McCartney – The Hunt For The Lost Bass

BBC / Freemantle / Dartmouth Films

Toen The Beatles in het voorjaar van 1970 uit elkaar gingen, raakte het instrument waarmee Paul McCartney groot was geworden vermist. Hij kocht de Höfner-vioolbasgitaar nadat Stu Sutcliffe, de oorspronkelijke bassist van de Britse band, in 1961 had besloten om voor de liefde in Hamburg te blijven en niet met de rest terug te keren naar Liverpool. Gitarist McCartney nam Sutcliffes taak toen over en kocht een bas die de hele Beatles-carrière meeging – en toen spoorloos verdween.

De zoektocht naar ‘de heilige graal van de rock & roll’ drijft de documentaire McCartney – The Hunt For The Lost Bass (87 min.) van Arthur Cary. Het is nog wel even de vraag om welke basgitaar het precies gaat: in 1963 kreeg McCartney namelijk een vervangende bas, van dezelfde Duitse fabrikant. Het oorspronkelijke instrument is waarschijnlijk voor het laatst vereeuwigd op een foto van de befaamde Let It Be-sessies in 1969. Jan en alleman heeft hem sindsdien echter nog gezien, vermoedelijk in de contreien van Bigfoot, het Monster van Loch Ness of Elvis.

Met de goedkeuring van Paul zelf, die ook zijn jongere broer Mike heeft gecharterd voor deze smakelijke film, gaat een medewerker van Höfner, Nick Wass, op zoek naar de befaamde basgitaar. Zijn echtgenote Cathy Harrison bedenkt een pakkende slogan: #TraceTheBass. De twee krijgen in 2023 versterking van een ander echtpaar, de ‘basdetectives’ Scott en Naomi Jones. Zodra hun zoektocht uitlekt naar de media, ontstaat er zelfs een soort nieuwe Beatlemania: de Joneses ontvangen binnen 48 uur zeshonderd e-mails met tips en aanknopingspunten.

Op het pad dat hen naar die befaamde bas moet leiden stuiten ze op een bonte stoet aan personages, zoals de Duitse graphic designer Klaus Voormann (die in Hamburg nog bijna zelf bassist van The Beatles was geworden), Pauls vakbroeder Elvis Costello, Wings-geluidstechnicus Ian Horne, de verdachte roadie Dik Mik, anti-Beatlesband Hawkwind en twee ambulancebroeders die helemaal idolaat zijn van de ‘fab four’. Via hen en die bas vindt Cary intussen een nieuw geitenpaadje naar de weg die McCartney en z’n bandje hebben afgelegd en die in docu’s al zo vaak is nagelopen.

Milli Vanilli

SkyShowtime

Robert had een Beiers accent, legt Ingrid Segieth, bijgenaamd ‘Milli’, uit in de documentaire Milli Vanilli (106 min.). En Fabrice een Franse tongval. Zingen was voor hen dus ‘nicht im Frage’, volgens de assistente van de Duitse producer Frank Farian. Dansen konden de twee echter als de besten. En ze zagen eruit als potentiële wereldsterren.

Farian besloot de twee appetijtelijke zwarte jongens, die niets hadden te verliezen, dus maar te laten playbacken. Voor de zangpartijen van Milli Vanilli’s debuutsingle Girl, You Know It’s True schakelde hij de Amerikaan Brad Howell in. De raps kwamen voor rekening van Charles Shaw. ‘Hij schreef een cheque voor 12.000 dollar uit’, herinnert die zich. ‘Maar houd wel je mond.’

Volgens Fabrice Morvan, tegenwoordig woonachtig in Amsterdam, hadden Rob Pilatus en hij intussen geen keuze. Ze tekenden in 1988 een wurgcontract bij Farian, de man die ook Boney M. groot had gemaakt. ‘Don’t fuck with me’, had de producer gezegd bij de ondertekening ervan. ‘Don’t ever fuck with me.’ Zij konden dus niet anders en werden gewoon geacht om het spel mee te spelen.

Nonsens, volgens Ingrid Segieth. ‘Het was absoluut nooit een probleem’, stelt zij. ‘Zij wilden succes hebben en beroemd worden.’ En dat ging een hele tijd goed. Milli Vanilli scoorde de ene na de andere hit, brak ook door in Amerika en werd toen genomineerd voor een Grammy. Met Neneh Cherry, Indigo Girls, Soul 2 Soul en Tone Loc streden ze om de Award voor beste nieuwe artiest.

Terwijl zij de leugen leefden, maakt Luke Korem in deze lekkere popfilm duidelijk, was zo ongeveer iedereen in de muziekbusiness al op de hoogte van hun geheim. Het was een kwestie van tijd voordat de zeepbel zou worden doorgeprikt. En toen dat daadwerkelijk gebeurde, werden Rob en Fab het gezicht van dat echec – en bleven al die bobo’s met boter op het hoofd lekker buiten beeld.

Het is een tragische geschiedenis die door Fabrice en vrijwel alle andere direct betrokkenen uit de doeken wordt gedaan. Alleen Frank Farian, die eerder dit jaar overleed, en Rob Pilatus, wiens lot zich al snel laat raden, ontbreken in deze moderne parabel over de schone schijn van de popwereld. Waarbij het natuurlijk extra saillant is dat het ging om een witte producer en twee zwarte jongens.

Uiteindelijk maakten ze zich echter allemaal – zowel de betrokken zangers, rappers, dansers, songschrijvers en muzikanten als de medewerkers en honcho’s van Milli Vanilli’s platenlabels in Duitsland en de Verenigde Staten – schuldig aan een vorm van opportunisme die bepaald niet alleen in de entertainmentwereld voorkomt: zolang het scoort, doet de rest er eigenlijk niet toe.