Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul

KRO-NCRV

Niemand had zien aankomen dat de Taliban de macht in Afghanistan in augustus 2021 zo snel zouden kunnen overnemen. Behalve iedereen die op de hoogte was van de situatie ter plaatse.

Voor de medewerkers van de Nederlandse ambassade in Kabul kwam dit volgens plaatsvervangend ambassadeur Ceel Roels in elk geval helemaal niet als een verrassing. Toch hield de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Sigrid Kaag, in de Tweede Kamer staande dat het tempo van de opmars van de Taliban de hele internationale gemeenschap had overvallen. Zij is ook de grote afwezige in het vierdelige docudrama Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (123 min.) over Nederlands vertrek uit Afghanistan, waarin haar ministerie flink onder vuur wordt genomen.

Er was nóg een opvallend meningsverschil: de ambassade wilde alle zestig lokale medewerkers evacueren, Den Haag slechts drie. Daarnaast is er het verhaal van het ambassadeteam, dat al was vertrokken toen de nood aan de man kwam op het vliegveld van Kabul en ‘burger’ Janno Cazemier, die hier z’n verhaal doet, verantwoordelijk maakte voor de evacuatie van tolken en andere Afghaanse ondersteuners van Nederland. Over wie, via de ‘leave no man behind’-regeling, wel en niet in aanmerking kwamen voor evacuatie, ontstond daarna ook nog politieke discussie.

Die keuze kon letterlijk van levensbelang worden, zo wordt nog eens bevestigd door het verhaal van de Afghaanse vriendinnen Aziza en Mursal, met behulp van acteurs gedramatiseerd, en een aantal plaatselijke medewerkers, die op hun onderduikadres in Afghanistan zijn geïnterviewd. Uit veiligheidsoverwegingen zijn zij stuk voor stuk, soms met behulp van AI, geanonimiseerd. Ze voelden zich aan hun lot overgelaten door de Nederlanders. En dat zorgt bijna vijf jaar later nog altijd voor schaamte bij een aantal direct betrokkenen in Nederland.

Via een gat in een hek konden ‘special forces’ op het vliegveld uiteindelijk de veilige plek creëren waaraan deze miniserie, naar een idee van Els van Driel en geregisseerd door Joey Boink en Annemieke Ruggenberg, zijn naam ontleent – al verwijst die titel ongetwijfeld ook naar Watergate en alle andere Gate-schandalen. Want de politici, diplomaten en experts in Holland Gate zijn duidelijk ook van mening dat Nederland z’n ‘ereschuld’ naar Afghaanse medewerkers niet heeft ingelost en de kastanjes bovendien uit het vuur heeft laten halen door vrijwilligers.

Het was een ‘clusterfuck’, aldus CDA-kamerlid Derk Boswijk, tegenwoordig staatssecretaris van het Ministerie van Defensie. Samen met partijgenoot en oud-minister Ank Bijleveld, het kritische kamerlid Salima Belhaj (D66) en voormalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Ankie Broekers-Knol (VVD), die met de suggestie dat er mogelijk 100.000 Afghanen naar Nederland zouden komen nog flink olie op het vuur gooide, verzorgen zij de politieke terugblik op een affaire, waarbij letterlijk mensenlevens op het spel stonden.

Dit gaat consequenties hebben voor militaire missies in de toekomst, concludeert Boswijk aan het eind van deze ontluisterende ontleding van Holland Gate. ‘Wie wil er nog voor Nederland werken als je weet dat, als het fout gaat, je in de steek wordt gelaten?’

Mobutu’s Game

VRT

Op 30 juni 1966 verklaart de Congolese president Joseph-Désiré Mobutu zijn illustere voorganger Patrice Lumumba officieel tot nationale held. Hij was een ‘grote Afrikaan, de eerste martelaar van onze economische onafhankelijkheid’.

Mobutu vertelt er niet bij dat hij zes jaar eerder actief betrokken is geweest bij de moord op Lumumba. Als diens vertrouweling heeft legerleider Mobutu stiekem samengespannen met de voormalige kolonisator België en de Verenigde Staten om de eerste leider van het zojuist onafhankelijk geworden Afrikaanse land vrijwel direct weer van het toneel te laten verdwijnen. ‘Toen Lumumba terugkeerde naar Kinshasa, keek Mobutu toe hoe zijn soldaten hem als een gewone crimineel afvoerden’, vertelt de Congolese politicoloog Georges Nzongola Ntalaja. ‘Hij keek ernaar, met zijn armen over elkaar. Dat beeld zegt alles: hij gedroeg zich als Judas Iskariot bij Jezus Christus.’

In de gezaghebbende vierdelige serie Mobutu’s Game (222 min.) reconstrueren Guillaume Graux, Joost Vandensande en Wendy Bashi met een afgewogen mixture van direct betrokkenen, ‘mobutisten’, politieke tegenstanders, diplomaten en historici het 32-jarige bewind van Mobutu, die in 1965 met steun van de Amerikanen en Belgen aan de macht komt via een coup. Hij lijkt de man om de aanzienlijke westerse belangen in Congo te beschermen, maar begint zich al snel te manifesteren als een klassieke dictator, die opzichtig antikoloniale sentimenten voedt, de Afrikaanse identiteit van z’n land benadrukt en zijn eigen naam verandert naar Mobutu Sese Seko.

Congo noemt hij voortaan Zaïre, een land dat volledig in het teken komt te staan van de megalomane grote leider. De vrouwen, en meisjes, in het bijzonder. Dansen zullen ze. En gewillig zijn. Voor de natie en voor Mobutu zelf, die als een godheid aanbeden wil worden. Dat beeld bevalt hem zelfs zo goed dat hij letterlijk een spot laat maken waarin hij zelf als een opperwezen vanuit de hemelsblauwe lucht neerkijkt op de uitverkoren Afrikaanse natie. ‘Dit betekende het einde van zijn opkomst en het begin van zijn neergang’, concludeert politicoloog Jean Omasombo, aan het einde van de tweede aflevering van deze miniserie. ‘Mobutu zal gek, paranoïde en decadent worden.’

‘Ik zeg: nee tegen democratie’, stelt Léon Engulu, die destijds minister was over Mobutu’s regime. ‘We hebben een sterke autoriteit nodig om vooruit te gaan. Democratie werkt nu eenmaal niet bij armoede.’ Die vereist volgens Engulu een bepaalde welvaart en ontwikkeling. ‘Arme mensen verkopen zichzelf. Die hebben niet de trots om te zeggen: ik verkoop mezelf niet.’ Dan breekt interviewer Joost Vandensande toch even in: heeft Engulu, in wiens villa met zwembad ze nu vertoeven, zichzelf dan niet verrijkt tijdens Mobutu’s bewind? Na de nodige omwegen komt de oud-politicus tot een opmerkelijk antwoord. ‘Ik ben gevormd door de witten. Daarom imiteer ik ze ook.’

Gedetailleerd brengt Mobutu’s Game zo de interne machinerie van een corrupt bewind in kaart. Politieke tegenstanders worden intussen keihard aangepakt. ‘Ik hoop dat u aan het opnemen bent?’ zegt politicus François Lusanga geëmotioneerd tegen de filmcrew. Hij wil vertellen over hoe hij publiekelijk, in aanwezigheid van zijn gezin, werd afgestraft omdat hij ‘t waagde om openlijk kritiek te uiten op de president. Hij werd ‘gebroken en naakt achtergelaten, in aanwezigheid van mijn vrouw en kinderen. Het hele dorp zag ‘t.’ Daarna moest Lusanga nog mee naar het bureau, waar andere agenten klaarstonden om hem verder te martelen. Hij is er nog altijd ontdaan over. ‘Het was walgelijk!’

In de slotaflevering van wat zich laat aanzien als het definitieve portret van Joseph-Désiré Mobutu volgt dan het demasqué van het politieke dier dat ruim drie decennia partijen in binnen- en buitenland tegen elkaar heeft uitgespeeld, om zelf aan de macht te kunnen blijven. Terwijl in de jaren negentig in buurland Rwanda een genocide plaatsvindt die de hele regio destabiliseert, wordt hij alsmaar zwakker en langzaam naar de uitgang gedirigeerd. ‘Ik heb God om vergeving gevraagd namens alle inwoners van Zaïre’, vertelt zijn vrouw Bobi Ladawa, die haar man net als zijn zoon Nzanga en dochters Ndagbia en Yango nog altijd op handen draagt. ‘Want hij was de vader van de natie.’