Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

How Big Is The Galaxy?

Marx Film

Sinds de film die wordt beschouwd als de allereerste documentaire – Nanook Of The North (1922) van Robert Flaherty – werd uitgebracht, zijn er zo’n honderd jaar verstreken. In eerste instantie lijkt How Big Is The Galaxy? (73 min.) echter bijna een kopie van Flaherty’s klassieke docu over een Inuit-gezin, onderdeel van een eskimo-gemeenschap in de omgeving van het Canadese Quebec. Ze woonden in een iglo en voorzagen in hun dagelijkse behoeften met jagen en vissen.

De plaats van handeling in deze observerende film van Ksenia Elyan is nu Siberië, maar de setting is verder vergelijkbaar: een uitgestrekt, besneeuwd landschap, vooral bevolkt door elanden, waar zich nauwelijks een mens waagt. In deze toendra wonen het zevenjarige jongetje Zakhar Zharkov, zijn oudere broer Prokopy en hun ouders. Zij behoren tot een inheems volk, de Dolganen, dat met uitsterven wordt bedreigd. Slechts een enkeling houdt nog vast aan de traditionele nomadische leefstijl.

Illustratief daarvoor is een scène waarin vader Zharkov een ree vangt en doodt met zijn mes, terwijl zijn zoons in een boom klimmen en daar met elkaar beginnen te kibbelen. Al snel roept de plicht. Zakhar moet bijspringen als zijn vader het dier begint te villen. ‘Mam, kijk, ik heb in het bloed gestaan’, zegt hij naderhand. Gevolgd door de onvermijdelijke vraag: ‘Papa, waarom is bloed rood?’ Want Zakhar is een guitig en vroegwijs joch, dat nieuwsgierig is naar alles. Aan zijn vragen komt nooit een eind.

Intussen is Prokopy koppig in die boom blijven zitten. De rivaliteit tussen de jongens, die volledig op elkaar zijn aangewezen, vormt het hart van deze film over een gemeenschap die los lijkt te zijn gemaakt van tijd en ruimte en ondertussen via de televisie, mobiele telefoon en laptop wel degelijk in verbinding staat met de bewoonde wereld. De twee broers zitten elkaar gedurig op de huid. En als de oudste eindelijk uit die boom is geklommen, moeten ze het reeënkarkas nog samen per slee naar huis vervoeren.

Sinds enige tijd is er ook iets veranderd: de jonge en serieuze juf Nelly Andreevna geeft de kinderen in hun eigen huis les. Nog niet zo lang geleden werden Dolganen verplicht om hun kinderen naar kostscholen te sturen, waar ze volledig vervreemd raakten van hun wortels. Tegenwoordig kunnen ze thuis wiskunde of Russische literatuur leren. Tenminste, als ze een door de staat goedgekeurde onderwijzer(es) in huis nemen. Al snel hangt er dus ook een portret van Vladimir Poetin in het geïmproviseerde klaslokaaltje.

In de ogen van Poetin zitten volgens Zakhar camera’s. ‘En hij ziet jou en hij ziet hoe raar jij doet’, houdt hij Prokopy voor. ‘Hij zegt: wat zit dat ventje te mopperen? Als hij volwassen was, zou hij naar Oekraïne worden gestuurd. En daar zou je meteen doodgeschoten worden.’ Zo vloeien realiteit en fantasie samen in een jongensboekleven dat langzaam door de werkelijkheid wordt ingehaald.