden op het leven van de man waarop hij zijn belangrijkste personage baseerde. Laverend tussen al deze versies van de waarheid probeert Stokman, die zijn belevenissen met de onberekenbare Wojtowicz inkadert met een persoonlijke voice-over, de bankoveral in z’n context te plaatsen en intussen zijn eigen film tot een goed einde te brengen. Beide missies lopen samen op en worden succesvol afgerond.

En dan wordt het dus, halverwege Based On A True Story, 27 maart 1973, de dag waarop Ernie definitief Liz wordt. ‘Daarna heb ik haar nooit meer gezien’, vertelt Wojtowicz. Ze kwam naar de gevangenis en zei: m’n dokter en iedereen die ik ken raadt contact met je af.’ Sindsdien is er geen contact meer tussen de man en de vrouw voor wie hij een bank overviel.

In 2013 verscheen er overigens nóg een documentaire over John Wojtowicz: The Dog. Of hij daarin ongebreideld zijn eigen waarheid kan ventileren….

I Knew It Was You: Rediscovering John Cazale

HBO

Voor cinefielen is het waarschijnlijk een appeltje-eitje: wie speelde in slechts vijf speelfilms, die wel stuk voor stuk werden genomineerd voor de Oscar voor beste film? John Cazale, natuurlijk. In slechts zeven jaar nam de man prachtige bijrollen in The Godfather I en II, The Conversation, Dog Day Afternoon en The Deer Hunter voor zijn rekening. En toen begon plotseling, véél te vroeg, de aftiteling te lopen.

De Amerikaanse acteur stierf op 13 maart 1978, op slechts 42-jarige leeftijd, aan de gevolgen van longkanker, maar zou via zijn gedenkwaardige filmpersonages – Fredo Corleone, de schlemielige oudere broer van Al Pacino’s Godfather, in het bijzonder – gewoon blijven voortleven. Zijn getormenteerde gelaat, priemende ogen en wijkende haarlijn hadden zich allang in het collectieve bewustzijn geëtst.

In I Knew It Was You: Rediscovering John Cazale (40 min.) uit 2009 probeert Richard Shepard vat te krijgen op de jong overleden karakteracteur, die zelf nooit een Oscar in de wacht zou slepen. De titel van deze krachtige korte documentaire refereert overigens aan een klassieke scène uit de tweede Godfather-film, als maffiabaas Michael Corleone z’n broer Fredo op de mond kust en te verstaan geeft dat hij weet dat die hem wilde laten vermoorden. ‘Je brak mijn hart.’

Vóórdat hij in de jaren zeventig in Hollywood naam maakte als ultieme loser, zenuwpees en/of linkmiegel had John Cazale zich al in de kijker gespeeld in het theater. Hij zou bijvoorbeeld in tien stukken spelen van de toneelschrijver Israel Horovitz, die nog altijd zweert bij ‘s mans intensiteit en tragiek. Verder steken collega’s zoals Al Pacino, Robert De Niro, Gene Hackman, Philip Seymour Hoffman en Steve Buscemi, aan de hand van concrete filmfragmenten, de loftrompet over hun begenadigde vakbroeder.

Nadat John Cazale heeft gefloreerd onder de hoede van de filmmakers Francis Ford Coppola en Sidney Lumet, die ook allebei hun steentje bijdragen aan deze ode, kan hij nog ternauwernood een bijdrage leveren aan Michael Cimino’s The Deer Hunter (1978). Cazale is dan al ernstig ziek en dreigt zelfs uit de cast verwijderd te worden, uit angst dat hij tijdens de opnames alsnog de pijp aan Maarten moet geven. Hoofdrolspeler Robert de Niro stelt zich daarom garant voor de verzekeringspremie.

Cazale, van wie geen interviews bewaard lijken te zijn gebleven, weet dan al dat het einde nadert. Tussen de opnames wordt hij verzorgd door zijn geliefde, de actrice Meryl Streep, op wie hij halsoverkop verliefd raakte toen ze samen in het theaterstuk Measure For Measure speelden. Zij zal hem – uiterst liefdevol, volgens Al Pacino en Cazales broer Steve – naar een veel te vroege dood begeleiden. John Cazale sterft voordat The Deer Hunter, een film die uiteindelijk vijf Oscars zal grijpen, is afgerond.

Sindsdien leeft hij voort als één van de meest karakteristieke gezichten van een tijd, waarin eigengereide filmmakers de macht grepen in Hollywood en hij samen met de grootste acteurs van zijn generatie kon gloriëren.

A Decade Under The Influence

IFC

Voor Easy Riders, Raging Bulls: How The Sex, Drugs And Rock ‘N’ Roll Generation Saved Hollywood, een verfilming van Peter Biskinds smeuïge boek over hoe een nieuwe lichting makers de Amerikaanse filmindustrie overnam in de jaren zeventig, moest documentairemaker Kenneth Bowser ‘t in 2003 doen zonder de beeldbepalende regisseurs Francis Ford Coppola (The Godfather/The Conversation), Martin Scorsese (Mean Streets/Taxi Driver), William Friedkin (The French Connection/The Exorcist) en Robert Altman (M*A*S*H/McCabe & Mrs. Miller).

In een andere documentaire uit datzelfde jaar over precies hetzelfde thema, A Decade Under The Influence (110 min.) van Ted Demme en Richard LaGravenese, lieten deze filmmakers zich wél interviewen. Probeerden ze zo wraak te nemen op Peter Biskind, die hun bijdragen aan zijn spraakmakende boek uit hun verband zou hebben getrokken en verminkt? Tegelijkertijd participeerden hun collega’s Arthur Penn (Bonnie And Clyde), Dennis Hopper (Easy Rider), Peter Bogdanovich (The Last Picture Show) en Paul Schrader (scenarist Taxi Driver) in beide films.

Heel veel verschil is er uiteindelijk niet tussen de twee producties over New Hollywood. Deze docu is wellicht wat smakelijker gemonteerd, maar in essentie bestaan de films uit een vergelijkbare combinatie van speelfilmfragmenten en herinneringen van direct betrokkenen. In deze productie zijn bijvoorbeeld de filmmakers Sydney Pollack (They Shoot Horses, Don’t They?), Sidney Lumet (Dog Day Afternoon), Milos Forman (One Flew Over The Cuckoo’s Nest) en John G. Avildsen (Rocky) en acteurs zoals Pam Grier, Jon Voight, Roy Scheider, Julie Christie en Bruce Dern vertegenwoordigd.

Met krasse anekdotes, meningen en bespiegelingen roepen zij het tijdperk op waarin de traditionele cinema een fikse opdoffer kreeg van een nieuwe tegendraadse generatie. Die wilde op de golven van de swingin’ sixties, gefrustreerd door de Vietnam-oorlog en aangejaagd door nieuwe maatschappelijke verhoudingen actuele, relevante en scherpe kunst maken en kreeg enkele jaren min of meer de vrije hand, met allerlei klassieke films (en excessen) tot gevolg. Totdat Hollywood ontdekte dat met escapistische kaskrakers zoals Jaws en Star Wars veel meer kon worden verdiend. 

‘Geef het volk brood en spelen’, zegt Peter Bogdanovich daarover berustend. ‘Mensen houden nu eenmaal van ontsnappen uit het dagelijks leven. Je kreeg mijn moeder ook nooit naar een trieste film. “Daar ga ik niet naartoe”, zei ze dan. “Ik heb al genoeg problemen van mezelf.”’ Mensen zoals zij zouden in de navolgende decennia op hun wenken worden bediend door Hollywood, dat de kassa liet rinkelen met een eindeloze stroom publieksfilms, sequels en franchises. Waarvan de honden dan soms weer geen brood lustten.