De Witte Man

Omroep Zwart

Ze heeft een tiental Nederlandse mannen verzameld in haar ‘reservaat’, dat verdacht veel lijkt op een Hollandse kroeg. Ze heten, bepaald niet toevallig, allemaal Jan. Samen vormen Afvaljan, Geschiedenisjan, Reclamejan, Boerjan en hun naamgenoten een aardige afspiegeling van De Witte Man (93 min.). Want daarover wil Qian van Binsbergen haar licht eens laten schijnen. Ze gaat die spreekwoordelijke man in pak ook observeren: in zijn eigen territorium, op een rots in een dierentuin, kan hij ongegeneerd worden aangegaapt, bewonderd en verafschuwd.

Deze driedelige serie is stilistisch een logisch vervolg op De Afhaalchinees, de docuserie waarmee ze in de afgelopen jaren de ene na de andere prijs won. Van Binsbergens signatuur als maker is direct herkenbaar: ze is zelf nadrukkelijk aanwezig, legt dwarse dwarsverbanden (tussen mannen en wolven, vogels en vissen bijvoorbeeld), verbeeldt haar thematiek met theatrale mise-en-scènes, maakt historische uitstapjes, veroorlooft zich best eens een grapje, klutst er vlotte hits doorheen en gaat tussendoor ook nog met Jan en alleman in gesprek. More is more, zogezegd.

Met zowel deskundigen als cultureel antropoloog Gloria Wekker, criminoloog Marieke Liem, sociaal psycholoog Elena Bacchini en politicoloog Sarah de Lange als de mannetjes Tim Hofman (BOOS), Abel van Gijlswijk en Nout Kooij (Hang Youth), Tibor Wouda (fitfluencer) en acteur Michiel Romeyn (de man achter de Jiskefet-personages Oboema ‘de witte neger’, en de lullo, jawel, Van Binsbergen) akkert de filmmaakster actuele thema’s als cancelcultuur, femicide, wit privilege, positieve discriminatie, seksisme, de manosfeer en anti-AZC protesten door.

Met haar geprononceerde voice-over verbindt Qian van Binsbergen al die mensen en onderwerpen losjes met elkaar. Ze zigzagt tussen verhaalelementen, houdt het tempo erin en snijdt daarbij ook wel eens een bochtje af. Want het blijft te allen tijde ook duidelijk waar zij zelf staat: aan de kant van alle niet-witte mannen die van mening zijn dat dat ene roofdier nu maar eens pas op de plaats moet maken, op z’n nummer gezet mag worden of op zijn minst goed in de spiegel dient te kijken. Daarbij vraagt ze zich meteen af of die witte man wel kan zien hoe wit hij is.

Waarbij de wedervraag natuurlijk zou kunnen zijn: ziet zij in elke witte man werkelijk dezelfde witte man? Geen Jan lijkt immers hetzelfde.

The Serial Killer’s Apprentice

HBO Max

Op 8 augustus 1973 werd de politie van Houston gebeld over een schietpartij. Bij een huis in het nabijgelegen Pasadena troffen ze drie tieners aan. Één van hen, Elmer Wayne Henley, vertelde dat hij uit zelfverdediging een man had neergeschoten. De 33-jarige Dean Corll lag naakt in de gang.

Naast het Iijk vond de Texaanse politie allerlei verdachte attributen, zoals touw en seksspeeltjes. In een nabijgelegen boothuis zouden bovendien andere lichamen verborgen liggen. En daar rook ‘t inderdaad naar ontbinding. Zeventien tienerjongens werden er uiteindelijk gevonden. Intussen mocht Wayne, via de autotelefoon van een politieagent, nog even naar huis bellen. ‘Mama, ik heb Dean gedood.’ En dat was niet de enige dood die The Serial Killer’s Apprentice (88 min.) op zijn geweten bleek te hebben.

Henley heeft Dean Corll, een levensgevaarlijke man die later The Candyman Killer zou worden gedubd, wordt beschouwd als een voorvader van John Wayne Gacy en met zeker 27 moorden in verband wordt gebracht, ontmoet op de middelbare school. Hij vroeg of de jongen een mop wilde horen. Een vieze, natuurlijk. Corll had sowieso een uitgekiende manier van ‘groomen’: als medewerker van een snoepwinkel kon hij gemakkelijk naïeve tieners paaien. Om zich er daarna aan te vergrijpen of om hen op te leiden tot zijn hulpje.

Was de zeventienjarige Elmer Wayne Henley sowieso een killer in spe? vraagt criminoloog Katherine Ramsland zich nu in deze true crime-docu zich af. Of toch (ook) een slachtoffer? Ramsland is gefascineerd door seriemoordenaars en schreef samen met Tracy Ullman ook het boek waarop deze slicke film is gebaseerd. Zij had daarvoor een uitgebreid interview met Henley, waarin ze met hem zijn misdaden en verhouding tot Corll analyseerde, telefoontjes die ze nu met liefde en plezier nog eens reconstrueert.

‘Hij probeerde ’t aan allerlei mensen te vertellen’, maar niemand luisterde, herinnert Henley’s moeder Mary zich ook. ‘Niemand geloofde hem.’ ’s Mans geloofwaardigheid is nog altijd een issue, ook bij de verklaringen die hij vanuit de gevangenis geeft aan Ramsland. Vertelt hij daarin de waarheid en niets dan de waarheid? Probeert hij die misschien een héél klein beetje op te leuken? Of is Henley zelfs opzichtig zijn straatje als moordenaarshulpje – één van de twee overigens! – aan het schoonvegen?

The Serial Killer’s Apprentice laat ogenschijnlijk niet het allerachterste van zijn tong zien over zijn gruwelijke activiteiten, in een tijd waarin de term ’seriemoordenaar’ overigens nog helemaal niet was bedacht.