The White House Effect

Netflix

Mensen die zich druk maken over het broeikaseffect, zegt de Amerikaanse vicepresident en Republikeinse presidentskandidaat George H. Bush tijdens de hittegolf van 1988, vergeten The White House Effect (97 min.). Als president wil Bush namelijk korte metten maken met de opwarming van de aarde, die voor extreem hoge temperaturen en aanhoudende droogte zorgt.

In 1977 is één van zijn voorgangers, de Democraat Jimmy Carter, in een memorandum al gewaarschuwd voor ‘een catastrofale klimaatverandering’ en dringend opgeroepen om over te schakelen naar non-fossiele brandstoffen. Carter houdt een alarmerende speech en neemt concrete initiatieven om de situatie te verbeteren, bijvoorbeeld op het gebied van zonne-energie. ‘Energiebesparing moet een manier van leven worden.’

Niet veel later staan er echter lange rijen bij Amerikaanse tankstations. En die worden Carter aangewreven. Bij de presidentsverkiezingen van 1980 wordt hij verslagen door Ronald Reagan en zijn vicepresident Bush, een echte ‘oilman’ uit Texas. Zij nemen zich voor om bedrijven weer veel meer armslag te geven. Indachtig Reagans fameuze oneliner: Government is not the solution to our problem. Government is the problem.’

Dat blijkt vragen om problemen, laat deze archieffilm van Bonni Cohen, Pedro Kos en Jon Shenk nog eens fijntjes zien. ‘We kunnen óf proberen om onze samenleving aan te passen aan het leven op een warmere planeet’, constateren onderzoekers van oliegigant Exxon al in 1984 in een intern rapport, ‘óf, om dat probleem te voorkomen, het gebruik van fossiele brandstoffen sterk inperken.’ Maar regulering wil Exxon niet.

Hoewel hij volgens zijn Democratische opponent Michael Dukakis behoort tot de ‘milieusloopploeg’, wil George Bush in 1988 wél werk gaan maken van het milieu. Als president geeft hij de natuurbeschermer William K. Reilly een toppositie in zijn regering. Die wordt direct geconfronteerd met een gigantische milieuramp als de olietanker Exxon Valdez op Bligh Reef botst en tientallen miljoenen liters olie in de zee begint te lekken.

Binnen de regering Bush klinken er, via chefstaf John Sununu, alleen ook tegengeluiden. De fossiele industrie fluistert hem in dat hun belangen moeten worden beschermd. In de slotverklaring van de internationale klimaatconferentie in Noordwijk van 1989, geïnitieerd door de Nederlandse milieuminister Ed Nijpels, wordt 2000 als streefjaar voor de reductie van CO2-uitstoot dus geschrapt – en economische groei toegevoegd.

Het blijkt een scharnierpunt in het Amerikaanse klimaatbeleid. De fossiele industrie is zich dan ook in het publieke debat gaan mengen. Tegenover vooraanstaande wetenschappers zoals Stephen Schneider plaatsen zij de klimaatsceptici Richard Lindzen, Patrick Michaels, Fred Singer en Sherwood Idso. Over ‘false balance’ gesproken: échte deskundigen versus door de business betaalde charlatans.

Met bestaand archiefmateriaal en interne documenten vanuit het Witte Huis en de fossiele industrie, aangevuld met onrustbarende statistieken, toont deze docu ondubbelzinnig aan dat die desinformatiecampagne werkt. De wetenschappelijke consensus over de oorzaken van het broeikaseffect is in twijfel getrokken. En intussen is er ook een valse tegenstelling gecreëerd tussen ‘het milieu’ en ‘de economie’.

The White House Effect zet de hele flikkerse boel nog eens op een rijtje. Over hoe door ontzettende kortzichtigheid, ingegeven door financiële, sociale en electorale belangen, elk zicht op de lange termijn wordt ontnomen. Want ook president George H. Bush verkoopt, na lang twijfelen, zijn ziel weer en gooit z’n klimaattsaar Reilly tijdens de zogeheten ‘Earth Summit’ van Rio de Janeiro in 1992 rücksichtslos voor de bus.

De ironie wil overigens dat Bush’ opvolger Bill Clinton, met het uiterst groene congreslid Al Gore als zijn vicepresident, er intern een duidelijk uitgangspunt voor de campagne op nahoudt: it’s the economy, stupid. Uitroepteken.

Bodem In Beweging

Human

‘Gas terug’, roepen boze Groningers tijdens een demonstratie tegen de ‘gasverslaafde’ overheid en haar ‘gewillige dealers’, de NAM en ExxonMobil. ‘Genoeg = genoeg’, staat er op spandoeken. Als minister van Economische Zaken Eric Wiebes in 2018 eindelijk de gaskraan dichtdraait, levert dat echter weer zijn eigen problemen op. Want tegelijkertijd wordt ook de zogenaamde versterkingsoperatie teruggeschroefd. Dit betekent opnieuw onzekerheid voor Groningers die als gevolg van de aardgaswinning al jaren lijden onder aardbevingen en moeten leven in onveilige woningen.

Sommige bewoners van Overschild, een dorp dat is gebouwd op veengrond en dat volledig gesloopt en herbouwd zal gaan worden, hoeven bijvoorbeeld voorlopig niet meer op nieuwbouw te rekenen. Tegelijkertijd zien zij hoe andere dorpsbewoners al wel een nieuw huis kunnen betrekken. In Bodem In Beweging (53 min.) tekenen Saskia Jeulink en Kees Vlaanderen op hoe deze gebeurtenissen opnieuw een wissel trekken op de kleine gemeenschap die al zo lang in onzekerheid leeft en de overheid, en de daaraan gelieerde bedrijven, als zéér onbetrouwbare partners heeft leren kennen.

Ze zetten de ontwikkelingen in Overschild af tegen verklaringen van onder anderen de voormalige bewindslieden Wiebes en Henk Kamp, NAM-directeur Bart van de Leemput, Shell-topman Ben van Beurden en Albert Rodenboog, oud-burgemeester van Loppersum, tegenover de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen. Daar kunnen ook gedupeerden hun zegje doen. ‘Als de overheid zo met ons omgaat, is er geen plek meer voor eerlijke mensen in Nederland’, zegt een man bijvoorbeeld tijdens een hoorzitting. Hij is al op zoek geweest naar een boom.

’s Mans wanhoop is tastbaar en niet te negeren, herkenbaar bovendien bij allerlei lot- en provinciegenoten en symboliseert de enorme afstand die is ontstaan tussen de Haagse werkelijkheid – waarin een term als leveringszekerheid toch vooral optimale aardgasexploitatie lijkt te moeten verhullen – en de Groningse realiteit – waarbij huizen, gezinnen en gemeenschappen letterlijk op hun grondvesten zijn gaan schudden. Daarmee is deze documentaire een aardige bijsluiter voor het ontluisterende rapport ‘Groningers Boven Gas’ dat de enquêtecommissie eind februari heeft gepresenteerd.

Een film die net als eerdere producties van Kees Vlaanderen (De Kleine Oorlog Van Boer Kok en Tegenwind – Het Verdriet Van De Veenkoloniën) de bijzondere moeizame relatie tussen overheid en burger weergeeft en het gebrek aan vertrouwen van gewone Nederlanders in behoorlijk bestuur dat daaruit is voortgevloeid.

The Power Of Big Oil

VPRO

Het is moeilijk om níet woest te worden van deze nauwgezette reconstructie van de pogingen van de fossiele industrie om het Amerikaanse klimaatbeleid te ontregelen. Eind jaren zeventig laat oliemaatschappij ExxonMobil enkele wetenschappers de rol van de mens bij de opwarming van de aarde onderzoeken. De conclusie liegt er niet om: als het verbruik van fossiele brandstoffen niet wordt teruggedrongen, zal het klimaat significant veranderen. ‘Het is onze morele verantwoordelijkheid om ons onderzoek te publiceren’, leest wetenschapper Martin Hoffert voor uit het rapport. ‘Als we dat nalaten, is dat een inbreuk op Exxons ethische opvattingen over eerlijkheid en integriteit.’

Toch is dat precies wat er gebeurt: het rapport over klimaatverandering verdwijnt in de diepste lade. Want volgens de topmannen van multinationals zoals ExxonMobil is er geen praktisch en betaalbaar alternatief voor fossiele brandstof. Om hun eigen bedrijvigheid te beschermen beginnen ze zich dus actief bezig te houden met klimaatontkenning. Dat start met het zaaien van twijfel over wetenschappelijke bevindingen – via dik betaalde opiniemakers, die hun sporen vaak al hebben verdiend als vertegenwoordiger van de tabaksindustrie, en belangenorganisaties met neutraal klinkende namen als de Global Climate Coalition – en eindigt met agressieve desinformatiecampagnes en juridische procedures.

De meeste beslissers en uitvoerders van dat beleid zeggen natuurlijk beleefd ‘nee’ als ze door Robin Barnwell en Gesbeen Mohammad worden gevraagd om daarover eens tekst en uitleg te geven in het tweeluik The Power Of Big Oil (107 min.). Daarbij hebben ze tenslotte helemaal niets te winnen. De (dappere) uitzondering die wel plaatsneemt voor de camera kan een trotse glimlach vaak nauwelijks onderdrukken: dat hebben ze toch maar mooi voor elkaar gekregen met hun denktanks, pseudowetenschappers en straffe PR-trucs. En deze lieden zijn al zo vaak gevraagd naar de maatschappelijke implicaties van hun werk dat ze daarvan ook niet meer van hun stoel vallen (al trekt een enkeling – en dat valt te waarderen – wél en plein public het boetekleed aan).

‘Om de klimaatcrisis op te lossen moeten we de desinformatie-crisis oplossen’, zegt het Democratische congreslid Ro Khanna, die onlangs de CEO’s van de grote brandstofconcerns flink aan de tand heeft gevoeld, niet voor niets aan het eind van dit ontluisterende betoog in twee bedrijven. Heel veel hoop valt er uit het voorgaande relaas evenwel niet te putten. Zolang er op de korte termijn nog altijd winst is te maken, blijft het aantrekkelijk om de lange termijn-gevolgen van het gekozen beleid gewoon te negeren. Die zijn, zoals dat dan gaat, voor hun en onze kinderen en kleinkinderen.

The Corporation

Is het een monster, een kapitalistische weldoener of toch een psychopaat? In het messcherpe video-essay The Corporation (144 min.) uit 2003 ontleden Mark AchbarJennifer Abbott en Joel Bakan (die ook het gelijknamige boek schreef) wat een onderneming nu eigenlijk is, wat zo’n in essentie indentiteitsloze entiteit werkelijk beoogt en wat daarvan de maatschappelijke impact is. De aanleiding is amoreel gedrag van (CEO’s van) multinationals, de toon zonder enige twijfel links-activistisch en de overkoepelende boodschap nog altijd ontzettend actueel: de namen van toenmalige boosdoeners als Exxon, Dow Chemical en Monsanto kunnen moeiteloos worden vervangen door moderne pendanten zoals Facebook, Google en – in een Nederlandse context – Shell en de NAM.

Omlijst door een aanstekelijke mixture van fragmenten uit nieuwsreportages, commercials, voorlichtingsfilmpjes, animaties, speelfilms en documentaires geven zowel linksige opiniemakers zoals Noam ChomskyNaomi Klein en Michael Moore als (voormalige) topmannen van internationaal opererende ondernemingen, beurshandelaren, vertegenwoordigers van rechtse denktanks en de Nobelprijs-winnende vrije marktdenker Milton Friedman hun visie op de aard van onderneming en het kapitalisme in het algemeen. Mijn eerste reactie op de aanslagen van elf september? bekent een beurshandelaar openhartig. Simpel: ‘Gaat de goudprijs nu omhoog?’ Ofwel, het welbekende adagium: never waste a good crisis.

Alles op de wereld zou een exploitant moeten hebben, stelt een andere geboren entrepreneur zelfs. Want zo iemand draagt beslist zorg voor zijn eigen eigendom. En dat zou dan de ultieme bescherming zijn voor alles wat waarde vertegenwoordigt. Deze film toont nochtans moeiteloos aan dat diezelfde wereld nog veel vaker compleet weerloos is tegenover de mensen en bedrijven die van ‘moving product’ hun hoogste ideaal hebben gemaakt en zoomt in op enkele absurde voorbeelden van dat doorgeslagen kapitalisme, zoals het doodenge Disney-stadje Celebration in Florida, een undercover-campagne voor ‘real life-product placement’ en het patenteren van zowat alles wat je in je stoutste dromen kunt bedenken; van de complete drinkwatervoorziening in de Boliviaanse stad Cochabamba tot levende organismen (waarbij de mens, vooralsnog, is uitgezonderd).

Voor de Amerikaanse wet hebben ondernemingen dezelfde rechten als fysieke personen. Ze moeten dan echter wel worden beschouwd als psychopathische personen, constateren de makers van The Corporation. Zorgvuldig vinken ze alle eigenschappen af op de zogenaamde ‘Personality Diagnostic Checklist’ van de World Health Organisation. De gevolgen laten zich raden: van stuitende witte boordencriminaliteit en slinkse marketingcampagnes die volledig zijn gericht op maximaal zeurende kinderen tot exploitatie van mens en dier, massaontslagen, de verspreiding van ziektes, klimaat- en milieuverontreiniging en – natuurlijk! – oorlog. ‘Elk mens van vlees en bloed is een morele persoon’, stelt Noam Chomsky. ‘Tegelijkertijd laten we allerlei verschillende soorten gedragingen zien. Ieder van ons kan, onder bepaalde omstandigheden, medewerker van een gaskamer of juist een heilige worden.’

Dat is een ontnuchterende gedachte, met potentieel nefaste gevolgen. En die worden in deze pamflettistische film in een naargeestige historische context geplaatst – inderdaad: de banden tussen Hitler-Duitsland en bedrijven als IBM en Coca Cola (dat speciaal voor de Duitse markt Fanta ontwikkelde) – en zeker niet altijd even genuanceerd uitgeserveerd. Behalve voor winst zouden die ondernemingen immers ook – ik noem maar een dwarsstraat – voor perspectief voor mensen en hun gemeenschappen kunnen zorgen. Als totaalpakket is The Corporation niettemin een indrukwekkende aanklacht tegen het ongebreidelde kapitalisme, dat in grote delen van de wereld nog altijd – ook ná de financiële crisis van 2008, waarvan nog altijd niet iedereen is hersteld – als een allesomvattend geloof wordt aangehangen.