Staat Van Verzorging

VPRO

Zij woont op Caeciliastraat 45a in Leiden, hij op 43a. Hun levens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Zij, mevrouw Versteegen (65), verleent mantelzorg aan hem, meneer Neuteboom (89).

Hij wil absoluut niet naar een bejaardentehuis. Dan is ie naar zijn stellige overtuiging binnen veertien dagen dood. En dus heeft zij, na veertig jaar werken als werkster, inmiddels een dagtaak aan de dagelijkse zorg voor haar hoogbejaarde onderbuurman. Ze regelt ook een stok en looprek bij de kruisvereniging, plakt de banden van zijn rolstoel en blijkt zelfs bereid om samen met hem in een woning te trekken – ook om op de huurkosten te besparen.

In de Nederlandse documentaireklassieker Staat Van Verzorging (59 min.) van het duo Maarten Schmidt en Thomas Doebele uit 1987 worden de twee buren gevolgd terwijl ze samen het hoofd boven water proberen te houden en tegelijk een rondgang maken langs allerlei instanties, om steun of voorzieningen te verkrijgen. De broze charmeur op leeftijd en zijn jongere en ogenschijnlijk zeer onbaatzuchtige mantelzorger ogen als een geoliede machine.

Gaandeweg blijkt echter dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is tussen de twee buurtjes, die meteen de erbarmelijke stand van zaken in de Nederlandse verzorgingsstaat van de jaren tachtig representeren. Gewone mensen zoals zij proberen het leven te nemen zoals het komt. Zij, de archetypische oma met een hoofddoekje. En hij, de versleten man die wel eens een sigaartje te veel rookt en vast een leven lang roofbouw heeft gepleegd op zijn lijf.

De twee willen een andere woning, maar ervaren aan den lijve dat je in gelul, zoals het eikenhouten PvdA-icoon Jan Schaefer al zo treffend stelde, inderdaad niet kunt wonen. En in het NOS Journaal wordt hen, vanwege de Kernramp bij Tsjernobyl, ook nog eens afgeraden om spinazie te eten. Zo roept deze observerende film zonder opsmuk, alleen een stemmige soundtrack, een bedompt en grijsgrauw land op, dat van de ene naar de andere crisis strompelt.

Toen geluk nog vooral heel gewoon… leek.

Klantreis

Newton Film

Aan het begin van de Klantreis Inburgering van de gemeente Breda hebben de Somalische zussen Fotoon en Khulud Alsomali, gevlucht vanuit Saudi-Arabië, en de Syrische familie Barakat geen idee van waar die trip hen zal brengen. Als nieuwkomers in Nederland zijn deze statushouders voor hun inburgering vrijwel volledig aangewezen op de gemeente. En de reis begint, min of meer dan, bij de Vogeltjesdans, een hilarische scène in een woonzorgcentrum. Iedereen doet mee. Dus zij ook.

Documentairemaker Ton van Zantvoort volgt van dichtbij hun Klantreis (85 min.) door regel(tjes)land Nederland, waarin ze bij de hand worden genomen door talloze professionals en soms waarschijnlijk toch het gevoel krijgen dat ze aan hun lot zijn overgelaten. Want onderweg worden de nieuwkomers werkelijk doodgegooid met ge- en verboden. Wat mag er wél en – vooral – wat niet. ‘Dat is heel belangrijk.’ Of, zoals een gevatte medewerker van de gemeente Breda ’t treffend uitdrukt: ‘Je wordt één groot excelbestand.’

Als ze een woning krijgen aangeboden, zorgt dit bij de jonge zussen Alsomali voor blijdschap. De familie Barakat wil het huis in eerste instantie echter weigeren. Te klein voor zo’n groot gezin. Erg veel keus hebben ze alleen niet. En daarmee lijkt de toon gezet voor het vervolg: Fotoon en Khulud gaan alles wat er op hun pad komt ogenschijnlijk vol goede moed aan, terwijl de blikken van de Syrische nieuwkomers met elke nieuwe brief en elk nieuw gesprek, gevoerd met behulp van een tolk of vertaalapp, alsmaar wanhopiger worden.

Van Zantvoort zet de twee casussen steeds tegenover elkaar. De Somalische zussen als voorbeeld van nieuwelingen die snel hun weg weten te vinden door het bureaucratische doolhof dat, vaak met de beste bedoelingen, rondom hen wordt opgetrokken. En hun Syrische lotgenoten die er hopeloos in verdwalen en vervolgens in conflict komen met de instanties en elkaar. Voor hen blijft die Nederlandse samenleving en de ‘kernwaarden’ die daarbinnen gelden een ver van hun bed-show. Alleen staat hun bed tegenwoordig wel degelijk in die show.

En die wordt gerund door casemanagers, klantregisseurs en budgetcoaches. Zij kunnen weliswaar zorgen voor inrichtingskrediet, buddy’s en een uitkering, maar bepalen ook de route van de klantreis, langs niveautoetsen, taallessen en allerlei andere hoepels om doorheen te springen. Het is een buitengewoon taai proces, dat in deze observerende film afwisselend op het gemoed en de lachspieren werkt. Tegelijkertijd stemt die lange weg ook tot nadenken: hoe reëel is ‘t dat nieuwkomers kunnen aarden in een wereld die hen soms volkomen vreemd lijkt?

Als Klantreis na een kleine anderhalf uur – en zo’n twee jaar inburgeren – wordt afgerond, is er echt wel wat bereikt, maar valt er ook nog héél veel te wensen. Het doorzettingsvermogen van Fotoon en Khulud heeft hen redelijk op koers gehouden voor het leven in vrijheid dat ze nastreven, maar de Barakats hebben nog een lange weg te gaan om volledig onderdeel te worden van Nederland en intussen, dat maakt deze film pijnlijk duidelijk, ook de familie bij elkaar te houden.