Hulk Hogan: Real American

Netflix

‘Wie was die vent nu echt?’ formuleert Hulk Hogan (1953-2025) zelf bij de start alvast de centrale vraag voor deze vierdelige serie van Bryan Storkel, terwijl de gitaarriff van AC/DC’s banger It’s A Long Way To The Top de titelsequentie aankondigt. Hij realiseert zich terdege dat daarin zijn grote successen als showworstelkampioen aan de orde komen, alsmede de vele scheve schaatsen die hij ondertussen ook nog heeft gereden. Want Terry Bollea, Hulks echte naam, is bepaald geen onbeschreven blad.

Van de cartooneske Amerikaanse viking, de grootste ster die de WWE (World Wrestling Entertainment) ooit heeft voortgebracht, is dan, begin 2025, al niet meer héél véél over. Een versleten man die de schijn probeert op te houden en nog eenmaal zijn verhaal doet in Hulk Hogan: Real American (224 min.). De boomlange, helblonde en zonnebankbruine blaaskaak met de druipsnor, het opengescheurde shirt, de theatraal opengesperde ogen en een bandana of zweetband in felle kleuren laat soms zowaar even de man achter het metershoge imago zien.

Hogan breekt definitief door bij de eerste editie van Wrestlemania in 1985, bezocht door sterren als Muhammad Ali, Liberace en Andy Warhol. Als dit evenement een doorslaand succes wordt, is zijn kostje gekocht. Bollea belichaamt alles wat Ronald Reagans Amerika wil zijn en wordt zijn eigen hype: Hulkamania. Tegelijkertijd zal hij ook vastlopen in zijn eigen mythe: voor Terry Bollea is nauwelijks meer ruimte in het woelige leven van Hulk Hogan. Al snel springt er ook een New Yorkse ondernemer op de trein, die nu graag meewerkt aan deze serie, ene Donald J. Trump.

De president van de Verenigde Staten, de showworstelaar onder de Amerikaanse politici, komt volgens eigen zeggen recht uit een belangrijke Rusland-vergadering. Dit is natuurlijk belangrijker. Verder komen in deze miniserie Hulks (herstel: Terrys) eerste vrouw Linda, zijn zoon Nick en concullega’s zoals Jesse ‘The Body’ Ventura, Bret ‘Hitman’ Hart en Jake ‘The Snake’ Roberts aan het woord over de vleesgeworden actiefiguur. Zelf constateert ie halverwege dat Hulkamania inmiddels een vergelijkbare status heeft als Het Wilde Westen en de Tweede Wereldoorlog..

Natuurlijk is er in Real American ook aandacht voor zijn (leugens over) anabole steroïdegebruik, Heintje Davids-complex, relatieproblemen, realityshow, sekstape en al die groter-dan-grote Wrestlemania-tweekampen met een nieuwe, (on)verslaanbare tegenstander. Zelfs filmmaker en worstelfan Werner Herzog draaft nog even op om de vraag op te werpen of het personage Hulk Hogan ook het privéleven beheerst van de man, waarvan hij de echte naam liever niet wil weten. ‘Houd die maar geheim’, zegt Herzog samenzweerderig bij de start van de laatste aflevering.

Daarin werkt Storkel, met name via gevechten die zijn held buiten de ring moet leveren, toe naar de laatste ronde van Hulk Hogans leven, waaruit hij ruim vier uur grotesk vermaak heeft gepeurd. Gespeend van elke vorm van diepgang of subtiliteit, dat wel.

Travelin’ Band: Creedence Clearwater Revival At The Royal Albert Hall

CCR

‘Historici zullen deze gebeurtenis wellicht ooit duiden als een cruciaal punt in de ineenstorting van het Britse rijk’, stelt een verslaggever op 10 april 1970 met gevoel voor drama. ‘The Beatles gaan uit elkaar!’ Aan Creedence Clearwater Revival nu de opdracht, stelt verteller Jeff Bridges, om het predicaat van ‘grootste band ter wereld’ over te nemen. En dat treft: toevallig maakt de Amerikaanse rockgroep rond zanger/gitarist John Fogerty vier dagen later zijn debuut op Engelse bodem.

Dat cruciale concert is nooit eerder in z’n geheel uitgebracht en vormt nu het wild kloppende hart van Travelin’ Band: Creedence Clearwater At The Royal Albert Hall (82 min.). Zonder enige vorm van opsmuk zwoegen Fogerty (in toepasselijk houthakkershemd), zijn oudere broer Tom (gitaar), Stu Cook (bas) en Doug Clifford (drums) zich door een puike dwarsdoorsnede van hun eerste albums. Werkemansrock zoals het ooit was bedoeld: geen hoogdravende gedachtegangen, moeilijkdoenerij of valse pretenties, gewoon handen uit de mouwen en bloed, zweet en tranen geven.

Van tevoren belicht deze aangeklede concertfilm van Bob Smeaton de kennismaking van het viertal uit El Cerrito in Californië met de Europese steden Kopenhagen, Stockholm, Berlijn, Parijs en Rotterdam, waar ze als archetypische Amerikaanse toeristen rond lijken te banjeren. Daarna schetst hij hun jarenlange pogingen om door te breken, als achtereenvolgens The Blue Velvets, Tommy Fogerty and The Blue Velvets en The Golliwogs. Pas als The Beatles vanuit Engeland een beatrevolutie ontketenen vindt de band zijn uiteindelijke vorm als Creedence Clearwater Revival.

Met John Fogerty, en diens schuurpapieren stem, als blikvanger werpen ze zich op als glorieuze vertolkers van andermans werk (Suzie Q, I Put A Spell On You, The Midnight Special en I Heard It Through The Grapevine) en schrijven ze zelf songs die weer door anderen zullen worden geïnterpreteerd (Proud Mary, Fortunate Son en Have You Ever Seen The Rain?). CCR wordt een beeldbepalende band die, hoewel tegenwoordig enigszins in de vergetelheid geraakt, glorieert op het snijvlak van de jaren zestig en zeventig, de tijd van Vietnam, Woodstock en… radiorock.

Smeaton laat in deze docu vooral de bal het werk doen en vertrouwt erop dat Creedence Clearwater Revivals oorspronkelijke concertmateriaal, aangevuld met tamelijk obligate interviewtjes van tijdens de Europese tournee van 1970, de magie van weleer oproept. En dat werkt, inderdaad, héél aardig.