Pretpark Hennie

Captains / BNNVARA / woensdag 13 mei op NPO2

De deadline is helder: 23 maart 2025. Dan moet het attractiepark Rivoli in Rotterdam open. Na twaalf jaar stug doorgaan, flink aanmodderen en vechten tegen de bierkaai. Initiatiefnemer Hennie van der Most wordt op die dag 75 jaar. Het park is zijn laatste kunstje, zegt ie zelf in Pretpark Hennie (51 min.).

Van der Most is de verpersoonlijking van de ‘selfmade man’. De Overijsselse ondernemer heeft dyslexie, is twee keer blijven zitten op de lagere school en heeft de LTS niet afgemaakt. Lezen en schrijven kan Hennie niet of nauwelijks, maar hij heeft wel talloze succesvolle horecaondernemingen, zoals Preston Palace en Kernwasser Wunderland, uit de grond gestampt. Als weinig anderen heeft hij gevoel voor wat de gewone Nederlander leuk en lekker vindt. Kip Piri-piri bijvoorbeeld.

Bij Rivoli lijkt de man z’n mojo alleen kwijt. Het vertrouwen dat het attractiepark daadwerkelijk ooit z’n deuren open daalt zienderogen in Rotterdam. En ook de onverschrokken Hennie lijkt soms te twijfelen. Als filmmaker Max Ploeg het verhaal in 2024, zo’n half jaar voor zijn 75e verjaardag, oppikt voor deze tragikomische documentaire, hangt Van der Mosts droomproject, waarin hij al zo’n 45 miljoen eigen vermogen heeft gestoken, al enige tijd aan een zijden draadje.

Omdat de gemeente Rotterdam z’n erfpacht niet wil verlengen bijvoorbeeld. Dat moeten ze nu eindelijk eens doen, zegt Van der Most tegen een interviewer van Radio Rijnmond. Anders komt ie echt in de problemen. Hij wordt er helemaal tureluurs van. ‘Maar u heeft vast wel iemand in dienst die dat allemaal voor u uitpluist’, reageert zijn gesprekspartner. ‘Nou, de mensen die ik in dienst heb’, maakt Hennie van zijn hart opnieuw geen moordkuil, ‘die snappen er ook helemaal niets van.’

Zo krijgt hij de lachers regelmatig (on)bedoeld op zijn hand. Ploeg speelt dat ook uit in z’n film. Als de no nonsense-ondernemer een nieuw concept bedenkt rond de frikadel speciaal bijvoorbeeld. Of als hij zijn hoofd en voeten thuis laat masseren door twee identiek geklede oosterse assistentes, Parichat en Chayanin, die hem in de huishouding ondersteunen. Van der Most is echter (en wordt ook in dit aandoenlijke portret) zeker geen lachertje.

Zijn vasthoudendheid, doorzettingsvermogen en creativiteit spreken beslist tot de verbeelding en maken van de horecatycoon een onweerstaanbaar personage. Een geboren optimist, die soms groter denkt dan goed voor hem is. Een man ook met een hart voor, zoals hij dat zelf zegt, ‘mensen met een smetje’. Zelfs als alles tegenzit, kan hij nog troost halen uit een vaas met een roos erin op z’n kantoor, waar hij zo nu en dan met pen en tipp-ex de plattegrond van zijn park aanpast.

Max Ploeg portretteert hem te midden van zijn getrouwen, op een missie die tot mislukken gedoemd lijkt. Een idee waarin Hennie van der Most alles heeft gestopt wat ie heeft. Als het mislukt, gaat hij volgens eigen zeggen ‘naar de kloten’. Deze film documenteert dat moeizame proces met zwierige muziek, milde humor en enkele lekker creatieve bokkensprongen en koerst zo af op een enigszins onbevredigend en tegelijkertijd ook wel passend einde.

A Sunday In Hell

paris-roubaix.fr/en/

In de openingsscène van deze wielerklassieker uit 1977 prepareert een mechanieker met zorg en aandacht een fiets. Zo en daar begint ‘t. Pas daarna worden de twee grote rivalen van A Sunday In Hell (oorspronkelijke titel: En Forårsdag I Helvede, 105 min.) geïntroduceerd: de grote kampioen Eddy Merckx en zijn concurrent Roger de Vlaeminck. Zij binden op zondag 11 april 1976 de strijd met elkaar aan in de 74e editie van de voorjaarsklassieker Parijs-Roubaix. Zowel Merckx als De Vlaeminck kan de legendarische koers als eerste voor de vierde keer op z’n naam schrijven.

Het rijtje kanshebbers voor een overwinning in ‘De Hel van het Noorden’ lijkt verder beperkt. Van de 154 coureurs die aan de start verschijnen – waaronder Tour de France-winnaar Bernard Thévenet, de Nederlandse wereldkampioen Hennie Kuiper en Mathieu van der Poels Franse grootvader, de veteraan Raymond Poulidor – worden alleen nieuwkomers zoals de Belgische klasbak Freddy Maertens en de nieuwe Italiaanse hoop in bange dagen Francesco Moser in staat geacht om de loodzware kasseistroken te overleven en als eerste over de meet te komen in Roubaix.

De Deense documentairemaker Jørgen Leth volgt de race van start tot finish. Verteller David Saunders houdt namens hem de verschillende verhaallijntjes (het koersverloop, de achtergronden van de renners, hun ploegen, de organisatoren, televisiecommentatoren en de toeschouwers langs de weg) bij elkaar en geeft ze kleur. Zij krijgen ditmaal met opmerkelijke obstakels te maken: meerdere wegversperringen door stakende arbeiders. Maar de koers gaat door. Altijd. Totdat ze, na zo’n drie kwartier docu, de weg naar de hel bereiken. En die is geplaveid met kasseien – en valpartijen.

Daar is het ieder voor zich, in deze tijdloze film, die de heroïek van de befaamde wielerklassieker ten volle uitnut en nog eens versterkt met slow motion-beelden en dramatische klassieke muziek. Daarna werkt Leth toe naar een grande finale waarin de bekende matadoren zich met elkaar kunnen meten. Of gaat toch een outsider met de eer – en de bloemen en kus van een plaatselijke miss – strijken? Wat de uitkomst ook wordt: na afloop is iedereen weer gelijk als ze gezamenlijk de modder van zich afspoelen onder de douche – en de mechaniekers vast alweer met die fietsen in de weer zijn.

Doe Maar: Dit Is Alles

‘Bij de platenmaatschappij die Doe Maar onder contract had, stond de telefoon vandaag urenlang roodgloeiend’, meldde nieuwslezer Harmen Siezen in 1984 in het NOS Journaal. ‘Wenende meisjes lieten ‘t weten dat ze niet konden geloven dat Doe Maar niet meer bestaat.’

De rage die Doe Maar begin jaren tachtig veroorzaakte kent zijn gelijke niet in de Nederlandse popgeschiedenis. Nooit eerder was een groep zo populair als de band rond blikvangers Hennie Vrienten (zang/bas) en Ernst Jansz (zang/toetsen). En er is sindsdien geen band geweest die ook maar in de buurt is gekomen van de gigantische populariteit van deze ‘Nederlandse Beatles’.

In  Doe Maar: Dit Is Alles (83 min.) wordt de ongekende hype, die zal eindigen met twee emotionele afscheidsconcerten in De Maaspoort in Den Bosch, nog eens helemaal uit de doeken gedaan. Van de begindagen als lekker los nederpopbandje, dat na de entree van Hennie Vrienten ineens hits begint te schrijven, tot de bijna onleefbare populariteit aan het eind, als tieneridolen tegen wil en dank.

Vrienten, Jansz en gitarist Jan Hendriks krijgen in deze smakelijke muziekfilm van Patrick Lodiers en Martijn Nijboer uit 2013 alle ruimte om de tropenjaren nog eens opnieuw te beleven, waarbij ook het voortijdige vertrek van drummer Carel Copier, die het latere succes vanaf de zijlijn gade moest slaan, en de ontwrichtende heroïneverslaving van diens opvolger René van Collem aan de orde komen.

Ten tijde van het maken van deze film maakte Doe Maar zo nu en dan weer een rondgang langs de vaderlandse podia. De wonden die in hun glorieperiode bleken te zijn geslagen – met name tussen het rivaliserende front- en songschrijversduo Vrienten en Jansz – waren toen alweer een heel eind geheeld. In Doe Maar: Dit Is Alles overheersen dan ook wederzijds respect en pure trots. 

En dat is gezien de erfenis van de band helemaal niet vreemd: een imposante hoeveelheid popklassiekers – met ook een essentiële bijdrage van vijfde bandlid Joost Belinfante, de klassieker Nederwiet – die de tijdgeest perfect weerspiegelden en toch volstrekt tijdloos zijn gebleken.