Chris & Martina: The Final Set

Netflix

‘Ze voerden een eeuwige oorlog op de tennisbaan. En nu proberen ze elkaars leven te redden.’ De woorden zijn afkomstig van Chris Everts voormalige echtgenoot Andy Mill, maar zijn quote is niet voor niets te horen als de titel van deze documentaire in beeld verschijnt: Chris & Martina: The Final Set (97 min.). Dit is de tagline, de reden om deze film te bekijken. Want dat is behalve een boeiende terugblik op één van de grootste tweekampen uit de sporthistorie vooral ook een aangrijpend portret van twee vrouwen die door ziekte, kanker, voor het eerst de controle over hun leven helemaal kwijt zijn en dan elkaars gezelschap weer opzoeken.

Chris Evert en Martina Navratilova vormen in de jaren zeventig en tachtig de Yin en Yang van het vrouwentennis. Het meisjemeisje uit Florida versus de communistische ‘overloper’ uit Tsjechoslowakije. Verfijnd baseline-spel tegenover krachtig serve & volley. Natuurtalent versus power. ‘Cute’ tegen ‘tomboy’. Achteraf bezien lijkt het onvermijdelijk dat de ‘Chrissie Craze’ ook gepaard zou gaan met Martina-weerzin. Zeker als haar geaardheid, een publiek geheim in de tenniswereld, de media bereikt. Navratilova wordt in The New York Daily News ongewild geout als ‘biseksueel’, de term die als vluchtheuvel wordt gebruikt door vrouwen die in werkelijkheid op vrouwen vallen.

De aanvankelijke vriendschap tussen de twee tegenpolen lijkt in dit dubbelportret van Rebecca Gitlitz dan te zijn veranderd in ijzige rivaliteit. Omdat een innige relatie het ten koste van alles willen winnen in de weg zou kunnen staan. Inmiddels zijn de vriendschapsbanden hersteld en kunnen de aartsrivalen samen op de bank wedstrijden terugkijken – en zowaar blij zijn voor de ander. Gitlitz laat hen ondertussen reflecteren op hun levens die volledig in dienst stonden van de sport. Ze worden daarbij terzijde gestaan door familieleden en kennissen, tennisinsiders en voormalige concullega’s zoals Billie Jean King, John McEnroe en Pam Shriver.

Terwijl Evert en Navratilova elkaar aansporen om nog eenmaal het beste uit zichzelf te halen, tijdens de allesbeslissende tiebreak tegen een gemeenschappelijke opponent die niet maalt om geld, macht of status, tonen ze uit welk hout ze zijn gesneden. Ieder voor zich gaan ze moedig de strijd aan met de ingrijpende kankerbehandelingen. En samen lijken ze, net als tijdens hun epische tenniscarrières, vooralsnog onverslaanbaar.

Rafa

Netflix

Terwijl de Spaanse toptennisser Rafael Nadal in 2024 nog eenmaal terug probeert te komen aan de top, zodat hij voor de vijftiende keer kan deelnemen aan zijn favoriete toernooi Roland Garros, blikt hij in de vierdelige serie Rafa (226 min.) van Zach Heinzerling terug op een lange carrière die hem 22 Grand Slam-titels heeft bezorgd. Als einddertiger oogt hij fragieler dan ooit. Nadal lijkt nauwelijks meer op de krijger van weleer, een Samson-achtige figuur met een ‘morgen bestaat niet’-attitude. De zweetband is gebleven, maar zijn haar is tegenwoordig een stuk korter en begint uit te dunnen. En Rafa draagt ook geen shirts zonder mouwen of ‘piratenbroeken’ meer.

Hij begon ooit met een achterstand, blijkt uit de eerste aflevering. Rafael Nadal werd al jong gediagnosticeerd met de Ziekte van Müller-Weiss. Hij is de enige topsporter met deze chronische voetaandoening, die waarschijnlijk is verergerd doordat hij al op zeer jonge leeftijd intensief begon te sporten en die hem al zijn hele loopbaan parten speelt. Een orthopedische inlegzool vermindert de pijn, maar kan die nooit helemaal weghalen. Die voeten blijven zijn achilleshiel als topsporter – al lijkt ie anno 2024 van de ene in het andere kwetsuur te belanden. Kan Nadal accepteren dat zijn topsportleven er (bijna) opzit en de rest van zijn bestaan, met vrouw en kinderen, nu echt gaat beginnen?

In deel twee van Rafa kijkt hij terug op zijn rivaliteit met de Zwitser Roger Federer, die heeft geresulteerd in talloze heroïsche tweekampen, op Wimbledon in het bijzonder, en die hen allebei naar grootse hoogten heeft opgestuwd. De laatste twee afleveringen van deze miniserie belichten respectievelijk zijn periode als nummer één van de wereld die krijgt te maken met nóg een ‘tennisgod’, Novak Djokovic, en zijn remonte aan de zijde van een nieuwe coach, z’n grote voorbeeld Carlos Moya. Intussen blijft hij in zijn laatste tennisjaar verwoede pogingen doen om waardig afscheid te nemen en nog eenmaal te schitteren op Roland Garros, het graveltoernooi dat hij veertien (!) maal won.

Met impressies van zijn grootste finales, fraaie jeugdfilmpjes en kwetsbare achter de schermen-scènes van z’n comeback, ondersteund door gesprekken met de tenniscrack zelf en zijn persoonlijke en professionele entourage, toont Heinzerling de achterkant van een groot kampioen, die ook maar een gewoon mens blijkt te zijn. Met z’n eigen twijfels en angsten, zorg over het gewoeker met zijn gezondheid en een permanent ongemak rond roem. Een man van grootse daden, maar zeker niet van grote woorden. En toch behept – of daarmee opgezadeld door de bikkelharde coach die hem van jongs af aan begeleidde, zijn eigen oom Toni – met de onstuitbare drang om te (blijven) winnen.

Een man die doorgaat tot het écht niet meer gaat. Ook daarom is deze impressie van het laatste jaar van zijn tenniscarrière interessanter dan het afscheid van zijn grote rivaal (en dierbare vriend) Roger Federer, dat is vervat in de tamelijk beperkte en bleke film Federer: Twelve Final Days (2024). Die match heeft Rafael Nadal tot nader order – het definitieve Federer portret volgt vast nog – in elk geval gewonnen.

McEnroe

Dogwoof

Volgens zijn tweede vrouw Patty Smyth zit hij beslist ergens op ‘het spectrum’. Zou dat misschien, dacht de leek, een verklaring kunnen zijn voor John McEnroe’s ongecontroleerde woede-uitbarstingen op de tennisbaan? Een opvallend oog voor detail, sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en moeite om zich in een ander te verplaatsen – of het nu de opponent, een scheidsrechter of het publiek is – zou kunnen duiden op een autismespectrumstoornis. Zou. Kunnen. Het zou ook kunnen dat McEnroe (103 min.) gewoon een verwend ventje was, dat totaal niet tegen zijn verlies kon.

De ‘superbrat’, heerlijk gepersifleerd in de eightieshit Chalk Dust – The Umpire Strikes Back, meldde zich halverwege de jaren zeventig in de internationale tennistop, toen die werd gevormd door gladiatoren als Ilie Nastase, Vitas Gerulaitis en Jimmy Connors. McEnroe’s ultieme opponent zou echter de Zweed Bjorn Borg worden. De twee waren als water en vuur – de kalmte zelve versus het vleesgeworden heethoofd – en werden toch vrienden. Hun heroïsche gevechten, door beide mannen becommentarieerd, vormen ook het wild kloppende hart van Barney Douglas’s persoonlijke portret van John McEnroe.

Toen Borg al op 26-jarige leeftijd met tennispensioen ging, verloor ook zijn kameraad en rivaal een beetje de lust om te ballen. ‘Ik ben de grootste speler die ooit heeft gespeeld’, vertelt McEnroe nu over de post-Borg periode, waarin hij nochtans de onbetwiste nummer één van de wereld werd. ‘Maar waarom voelt dat dan niet bijzonder?’ Terwijl hij de successen aaneen reeg, stevende het enfant terrible onmiskenbaar af op wat hij zelf een ‘meltdown’ noemt. In de finale van Roland Garros in 1984, waarvan Douglas een kantelpunt in zijn leven maakt, speelde hij behalve tegen Ivan Lendl vooral tegen zichzelf. ‘Ik had het gevoel dat ik verdoemd was.’

En daarna zou het voorlopig alleen bergafwaarts gaan met John McEnroe, die ook nog in een slecht huwelijk met actrice Tatum O’Neal verzeild was geraakt. Als zestiger blikt hij – terzijde gestaan door zijn huidige echtgenote, broers, kinderen, dubbelspelpartner Peter Fleming, tennisicoon Billie Jean King en rock & roll-vrinden zoals Keith Richards en Chrissie Hynde (The Pretenders) – in deze geladen film diepgaand en zelfkritisch terug op deze periode, die als een catharsis heeft gewerkt. Hij is er de man door geworden die hij nu is: een perfectionist, iemand voor wie empathie lastig blijft en toch een uitgesproken familiemens.

Zo komt de mens (die de hele film – waarom eigenlijk? – door de verlaten nachtelijke straten zwerft van zijn geboorteplek Douglastown, New York) in deze geslaagde karakterschets méér dan voldoende achter het tennisicoon vandaan.

Enkele jaren geleden werd er al een filosofische documentaire over de voormalige toptennisser gemaakt: John McEnroe: In The Realm Of Perfection.