Kidnapped: Elizabeth Smart

Netflix

Als de veertienjarige Elizabeth Smart op 5 juni 2002 door een onbekende wordt ontvoerd uit haar eigen slaapkamer in de chique wijk Federal Heights in de Amerikaanse stad Salt Lake City, is er maar één getuige: haar jongere zus Mary Katherine.

‘Als je schreeuwt, schiet ik je neer’, zou de ontvoerder tegen Elizabeth hebben gezegd, volgens de verklaring van het negenjarige meisje bij de politie. ‘Anders doe ik je niets.’ Of ze de stem van de man herkende, wil de agent weten. ‘Ja’, zegt Mary Katherine bedremmeld. Daarmee richt ze, zonder dat ze het zelf doorheeft, de aandacht van de politie op haar eigen familie. En dan blijkt dat het huisalarm die avond toevallig was uitgeschakeld en dat het slaapkamerraam van de zussen helemaal geen braaksporen bevat. Rechercheurs bijten zich dus vast in Elizabeths directe familieleden.

Ruim twintig jaar later kijken Mary Katherine Smart, vader Ed, diens broers Dave en Tom én het slachtoffer zelf in de true crime-docu Kidnapped: Elizabeth Smart (91 min.) terug op wat er zich destijds heeft voltrokken in Salt Lake City, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Utah en de Mormoonse Kerk die daar zetelt. In een tragische geschiedenis die onvermijdelijk doet denken aan de geruchtmakende zaken rond Madeleine McCann en JonBenét Ramsey. Alleen heeft het slachtoffer van deze kwestie, dat staat vanaf het begin vast, ’t er dus levend vanaf gebracht.

Bijna halverwege spoelt regisseur Benedict Sanderson zijn film terug en vertelt het verhaal van de ontvoering nóg eens, nu vanuit een ander perspectief. Zo wordt langzaam maar zeker duidelijk wat er is gebeurd met de vrome tiener, die negen maanden spoorloos is geweest en in die tijd een hel op aarde heeft leren kennen, en werkt deze degelijke docu, die nog wel wat dieper had mogen gaan, toe naar een enigszins Amerikaans einde.

De Nederlandse Kampbewakers Van Auschwitz

Videoland

‘Na bijna vijftien jaar onderzoek sta ik hier nu eindelijk in Auschwitz, de plek waar minstens 24 Nederlandse SS’ers tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben gewerkt’, vertelt journalist en onderzoeker Stijn Reurs bij de start van De Nederlandse Kampbewakers Van Auschwitz (100 min.).

Reurs heeft een soort presentatorrol in dit tweeluik van Nathalie Toisuta en Jurjen Nieuwenhuizen, dat de verhalen opdiept van landgenoten die een rol speelden in de ultieme moordfabriek. Daarover zwegen zij tijdens hun leven doorgaans als het graf. En als ze er uiteindelijk tóch over vertelden, bezorgde dit hun kinderen en kleinkinderen het schaamrood op de kaken. Tachtig jaar na dato nog altijd overigens.

De eerste getuigenis van een familielid van een Nederlandse kampbewaker laat echter ruim een half uur op zich wachten. Voor die tijd is vooral Stijn Reurs zelf aan het woord, zo nu en dan ondersteund door vakbroeders zoals Christophe Busch en Gideon Greif en enkele overlevenden van het vernietigingskamp. Reurs vertelt uitgebreid over zijn eigen onderzoek, Auschwitz en de Tweede Wereldoorlog in het algemeen.

De verhalen van de 24 Nederlandse SS’ers volgen later, zo nu en bekrachtigd door hun, al dan niet geanonimiseerde, nazaten. Ook dan blijft Reurs echter veelvuldig in beeld en aan het woord, weidt hij flink uit en laat ie ook niet na om het belang van zijn eigen onderzoek te benadrukken. De Nederlandse Kampbewakers Van Auschwitz wordt daardoor erg uitleggerig en bevat veel informatie die in wezen weinig toevoegt.

Het is daardoor de vraag of de op zichzelf belangwekkende verhalen van foute Nederlanders die Reurs tijdens zijn onderzoek heeft opgediept werkelijk twee delen van vijftig minuten speelduur rechtvaardigen. Één episode had waarschijnlijk ook wel volstaan. Dan had meteen de rol van de journalist/onderzoeker flink kunnen worden ingeperkt en was het geheel ook minder praterig geworden.

Zodat dit tweeluik zich daadwerkelijk volledig zou concentreren op die ene pijnlijke constatering: dat ook ‘gewone’ Nederlanders bereid waren om een rol te spelen in de diepste hel die de mensheid heeft voortgebracht.

De Bellers

Remko Liebregts / KRO-NCRV

Een speciaal team onderhoudt het contact met de familie van de patiënten. Vanwege de strenge Corona-maatregelen, tijdens de eerste golf in het voorjaar van 2020, moeten ze dat telefonisch doen. Vrijwel dagelijks informeren De Bellers (75 min.) verwanten over hoe het gaat met hun vader, moeder of broer, die is opgenomen op de Intensive Care-afdeling van Amsterdam UMC.

Het zijn intensieve gesprekken. De familieleden aan de andere kant van de lijn, die vaak al een hele tijd zijn afgesneden van hun geliefde, snakken naar goed nieuws. Soms kunnen de artsen van het speciale support team hen inderdaad hoop geven, andere keren moeten ze die hoop juist de bodem inslaan. De bijbehorende emoties zijn regelmatig van hun gezicht af te lezen als ze de familie empathisch en toch professioneel proberen te informeren.

Die telefoongesprekken vormen het hart van deze observerende documentaire van Meral Uslu, Maria Mok, Paul Cohen en Martijn van Haalen, die verder nog enkele indringende scènes vanuit het ziekenhuis zelf bevat. De gesprekken geven enerzijds inzicht in wat er ook op menselijk vlak van ziekenhuisartsen wordt gevraagd en laten tegelijkertijd zien hoe zij dat deel van hun werk tijdens de pandemie echt met één arm op de rug gebonden moeten doen.

Tijdens sommige telefoontjes, met familieleden die niet of nauwelijks Nederlands spreken, worden ze gedwongen om nóg een extra omweg, via een tolk, te nemen. ‘Goeiedag, meneer’, begint dokter Remko Liebregts bijvoorbeeld zo’n gesprek. ‘We hebben elkaar dit weekend gesproken. Toen ging het nog niet zo goed met uw broer, maar de situatie lijkt nu wat gunstiger te zijn.’

Nadat de arts heeft uitgelegd dat de patiënt minder ondersteuning nodig heeft van beademingsapparatuur, neemt de Imam en geestelijk verzorger van het ziekenhuis het over. ‘Met Allah’s hulp is zijn toestand verbeterd’, geeft Mohammed Ben Ayad een vrije vertaling van Liebregts’ boodschap aan het familielid aan de andere kant van de lijn. ‘Moge Allah jullie kracht geven, zodat jullie sterk blijven. En dat Hij jullie gebeden mag accepteren en dat Hij jullie beloont.’ De man reageert geëmotioneerd. ‘God zij dank’, klinkt het. ‘God zij geprezen.’

Het Coronavirus blijkt echter een grillige vijand. De patiënt die nu uit de gevarenzone lijkt te zijn, kan morgen weer in kritieke toestand geraken. De medici kunnen soms niet meer dan volgen en proberen de verwanten daarin mee te nemen. Dat verzacht beslist de pijn – al kan die lang niet altijd worden weggenomen.