Brommers Kiek’n

VPRO

Bij de start van deze ode aan de plattelandscultuur neemt Geertjan Lassche zelf even de tijd om z’n hoofdpersonen te introduceren: twee vriendengroepen uit Overijssel, twintigers uit Nieuwleusen en tieners uit Espelo, zo’n dertig kilometer verderop. ‘Genoeg geluld’, sluit de filmmaker het voorstelrondje ook al snel weer af. ‘Geen diepzinnig geouwehoer. Daar zijn we hier niet van. We gaan gewoon kijken en beginnen met het laatste en eerste feest van het jaar.’

En daarna beperkt Lassche zich in de documentaire Brommers Kiek’n (90 min.) uit 2017 inderdaad tot observeren en registreren. Zijn subjecten lijken zich tegelijkertijd helemaal niet bekeken te voelen – vermoedelijk omdat hij als één van hen voelt en hen ook niet be- of veroordeelt. Ze werken in een boerenbedrijf, fabriek of magazijn, eten knakworsten, friet of broodjes hamburger en gaan los in hun keet, op het plaatselijke festival of in een feesttent (waar je goed met hooi kunt gooien).

Ze lijken alles best te vinden. Zolang Lassche, die zelf ook opgroeide in het Oosten van het land en daar later ook nog de docu’s Duutsers (2023) en Tik Van De Meule (2024) maakte, er maar geen ordinaire zuipfilm maakt. Aan politiek correct lijken ze verder niet te doen. Van sommige scheldwoorden, liedjes of grappen zouden ze in ‘de stad’ beslist een rolberoerte krijgen. Hier, in hun eigen wereld, maalt niemand erom. Daar doen ze gewoon normaal. Tenminste, wat voor hen normaal is.

‘Een ode aan het maaiveld – in plaats van aan degene die z’n kop boven het maaiveld uitsteekt’, noemde Geertjan Lassche de film zelf in een interview met NPO Doc. De interviews die hij met de Overijsselse jongeren deed, sneuvelden intussen in de montage. Net als de behoefte om echte hoofdpersonen te vinden en daarmee een dramatische verhaallijn te smeden. Hij maakt van zijn hoofdpersonen ogenschijnlijk inwisselbare vertegenwoordigers van hun gemeenschap.

Die film begint en eindigt bij de jaarwisseling en volgt tussendoor het ritme van de seizoenen, via ijkpunten zoals de paasvuurverbranding, een autorodeo en Fokveedag. In deze wereld zijn de jongeren tot elkaar veroordeeld, voelen ze zich geborgen en lijken de jongens ook nog steeds de boventoon te voeren. Brommers Kiek’n toont hun levens zonder waardeoordeel, met oog voor wat klopt en wringt. Als vertegenwoordigers van het platteland, dat elders niet altijd even goed begrepen wordt.

‘Zo, dat was dat’, maakt Geertjan Lassche zijn film, waarin heel veel gebeurt en uiteindelijk weinig verandert, aan het einde weer rond. ‘Het laatste en het eerste feest van het jaar is voorbij.’

Tik Van De Meule

Human

In een keet in Sint Jansklooster zit een groep werkemannen aan weerszijden van een lange tafel luidkeels mee te zingen met de nieuwste inhaker die Venti zojuist heeft opgezet. De deejay galmt zelf ook flink mee in de openingsscène van deze korte film. Net als zijn vriend De Pallie, die de volumeknop nog nét iets verder opendraait. Alle aanwezigen hebben vandaag ongetwijfeld flink de handen uit de mouwen gestoken en laten de teugels nu vieren met zang en drank. Want iedereen heeft natuurlijk ook een fles bier voor z’n neus. Zo nu en dan glippen ze even naar buiten, voor een broodnodige pitstop.

Vanuit het hoofdkwartier van de radiozender Tik Van De Meule (25 min.) in het Overijsselse dorp wordt Noordoost-Nederland van piratenhits voorzien. ‘Dat is toch mooi: een hobby waarbij je een pilsje mag drinken?’ zegt De Pallie tegen filmmaker Geertjan Lassche, als hij na het weekend de studio gaat opruimen. Samen met Venti voert hij ook de biervoorraad weer aan. Want dinsdag, klokslag om 15.55 uur, begint een nieuwe week en zijn in de hele omgeving weer hun hits te horen. ‘De meeste mensen die werken met de handen luisteren naar geheime zendermuziek’, aldus De Pallie.

Via de twee dragende krachten van Tik van de Meule belicht Lassche, zelf ook een kind van de provincie Overijssel, in deze korte docu een stuk Nederland dat zich nogal eens vergeten en achtergesteld voelt. Noem ’t zoals je wilt: het platteland, de provincie of BBB-achterland. Een wereld van gestampte pot, bloemencorso’s en feesten in grote tenten. Waar ze trots zijn op de boer, dialect spreken en, dat ook, weinig moeten hebben van ‘de hooggeleerde mensen’ in Hilversum. Want daar draaien ze de (Nederlandstalige) muziek niet, waarvan zij weten dat ie in het halve land hartstikke populair is.

Hemelsbreed is Sint Jansklooster slechts zo’n honderd kilometer verwijderd van de randstad. Gevoelsmatig ligt het Overijsselse dorp echter in een compleet andere wereld. Geertjan Lassche kent die als geen ander, maakte er al eerder films (Brommers Kiek’n bijvoorbeeld) en heeft ook duidelijk sympathie voor al die gewone mensen van doorgaans weinig (en al helemaal geen grote) woorden, die normaal doen al gek genoeg vinden en in tijden van nood, die zich ook in deze heel aardige impressie van hun leefwereld onvermijdelijk aandient, wat voor elkaar over hebben.