Look Into My Eyes

Dogwoof

Na een readingsessie waarin hij met een suggestie is gekomen die al snel helemaal dood slaat, lijkt de New Yorkse helderziende Per Erik Borja ‘t even helemaal kwijt te zijn. ‘Twijfel je wel eens aan wat je doet?’ vraagt documentairemaakster Lana Wilson hem naderhand. ‘Vraag je je wel eens af of het echt is?’ Per Erik begint direct te glimlachen. ‘De hele tijd’, zegt hij. ‘Ik geloof nooit helemaal in de dingen die ik zeg. Als het niet lukt, vind ik mezelf waardeloos: dit is niet echt, ik ben een eikel. Dat is geen fijn gevoel.’

In Look Into My Eyes (98 min.) kijkt Wilson mee bij de gesprekken van zeven mediums uit New York. Hun cliënten – veelal midden in beeld gezet, waardoor ze recht in de camera kijken – melden zich met uiteenlopende vragen. Waar heb ik op mijn sterfbed spijt van? Hoe ziet mijn leven er over tien jaar uit? Waarom ben ik geadopteerd? Heeft mijn overleden vader een boodschap voor mij? Wat probeert mijn kat mij te vertellen? En hoe vindt mijn betovergrootvader dat ik moet omgaan met zijn verleden als slaaf?

Het zijn intieme sessies waarbij de paragnosten spreken namens overleden (groot)ouders, mensen die hen pijn hebben gedaan of huisdieren. Ieder heeft z’n eigen tone of voice. De één formuleert bedachtzaam, een ander gaat recht op z’n doel af. Ze treffen regelmatig doel: de mensen die tegenover hen hebben plaatsgenomen, voelen zich dan duidelijk gezien en reageren emotioneel. Soms reageren ze echter ronduit verbaasd op wat er van ‘andere zijde’ tot hen komt. Dan slaat de paragnost de plank volledig mis.

Wilson verdiept zich ook in de personen achter de mediums. Stuk voor stuk hebben ze een creatieve achtergrond. Ooit wilden ze acteur, kunstenaar, zanger of (scenario)schrijver worden. Soms willen ze dat nog steeds. Het zijn performers, die zich een wel heel opmerkelijke vorm van improvisatietheater eigen hebben gemaakt. Daardoor staan zij heel erg ‘open’ en lijken ze ook in staat om andermans gevoelens te ‘çhannellen’. En net als gewone stervelingen worstel(d)en ze gedurig met het bestaan.

Lana Wilson is er duidelijk niet op uit om haar hoofdpersonen te ontmaskeren of om te ontdekken wat er precies wel of niet klopt van wat ze hun clientèle vertellen. Ook zij lopen geblinddoekt de toekomst tegemoet – al lijken ze zo nu en dan even tussen de kieren door te mogen kijken. Mensen denken dat we alle antwoorden kennen en weten waarom iets gebeurt, stelt Peter Erik Borja. ‘Maar als het om ons eigen leven gaat en om dingen waar we een emotionele band mee hebben dan zijn we net zo blind.’

Dat zoeken tussen weten en niet weten, als een gids die eigenlijk de weg of eindbestemming ook niet kent, is intrigerend om te zien. Daarmee wordt Look Into My Eyes ook een film over afstemmen en contact zoeken, met de ander en jezelf. En over het accepteren van het onacceptabele en het leven met het onweetbare.

Huidhonger

Tango, Tangor, Ergo Sum, aldus hoogleraar filosofie Wilhelm Schmid. Ofwel, in goed Nederlands: ‘Ik raak en word aangeraakt, dus ik ben.’ Een treffend parool voor de korte documentaire Huidhonger (21 min.). In deze bijna tactiele film, een soort documentaire-variant op ASMR, verkent Lieza Röben het belang van lijfelijk contact voor de menselijke soort.

Ze doet dit via drie tedere portretjes van mensen die zich volledig bloot lijken te geven voor haar camera. Van een jonge vader, die zelf nooit vaderliefde heeft gekend. Het gevoel van die hand in je nek die dwingt, koost en stuurt is hem bijvoorbeeld volledig vreemd. Is hij er klaar voor om dat nu wel mee te geven aan zijn kind?

Van een openhartig Vlaams stel dat elkaar op latere leeftijd heeft gevonden. ‘Ik had via de kleinkinderen een pluchen beer gekregen’, vertelt Zij over de periode dat ze alleen was. ‘En die is mijn toeverlaat geweest in bed.’ Via een mooie, intieme scène in bad, waarbij Hij haar liefdevol inzeept, wordt tastbaar hoe haar nieuwe geliefde levert waaraan ze zo lang ‘nood’ heeft gehad.

En van een jonge vrouw, die een tijd nauwelijks lichamelijk contact had en vooral knuffelde met haar kat. Totdat ze ineens een vriendje kreeg. ‘Ik merkte dat ik me toen zo anders voelde’, herinnert ze zich. ‘Als ik op straat liep voelde ik me ineens onderdeel van de wereld. Ik dacht, hé, ik hoor er gewoon weer bij. Ik ben ook mens. Net als al deze mensen.’

Röben komt héél dichtbij haar hoofdpersoon. Letterlijk: met close-up shots van hun gezicht en lichaam. En figuurlijk: via persoonlijke ontboezemingen, in de vorm van een monologue intérieur, waarin ze hun hart binnenstebuiten keren. Huidhonger wordt zo een film waardoor je echt wordt aangeraakt en waarvan je zelf, of je nu wilt of niet, ook aanrakerig wordt.