What Will I Become?

Deep Dive Films / Taskovski Films

De cijfers liggen er niet om: iets meer dan vijftig procent van de Amerikaanse jongeren die in transitie gaan van meisje naar jongen proberen volgens onderzoek op enig moment een einde aan hun leven te maken. Lexie Bean en Logan Rozos overleefden zelf ooit zo’n poging tot zelfdoding en exploreren de achterliggende problematiek nu in de documentaire What Will I Become? (88 min.).

Daarvoor verdiepen ze zich in twee transmannen die hun leven wél beëindigden. Van Blake Brockington (1996-2015) is een interview uit 2013 bewaard gebleven. Daarin vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en leven. Een jaar later zal Blake als eerste transpersoon worden gekozen tot Homecoming King op zijn middelbare school in North Carolina. Die uitverkiezing zorgt natuurlijk ook voor heel veel negatieve reacties. Zeker online krijgt de Afro-Amerikaanse tiener, die vervolgens muziekeducatie gaat studeren aan de universiteit van Charlotte, ’t zwaar te verduren.

In San Diego, Californië, spreken Bean en Rozos met de ouders van Kyler Prescott (2000-2015), een tiener die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, last heeft van depressies en worstelt met genderdysforie. ‘Ik wist eerst niet of dat een idee was wat in Kylers hoofd was beland of dat het echt van binnenuit kwam’, vertelt zijn vader Carl. ‘Uiteindelijk ontdekten we echter dat het echt in hem zat en authentiek was. Vanaf dat moment stonden we honderd procent achter hem.’ Bij therapeuten en zorgmedewerkers vindt Kyler echter niet altijd zulke erkenning.

Dat blijkt een constante in de verhalen die de twee filmmakers tijdens hun reconstructie van de levens van Blake en Kyler bij familie, vrienden, lotgenoten en vertegenwoordigers van de LHBTIQ+-gemeenschap ophalen: het onbegrip en de vijandigheid waarmee zij in de buitenwereld worden geconfronteerd, kunnen een sowieso al héél ingewikkeld proces ernstig compliceren. Ze voelen zich lang niet altijd gesteund door de professionals waarbij ze hulp zoeken. Die komen overigens niet aan het woord in deze documentaire. Zij hadden vast inzicht kunnen geven in hun motieven.

Bean en Rozos maken van hun film liever een ‘safe space’ voor de LHBTIQ+-gemeenschap. Ze verbeelden het gevoelsleven van hun hoofdpersonen met fraaie animaties, laten een gedicht van Kyler vertolken door queerartiesten en vragen vrienden en transmuzikanten om Blake’s favoriete nummer You Are My Sunshine uit te voeren. Verder spreken ze met een kunstenaar die speciale ‘gender expansive life wearable art’ maakt, besteden ze aandacht aan de telefonische hulpdienst Trans Lifeline en sluiten ze aan bij een wandelclub voor oudere transmannen.

Dat laatste voorbeeld is duidelijk ook bedoeld als hart onder de riem: een transitie kan wel degelijk leiden tot een bevredigend leven als volwassene. Die boodschap helpt wellicht bij het lastige pad dat veel transjongens nog moeten bewandelen. Het blijft desondanks een schrale troost voor de directe omgeving van tieners die de weg uit het leven hebben gekozen. Hoeveel respect ze wellicht ook hebben voor hun keuze, die zorgt bij familie en vrienden onvermijdelijk voor schuldgevoelens. Hebben ze hun kind, vriend of familielid wel voldoende ondersteund?

Zo heeft het huwelijk van Kylers ouders Carl en Katharine hun rouwproces bijvoorbeeld niet overleefd. Wellicht geeft het kleine monumentje dat in What Will I Become? wordt opgericht voor hun kind en z’n lotgenoot Blake – en het pleidooi dat daarvan uitgaat om de vraag en zorgen van transjongeren vooral serieus te nemen – hen een héél klein beetje gemoedsrust.

AIDS: The Unheard Tapes

BBC / Videoland

Zowel de Britse mannen die de AIDS-crisis van jaren tachtig en negentig overleefden als degenen die in deze traumatische periode voor de internationale homogemeenschap overleden, komen aan het woord in de driedelige docuserie AIDS: The Unheard Tapes (158 min.) van regisseur Mark Henderson.

Dat zit zo: audio-opnamen van gesprekken met enkele slachtoffers zijn achteraf geplaybackt door acteurs, een huzarenstukje dat eerder bijvoorbeeld ook al werd geleverd in de Nederlandse documentaire Moeders en de fascinerende miniserie The Enfield Poltergeist. En dit werkt, in combinatie met archiefbeelden uit de donkerste dagen van de crisis en interviews met artsen, verplegers, onderzoekers, vrijwilligers van de hulplijn London Gay Switchboard en vertegenwoordigers van de belangenvereniging Terrence Higgins Trust (vernoemd naar de eerste Britse AIDS-dode), echt wonderwel.

De persoonlijke getuigenissen van deze jonge mannen – over hun leven vóór het HIV-virus, de impact van de gevreesde diagnose en de jaren die hen daarna nog resten – zijn veertig jaar later nog altijd onontkoombaar. Zij moeten proberen te overleven in een wereld waarin de homopest ‘een straf die de mensheid werd opgelegd door een razende God’ wordt genoemd. ‘I’d shoot my son if he had AIDS’, laat een predikant zelfs optekenen in de krant. ‘In 1991 zijn er een miljoen AIDS-gevallen’, licht hij toe in een televisieprogramma. ‘Rond 2025 is onze samenleving misschien ten onder gegaan.’

Een soortgelijke attitude wordt ook uitgedragen door de regering van Margaret Thatcher die, net als haar Amerikaanse collega Ronald Reagan, consequent weigert om de ‘gay plague’ serieus te nemen. Pas als duidelijk wordt dat niet alleen homo’s ten prooi vallen aan het dodelijke virus, gaat de Tory-regering overstag. Het voorlichtingsfilmpje ‘Don’t die of ignorance’ werkt echter averechts en wakkert de aversie tegen al wat afwijkt van de heteronorm alleen maar aan. Dan is de Britse prinses Diana effectiever: als zij een AIDS-patiënt de hand schudt, wordt dat daadwerkelijk als een keerpunt beschouwd.

Zo loopt AIDS: The Unheard Tapes nauwgezet de gehele Britse HIV-geschiedenis door. Totdat er, met twee stappen vooruit en één terug, een succesvolle behandeling wordt gevonden. De serie bewandelt daarmee hetzelfde terrein als Amerikaanse producties zoals How To Survive A Plague5B en Cashing Out en de Nederlandse podcast En Niemand Bleef Onaangeraakt, maar zet eigen accenten, zoals bijvoorbeeld de aandacht voor de latere populariteit van ecstacy binnen de Britse gayscene, dé manier om stoom af te blazen na een inktzwarte periode waarin alles op het spel staat.

Een Goede Moeder

Tangerine Tree / KRO-NCRV

Achter de roze wolk komt een grijze of zelfs zwarte wolk tevoorschijn. Het moederschap, vaak lang naar uitgekeken en al even vaak totaal geïdealiseerd, valt sommige ouders gewoon zwaar. Als een klamme deken die hen elke vorm van lucht ontneemt. Ze mogen ’t er alleen niet over hebben. Want: Je. Moet. Gelukkig. Zijn. En: Je. Kind. Is. Geweldig. Een burn-out is dan helemaal niet zo ver weg.

In de korte interviewfilm Een Goede Moeder (23 min.) vertellen drie Nederlandse moeders over hun worsteling. ‘De negatieve verhalen hoorde je eigenlijk niet’, vertelt Erin bijvoorbeeld. ‘Alleen de roze wolken.’ Jasmijn vult aan: ‘Het is niet iets wat je aan de grote klok hangt.’ En Elleke weet wel waarom: ‘Als je erover praat dat je het niet leuk vindt, lijkt ’t dat je dus je kinderen niet leuk vindt.’

Regisseur Kim Faber omlijst hun persoonlijke ontboezemingen met een geënsceneerd gesprek met De Oudertelefoon, dat is gebaseerd op echte telefoontjes naar de hulplijn. Het zijn overigens vooral moeders die ze daar aan de lijn krijgen. Vaders melden zich zelden. Die voelen waarschijnlijk ook minder druk om zich te bewijzen als ouder – vanuit zichzelf, maar ongetwijfeld ook vanuit hun omgeving.

Faber heeft haar hoofdpersonen in een bijzonder fraaie omgeving geplaatst: een perfect opgeruimde kamer, met klinisch wit interieur. Die staat vast model voor het irreële beeld dat sommige vrouwen vooraf hebben van het ouderschap. Alsof alles crescendo zal gaan, ze ’t véél beter zullen doen dan hun eigen ouders en de gelukskraan voor de rest van hun leven zal worden opengedraaid.

Zoals wel vaker is de werkelijkheid een stuk weerbarstiger. Als die baby niet wil stoppen met huilen, het huis continu een puinzooi blijft en die vermoeidheid van geen wijken wil weten. Deze moeders zijn er bijna aan onderdoor gegaan, maar kunnen er inmiddels weer over vertellen – en dan niet anoniem zoals de vrouwen in het wat urgentere Spijtmoeders, die überhaupt liever geen moeder waren geworden.

Houden van hun kind, zo laat ook deze interessante film weer zien, doen ze echter allemaal. Want dat gaat doorgaans – roze, grijze of zwarte wolk – wel degelijk vanzelf.