Raising A School Shooter

Na zedendelinquenten (Pervert Park, 2014) en ouders die (mede)schuldig zijn aan de dood van hun kind (Death Of A Child, 2017) rondt het Deense echtpaar Frida en Lasse Barkfors z’n trilogie over sociale stigma’s af met alweer een hartbrekende film: Raising A School Shooter (69 min.).

Op 20 april 1999 richtte Sue Klebolds zeventienjarige zoon Dylan samen met klasgenoot Eric Harris een bloedbad aan op de Columbine High School in Colorado. ‘Ze hadden de bedoeling om iedereen op school te doden en de school zelf te verwoesten’, zegt Sue. ‘En als ik ergens in dit proces iets van dankbaarheid kan voelen, dan is het over het feit dat dat is mislukt.’ Dylan en Eric doodden uiteindelijk twaalf studenten en een leraar. En meer dan twintig mensen raakten gewond voordat het dodelijke tweetal de hand aan zichzelf sloeg.

Andy, de vijftienjarige zoon van Jeff Williams, trok op 5 maart 2001 een spoor van vernieling door de Santa Fe High School in Californië. Hij liet twee doden, dertien gewonden en een ontredderde vader achter. Met al even snode plannen betrad Clarence Elliots zestienjarige zoon Nicholas op 16 december 1988 de Atlantic Shores Christian School in Virginia. Hij droeg drie brandbommen, een semiautomatisch pistool en tweehonderd kogels bij zich. Zo bezien bleef de schade beperkt: een dode en een gewonde leraar. En een jongen die voor de rest van zijn leven de gevangenis inging.

De daden van hun kinderen werden de ouders zwaar aangerekend. Natuurlijk. Want zo gaat dat: ook voor ogenschijnlijk irrationele daden zoeken we rationele redenen. De opvoeding, daaraan moest het dus wel liggen. En daarmee moesten zij, ouders die de ellende ook op geen enkele manier aan hadden zien komen, maar zien te dealen. Naast het rouwproces dat ze sowieso al doormaakten: ontkenning, teleurstelling, onbegrip, schuldgevoelens, woede en acceptatie.

Die komen in deze stemmige vertelling stuk voor stuk uitgebreid ter sprake en worden door Frida en Lasse Barkfors gepaard aan intieme beelden van het huidige bestaan van hun protagonisten, die nog altijd dagelijks het gewicht met zich meetorsen van de onbegrijpelijke daden van hun kind. Dat vraagt immens veel van een mens. Zoals Sue Klebold het naar haar zoon Dylan verwoordde tijdens diens uitvaart: help het me begrijpen! ‘En dat is inderdaad de missie van mijn leven geworden.’

Bowling For Columbine


Als de gratuite oproepen om stringentere wetgeving, betere beveiliging of devote ‘gedachten en gebeden’ na een Amerikaanse school shooting alweer zijn verstomd, blijft mijn hoofd steevast beelden produceren uit Bowling For Columbine (119 min), de ultieme documentaire over schietpartijen op Amerikaanse scholen. In de nasleep van Parkland in Florida, waarbij een eenzame schutter afgelopen week zeventien dodelijke slachtoffers maakte, is deze klassieker, die zowel een Oscar als een prijs op het filmfestival van Cannes won, helaas weer bijzonder actueel.

In de film uit 2002 buigt ’s werelds bekendste documentairemaker Michael Moore, een man die als geen ander een groot publiek weet te vinden met zijn werk (al lijkt de échte scherpte er sinds Fahrenheit 9/11, zijn schotschrift tegen de Amerikaanse aanval op Irak in 2003, ook wel een beetje vanaf), zich over de school shooting die een blauwdruk lijkt te zijn geworden voor zowat alle navolgende schietpartijen: het bloedbad dat Eric Harris en Dylan Klebold, gefrustreerde tieners die sindsdien een naargeestige cultstatus hebben gekregen, in 1999 aanrichtten op de middelbare school Columbine High in Colorado.

Moore, die zelf lang lid was van de National Rifle Association (NRA), legt een direct verband tussen de wandaden van het duo Harris en Klebold, het Amerikaanse wapenbezit en de angstcultuur die in de Verenigde Staten, door zowel politiek als media, voortdurend wordt aangewakkerd. Daarbij gaat hij bepaald niet subtiel te werk. Typisch Amerikaans, zou je kunnen zeggen. Hij hamert zijn boodschap erin, met de nodige korte bochten, voor de camera uitgelokte conflicten, dik aangezet sentiment en veel, heel veel humor. Een smakelijk opgediende, sterk vereenvoudigde versie van de werkelijkheid, die er ook bij niet-documentaireliefhebbers ingaat als koek.

Want, even voor de zekerheid: je krijgt echt niet direct een geweer mee naar huis als je een rekening opent bij de North Country Bank. En nee, de beelden van NRA-voorman Charlton Heston, die beweert dat hij zijn recht op een wapen nooit zal opgeven (‘from my cold dead hands’), werden niet in de eerste dagen na ‘Columbine’ gemaakt. En ja, als je goed kijkt, zie je dat de daverende slotscène waarin de gewezen Hollywood-ster Heston met de staart tussen de benen afdruipt na een interview met Moore wel erg slinks is gemonteerd, zodat de impact ervan wordt gemaximaliseerd.

Het zijn nuanceringen die vrijwel altijd opduiken na de pamfletistische films van Michael Moore, die zijn punt koste wat het kost wil maken, desnoods ten koste van (een deel van) de waarheid. Toch staat de centrale boodschap van Bowling For Columbine, een echte publieksfilm met veel tempo en schwung, ruim vijftien na release nog steeds fier overeind: Amerika’s verwrongen relatie met wapenbezit en zelfverdediging zorgt voor een eindeloze stroom geweldsuitbarstingen die een westerse democratie volstrekt onwaardig zijn.

En terwijl de nabestaanden wanhopig roepen om concrete stappen waarmee toekomstige slachtoffers kunnen worden voorkomen, proberen politici, die door de NRA in het zadel zijn geholpen (je zou ook kunnen zeggen: zijn om- of afgekocht), net zolang tijd te winnen, totdat de (media)aandacht weer is verslapt. Voor de echte hardliners geldt echter ook in dit geval dat de aanval de beste verdediging is. Zij pleiten gewoon voor nóg meer wapens. ‘The only thing that stops a bad guy with a gun’, beweert de huidige NRA-president Wayne LaPierre bijvoorbeeld met droge ogen, ‘is a a good guy with a gun.’