Clown Panic

Disney+

Elect a clown, zeggen gefrustreerde Hillary-stemmers in 2016 tegen elkaar, expect a circus. Tien jaar na dato is Donald Trump nog altijd het levende bewijs van die stelling. In het jaar waarin hij voor het eerst tot president van de Verenigde staten wordt gekozen, raakt zijn land echter ook nog in de ban van een andere Clown Panic (84 min.). Nadat enkele kinderen in het bos achter hun basketbalveldje in Greenville, South Carolina, een enge clown hebben gezien – Patient Zero, met de wijsheid van nu – worden er ineens ook elders in Amerika overal horrorclowns gespot.

Op gedragen toon beginnen nieuwsprogramma’s op televisie melding te maken van deze ‘killerclowns’. Geruchten die eerder nog lacherig zouden zijn afgedaan als broodje aapverhalen beginnen een geheel eigen leven te leiden. Het land raakt in de band van een clownhysterie, die resulteert in talloze viral filmpjes op sociale media en die al snel ook overslaat naar het buitenland. Iedere angsthaas, paniekzaaier of ophefmaker krijgt z’n eigen Pennywise (It), Jason Voorhees (Friday The 13th) of Joker (The Dark Knight). Om over seriemoordenaar John Wayne Gacy, de ‘clown’ die talloze dode jongens in de kruipruimte onder zijn huis in Chicago verborg, nog maar te zwijgen.

De Verenigde Staten gaan op dat moment door een turbulente periode, laat regisseur Ed Perkins zien in deze documentaire, die oogt als een (goedkope) griezelfilm. Het land is bijvoorbeeld verwikkeld geraakt in een ontwrichtende verkiezingscampagne tussen Donald Trump en Hillary Clinton, die veel onzekerheid veroorzaakt. Als gevolg daarvan ontstaat er een soort ‘morele paniek’, die doet denken aan de heksenprocessen van Salem, de communistenjacht van de jaren vijftig en de ‘satanic panic’ van de eighties. En die onrust zorgt bijvoorbeeld voor een clownjacht op Penn State University, de actie Clown Lives Matter en een burgerwacht die zichzelf ‘The Clownbusters’ noemt.

Only in America, zullen we maar zeggen. Waar de angst voor clowns, als gevolg van volledig uit de hand gelopen pranks en ingebeelde confrontaties, volledig kan ontsporen en dan leidt tot een tragisch incident. Perkins laat allerlei gewone Amerikanen, waaronder de persoon die in Alabama scholieren, hun ouders en de leerkrachten de stuipen op het lijf heeft gejaagd als Flomo Klown, leeglopen over hun rol in het ontstaan van de clownhysterie en lardeert hun herinneringen met filmfragmenten en ander beeldmateriaal van ‘creepy clowns’. De boodschap is onontkoombaar: fear a clown, create a circus.

Het Magische Leven Van Kazàn

SkyShowtime

‘Als je aan tafel zat, verdween er altijd wel een zoutvaatje of vloog er een servet over de tafel’, herinnert zoon Oscar zich zijn jeugd met goochelaar Hans Kazàn. ‘En, uiteraard, op verjaardagsfeestjes deed m’n vader altijd trucjes voor m’n vriendjes. Want hij was natuurlijk altijd bezig met het maken van nieuwe televisieshows en hij moest altijd nieuwe goocheltrucs uitproberen. En aan wie liet hij z’n trucs dan zien? Ja, aan ons!’

Kazàn (echte naam: Mulders) werd in de jaren zeventig een landelijke bekendheid door zijn bijdrage aan het jeugdprogramma Ren Je Rot, waarin hij eenvoudige trucjes uitlegde aan kinderen. De goochelboekjes die hij in die tijd ook uitbracht, raakten een gevoelige snaar bij ene Hans Klok uit Purmerend, tegenwoordig illusionist van beroep en nog altijd vol lof over Kazàn. Volgens sommige concullega’s overtrad die echter een beroepscode. Want over trucs hield je te allen tijde je mond. Het kwam de goochelaar zelfs op bedreigingen te staan, vertelt hij in Het Magische Leven Van Kazàn (58 min.).

In deze vlotte docu neemt Jelmar Hoekstra met de hoofdpersoon zelf, zijn gezin, medewerkers zoals regisseur Rolf Meter en assistente Antje Monteiro en de populaire komiek Andre van Duin de loopbaan door van de goochelaar, die ook nog ettelijke honderden afleveringen van het televisieprogramma Prijzenslag presenteerde. Intussen viel de appel niet ver van de boom. Kazàns zoons Renzo en Oscar vormden samen met schoondochter Mara jarenlang het trio Magic Unlimited. En Steven, de jongste telg van de Kazànnetjes, maakte eveneens naam als goochelaar en komiek.

En net als deze docu een wel erg vluchtige goednieuwsshow dreigt te worden, een promofilm voor het merk Kazàn bijna, passeren de zeldzame spierziekte van dochter Lara en het financiële fiasco rond hun eigen theater Magic Palace in Torremolinos, die de altijd goedlachse Hans aan de rand van de afgrond heeft gebracht, nog de revue. Zodat voor eens en altijd duidelijk wordt dat het lachen zelfs een ‘mensenmens’ zoals Hans Kazàn kan vergaan. Al duurt dat in deze magische versie van het leven van de Kazàns nooit héél erg lang.

An Honest Liar

De beelden doen pijn aan de ogen: een enorme zaal, gevuld met verrukte, ontroerde en soms compleet hysterische mensen, in afwachting van niets minder dan verlossing. Die komt in de vorm van een aalgladde televisiedominee. In een oogwenk weet hij wat hen mankeert en ook wat hen weer kan redden. De oudere zwarte vrouw die naar hem toe is komen trippelen en buiten zinnen in zijn armen is gevallen krijgt door evangelist Peter Popoff ingefluisterd wat ze volgens hem heeft. En dan, zodat de hele zaal het kan horen: ‘God brandt ze nu weg. Daar gaan ze. Daar gaan ze, Jezus.’

Met veel theater, kabaal en de verplichte Hallelujahs worden allerlei mensen zo bij naam opgeroepen, naar voren gehaald en met behulp van niemand minder dan de Heer gered. Naderhand doet Popoff natuurlijk een beroep op hun bereidheid als gulle gever. Oud-goochelaar James Randi en zijn secondant ontdekken al snel hoe de gladjanus te werk gaat. ‘Een man die de doven geneest, heeft geen gehoorapparaat nodigt, zegt de voormalige meestergoochelaar spottend. En daarmee is het lot van de gebedsgenezer bezegeld. Randi schuift aan in de populaire talkshow van Johnny Carson. ‘Gods frequentie – ik wist niet dat ie een radio had, is 39.170 megahertz. En God is dus een vrouw en klinkt als de vrouw van Popoff.’

The Magical Randi beschouwt het als een ultiem verraad, zegt hij in de documentaire An Honest Liar (82 min.) van Tyler Measom en Justin Weinstein uit 2014: bij hoog en bij laag ontkennen dat je een soort goochelaar bent en vervolgens het publiek leegtrekken met ‘paranormale gaven’. En dus ontwikkelt de vleesgeworden scepticus, een mediagenieke en -geile halfbroer van Gandalf, zich tot de schrik van alles en iedereen die handelt in valse hoop: helderzienden, gebedsgenezers en paranormalen. ‘Als je verliefd ben, mag de hele wereld dat weten’, zegt Bill Nye (The Science Guy) daarover. ‘En James Randi is verliefd op de waarheid.’

Die verliefdheid brengt hem tevens op het spoor van de wereldberoemde Israëlische lepeltjesbuiger Uri Geller, die zal uitgroeien tot de draak die Randi koste wat het kost wil doden. Dat mondt uit in een machtig interessante tweestrijd, tussen ‘geloof’ en ‘wetenschap’. Het speelveld waarop de welbespraakte ‘ontgoochelaar’ glorieert, volgens bijvoorbeeld het goochelaarsduo Penn & Teller, Adam Savage (Mythbusters) en hardrocker Alice Cooper (voor wie Randi een onthoofdingsscène ensceneerde). Intussen houdt Randall James Zwinge thuis al tientallen jaren een ‘geheim’ verborgen, dat zijn eigen kwetsbaarheid laat zien en dit kostelijke portret van een persoonlijke ondergrond voorziet.