Boom Box: Beats And Betrayal

HBO Max

Afhankelijk van het gekozen perspectief zie je in de Boom Box-muziekwinkel en opnamestudio in Noord-Londen een plek waar aspirant-rappers in 2009 door undercoveragenten zijn aangezet tot allerlei strafbare feiten óf een broeinest van criminaliteit, waar de Britse politie een aantal jeugdbendeleden op heterdaad heeft kunnen betrappen op de handel in drugs, gestolen spullen en wapens (de zogeheten ‘clickers’).

De vierdelige serie Boom Box: Beats And Betrayal (184 min.) start bij de lezing van de verdachten, zwarte tieners die zijn opgegroeid in de probleemwijk Edmonton. Bij Boom Box hopen ze via hiphop een uitweg te vinden uit een leven dat onvermijdelijk richting de verkeerde kant van de wet leidt. In de studio krijgen ze onder andere te maken met Fish, een larger than life-persoonlijkheid met zijn eigen agenda. Zijn lezing van wat er zich op die ‘toevallige’ ontmoetingsplek heeft afgespeeld staat doorgaans lijnrecht tegenover het verhaal van de anderen.

Om het geheugen van alle betrokkenen op te frissen heeft regisseur Toby Paton de belangrijkste gebeurtenissen, op basis van rechtbankdocumenten, verhoorverslagen en getuigenverklaringen, gereconstrueerd met acteurs. Bij deze scènes kijken en luisteren de echte personen mee. Zo nodig mogen zij de geportretteerde situatie ook corrigeren. Ter voorbereiding op en aan de hand van deze gedramatiseerde scènes gaan de hoofdpersonen bovendien in gesprek met de acteurs over wat er is gebeurd en hoe dit met de kennis van nu moet worden geduid.

Met deze ingenieuze vorm, eerder bijvoorbeeld ook al toegepast in de superieure miniserie L’Affaire D’Outreau (2023), laat Paton zien dat er niet zoiets als één waarheid bestaat. Achter de naakte feiten van Operation Peyzac – 26 ingenomen wapens, 37 arrestaties en meer dan vierhonderd jaar gevangenisstraf – gaan persoonlijke verhalen schuil. Van mensen, elk met hun eigen verhaal, die elkaar op een willekeurig punt in hun leven tegenkomen in een Londense muziekstudio. De gebeurtenissen daar zullen hun verdere levensloop bepalen.

Boom Box: Beats And Betrayal doet intussen ook denken aan de fameuze dramaserie The Wire. Die begon bij een relatief eenvoudig kat- en muisspel tussen de politie en jeugdige criminelen en zoomde daarna elk seizoen nét iets verder uit. Een relatief eenduidige kwestie werd zo ingebed in de wereld waarvan die het product was. Toby Paton maakt met deze ferme true crime-serie hetzelfde punt: we zijn stuk voor stuk een optelsom van onze genen en achtergrond. Die beperkt onze speelruimte – al blijven we zelf verantwoordelijk voor welk spel we spelen.

Tot die slotsom komen ook de Boom Boxers.

Kunstroof

Periscoop Film

Als er op 16 oktober 2012 wordt ingebroken bij de Kunsthal in Rotterdam, is de Nederlandse kunstwereld in rep en roer. De dieven hebben zeven schilderijen en tekeningen gestolen van de Triton Collectie van de Rotterdamse havenbaron Willem Cordia (1940-2011), die onder de noemer ‘Avant-gardes’ werden geëxposeerd. Er zijn werken van onder anderen Picasso, Matisse, Gauguin en Monet gestolen. Waar moeten de inbrekers worden gezocht? In de Balkan? Of toch in Ierland?

Uiteindelijk komt een groep jonge Roemeense kruimeldieven uit het dorpje Carcaliu in beeld. Zij lijken aan het einde van de zomer van 2012 tamelijk willekeurig op rooftocht te zijn gegaan in Nederland. Zoveel belang als de conservatoren en kunstkenners aan de gestolen werken hechten, zo weinig betekenis hebben die voor de dieven. Zij zijn vooral afgegaan op de bekendheid van de desbetreffende kunstenaar en hoeveel geld het schilderij dan kan opleveren.

‘Een beroemde crimineel die ik redelijk goed ken heeft ’t nog steeds over Andy Warholt’, legt kunstdetective Arthur Brand uit in Kunstroof (102 min.). ‘Anderen hebben ’t over Picasso. En dan zie ik gewoon dat het geen Picasso is, maar een Dali.’ Wat hij maar wil zeggen: de dieven hebben geen idee wat ze stelen, alleen dat het veel waard is. ‘Als jij naar een museum gaat en je ziet zo’n werk hangen, dan zie je een mooi portret of wat dan ook. Zij zien een tien miljoen dollar-biljet.’

Octave ‘Okkie’ Durham is misschien wel Neerlands bekendste kunstdief. Hij wilde in 2002 Van Goghs De Aardappeleters – die hij volgens Brand consequent ‘de Aardappeltelers’ noemt – gaan stelen. Dat schilderij bleek echter te groot om mee te nemen. Daarom nam hij maar twee andere Van Goghs mee. Okkie heeft geen hoge pet op van de beveiliging van veel Nederlandse musea, zegt hij in deze film van Jorien van Nes. ‘Een kledingwinkel in de stad’ is volgens hem nog beter beveiligd.

Met direct betrokkenen zoals conservator Peter van Beveren, hoofdinspecteur Raymond Kolsteren en de Roemeense officier van justitie Raluca Bottea duikt Van Nes in de roof en het belang van de gestolen werken. Parallel daaraan reconstrueert ze met acteurs de handel en wandel van de dieven uit Carcaliu en hun politieverhoren. Deze hybride werkt ten dele. De twee verhaalvormen komen eerst niet helemaal samen. De gedramatiseerde scènes blijven veelal voelen als, ja, drama.

Later nemen de gebeurtenissen bijna kluchtige vormen aan – als de dieven de gestolen waar maar niet van de hand kunnen doen en vervolgens op allerlei plekken verbergen – en werken die reconstructiescènes beter en versmelten ze ook gemakkelijker met de interviews, die eveneens een steeds onwerkelijker karakter krijgen. Kunstroof slalomt dan comfortabel tussen ‘based on a true story’ en ‘truth is stranger than fiction’ door.