A Toxic Love Story

Netflix

‘Je zult nooit aan me ontsnappen’, schrijft de onbekende stalker aan Angela Connell, als ze in 2016 vrijwel direct na hun ontmoeting is gaan samenwonen met Ian Diaz en in verwachting is geraakt van een tweeling. De stalker lijkt geen man, maar een vrouw. ‘Jij hebt mijn leven gestolen’, schrijft ‘LilithisTruth’, die zich heeft vernoemd naar Lilith. De eerste vrouw van de Bijbelse figuur Adam wilde zich niet aan hem onderwerpen en moest vervolgens plaats maken voor Eva. Een duivels personage, zogezegd – of, afhankelijk van je gezichtspunt, een krachtige vrouw.

De logische verdachte is Ians ex-vriendin Michelle Hadley. Ze zijn samen nog eigenaar van de flat in Anaheim, vlakbij Los Angeles, die hij met Angela is gaan bewonen. Angela vraagt een contactverbod aan, maar daarmee is de zaak natuurlijk niet af. Want dan zou deze typische ‘stranger than fiction’-docu A Toxic Love Story (90 min.) nooit zijn gemaakt. En die levert: regisseur Alexandra Lacey keert de ‘bizarre driehoeksverhouding in Orange County’ binnenstebuiten en zet haar volgers daarbij regelmatig op het verkeerde been. Totdat de zaak z’n allerlaatste draai krijgt.

Lacey kan daarvoor terugvallen op bodycams van agenten die worden ingeschakeld, hun audio-opnamen en verhoorbeelden. Het is alleen de vraag waarvoor die precies bewijs leveren. Dat blijft toch afhankelijk van interpretatie. Daarom haalt ze ook enkele direct betrokkenen en ooggetuigen voor de camera, om alle verwikkelingen nog eens goed in te kaderen. Die omvatten bijvoorbeeld een gefingeerde ernstige ziekte, nepecho’s en een online-advertentie op Craigslist, voor een man die een verkrachtingsfantasie wil waarmaken. Bij een vrouw die zelf alleen nog van niets weet.

A Toxic Love Story richt zich volledig op zulke intriges, die met behulp van de verplichte ‘plot twists’ en nogal dikke reconstructies slim worden uitgespeeld. Psychologische diepgang ontbreekt verder. Lacey lijkt nauwelijks geïnteresseerd in de beweegredenen van haar ‘bad (wo)man’. Dat begint gaandeweg, terwijl de verhaalwendingen elkaar in rap tempo opvolgen, wel te knagen. Als de afronding zich aftekent, dient ook de waarom?-vraag zich steeds nadrukkelijker aan. Het antwoord blijft alleen flinterdun. Omdat ‘t er, blijkbaar, binnen deze vertelling niet echt toe doet.

Angela, Ian en Michelle zijn in feite niet meer dan poppetjes in een ingenieus ‘sleeping with the enemy’-spel, dat vooral met ons aller ‘mind’ moet fucken.

A Time For Burning

Contemporary Films

We hebben jullie historie bestudeerd, begint de jonge Afro-Amerikaanse kapper Ernie Chambers, die later nog zal worden verkozen tot het parlement van de staat Nebraska, tegen pastor Bill Youngdahl van de Omaha Augustana Lutheran Church. Jullie zijn niet degenen die ‘We Shall Overcome’ zongen. Jullie breken beloften. Jullie liegen. Julie verkrachten hele landen en volkeren. Jullie geloof is niet serieus te nemen. En jullie wetten stellen ook niks voor, zo bleek onlangs weer in Alabama.

‘Wat ons betreft is jullie Jezus besmet’, vat Chambers nog even samen voor de witte pastor, die contact wilde zoeken met een nabijgelegen zwarte kerk. ‘Net als al het andere dat jullie ons proberen op te leggen.’ Youngdahl, met al z’n goede bedoelingen, druipt af. Hij deelt in grote lijnen Ernie Chambers’ analyse, maar er zit niets anders op: ze zullen de scherven moeten lijmen. Hij gaat zijn eigen, witte, Lutherse congregatie in contact brengen met de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Daarvoor moet de progressieve pastor echter ook in zijn eigen kerkgemeenschap nog praten als Brugman. Kan de Omaha Augustana Lutheran Church zoveel reuring wel aan? Sommige leden zitten bepaald niet te wachten op ‘geforceerde integratie’. De timing is niet goed, vinden zij. En die zal waarschijnlijk ook nooit goed worden, denkt een kritische kijker er meteen achteraan. Sommige ontwikkelingen komen nu eenmaal altijd te vroeg en moeten worden uitgesteld tot Sint Juttemis.

De observerende documentaire A Time For Burning (56 min.) van Bill Jersey en Barbara Connell speelt zich af in 1965, als de Verenigde Staten in vuur en vlam staan door de strijd van Afro-Amerikanen tegen segregatie. Zij eisen hun burgerrechten op, maar vinden bij de kerk doorgaans geen gewillig gehoor. Tot onbegrip van sommige notabelen. Zeker als het gaat om zwarte soldaten die hebben gevochten in Vietnam. Zij worden in eigen land vaak nog als tweederangs burgers behandeld.

‘Als zo’n ‘negro’ terugkeert en bij mij om een baan komt vragen’, zegt Omaha’s burgemeester Alexander V. Sorensen bijvoorbeeld tijdens een speech voor lokale kerkleiders, ‘ben ik niet de burgemeester die gaat zeggen dat hij niet gekwalificeerd is. Voor jou hebben we geen werk. En als hij met z’n gezin naar een fatsoenlijke woning wil, gaat deze burgemeester ook niet zeggen: sorry, jouw huid is zwart. Je bent voor de rest van je leven veroordeeld tot een getto.’

‘Als de kerk zich hier niet mee gaat bemoeien’, besluit Sorensen alarmistisch. ‘Dan vrees ik voor onze toekomst.’ Hij onderschat echter de weerzin binnen de christelijke gemeenschap om daadwerkelijk te integreren, laat deze klassieke direct cinema-film, in 1967 genomineerd voor een Oscar, feilloos zien. Youngdahls loffelijke initiatief zal vastlopen in een drijfzand van onwil, bureaucratie en geouwehoer. Want daarin kun je, om Jan Schaefer tamelijk bruusk te parafraseren, ook niet bidden.