The Rachel Divide

Netflix

Kun je zwart zijn als je twee witte biologische ouders hebt? Rachel Dolezal voelt zich Afro-Amerikaans en profileert zich ook als zodanig, maar ze is in werkelijkheid zo blank als wat. Een doorgeslagen wigger, een white nigger, zogezegd. Dat bleef alleen verborgen. In haar woonplaats Spokane manifesteerde ze zich ‘gewoon’ als woordvoerder van de plaatselijke afdeling van de burgerrechtenbeweging NAACP en roerde ze zich danig in de Black Lives Matters-discussie.

Nadat er in 2015 twijfel ontstond over haatmail die ze in die hoedanigheid zou hebben ontvangen, werd Dolezal kritisch bevraagd door een lokale televisiejournalist. Daarbij kwamen er ook twijfels aan het licht over haar achtergrond. Was ze eigenlijk wel zwart of gewoon ‘een witte vrouw met een afro’? Dolezal probeerde de vraag te ontwijken, liep weg van het interview en viel en passant met donderend geraas van haar voetstuk als spreekbuis van de zwarte gemeenschap.

En nu moet ze verder met haar leven, bespot en verafschuwd. Als een soort Amerikaanse variant op Sylvana Simons, die behalve met haar natuurlijke tegenstanders ook nog eens strijd moet leveren met medestanders die twijfelen of ze is wie ze zegt te zijn en vinden dat ze hun zaak heeft verraden. The Rachel Divide (104 min.) registreert dat ontregelende proces. Dolezal besluit (natuurlijk, zou ik bijna zeggen) om een boek te schrijven. En ze is ook nog zwanger. Van een zwart kind. Toch?

Regisseur Laura Brownson vertelt dat verhaal grotendeels vanuit het perspectief van Dolezal en pleegt bijvoorbeeld geen wederhoor bij haar familie, waarmee ze in enkele diepgaande conflicten verzeild is geraakt (die tevens een licht werpen op haar opmerkelijke levenswandel). Ze houdt het bij de omstreden hoofdpersoon zelf, en haar kinderen die duidelijk met de kwestie in hun maag zitten, maar legt Dolezal hoogst zelden ongenadig op het rooster. Dat laat ze over aan andere media, die de gevallen vrouw met een ‘transraciale identiteit’ maar al te graag en plein publique het vuur aan de schenen leggen.

Ophef en conflict scoren immers altijd. Waarmee Rachel Dolezal, die een getroebleerde jeugd aanvoert als reden voor haar identificatie met zwart Amerika, opnieuw het podium krijgt dat ze blijkbaar zo naarstig zoekt. Ze laat zich maar al te graag opvoeren als het zwarte/witte schaap in het mediacircus dat steeds weer rond haar wordt opgetrokken. Het resulteert uiteindelijk in een ontluisterende slotscène, die deze schrijnende film en de controversiële hoofdpersoon daarvan in een ongemakkelijk perspectief plaatst.

Whitney: Can I Be Me

Showtime

Je kunt het meisje wel uit ‘the hood’ halen, maar haal je ‘the hood’ daarmee ook uit het meisje? Whitney Houston, de zwarte zangeres die in de jaren tachtig werd verkocht als een blanke popster, kon er eigenlijk geen vrede mee hebben. Mag ik alstjeblieft mezelf zijn?, schijnt ze regelmatig te hebben gevraagd.

De aangrijpende documentaire Whitney: Can I Be Me (100 min.) van Nick Broomfield en Rudi Dolezal komt achter de facade van het wereldwijde fenomeen Whitney Houston en richt zich op het meisje met de koosnaam ‘Nippy’, dat opgroeide in een volksbuurt van Newark en daar een tragische voorliefde voor drugs opdeed.

Whitney: Can I Be Me is te vergelijken met de Oscar-winnende film over de Britse zangeres Amy Winehouse, die eveneens aan een langverwachte overdosis overleed. Eigenlijk vind ik deze documentaire zelfs beter omdat ie er ook echt in slaagt om Houstons onvermijdelijke ondergang te duiden.

Hoewel diverse familieleden en direct betrokkenen van de zangeres, onder wie haar zingende moeder Cissy Houston, aan het woord komen is Whitney een ongeautoriseerde film. Kevin MacDonald (Marley) werkt intussen aan een officiële documentaire over de zangeres, die ook binnen afzienbare tijd moet uitkomen.