Aznavour, Le Regard De Charles

Piece Of Magic

Via wat hij zag, krijgen we hem te zien. Charles Aznavour (1924-2018), chansonnier, acteur én amateurfilmer. Een paar maanden voor zijn dood leidde hij regisseur Marc di Domenico binnen in zijn heilige der heiligen: een geheime kamer, bezaaid met filmrollen. Aznavour had die hoogstpersoonlijk volgeschoten met de 16mm-camera, die hij in 1948 kreeg van zangeres Edith Piaf. De zanger zou er tot 1982 zijn leven mee filmen, met een bijzonder oog voor de wereld om hem heen én voor vrouwelijk schoon.

Het (zelf)portret Aznavour, Le Regard De Charles (75 min.) is vrijwel volledig opgebouwd uit deze privébeelden: Charles op de filmset van de anti-oorlogsfilm Un Taxi Pur Toubrouk, Charles en zijn toenmalige geliefde op een zeilboot en Charles omringd door handtekeningenjagers in een Chinese trein. Maar vooral zien we wat hij zag: vanaf het moment dat de ruim twintig jaar jongere Zweedse schone Ulla in zijn leven komt, domineert zij bijvoorbeeld een tijd lang elk frame. En verder: de plekken die hij aandeed en de mensen die hij daarbij ontmoette

Intussen vertelt hij zelf, in voice-overteksten die zijn gebaseerd op interviews en notities van Aznavour en ingesproken door acteur Romain Duris, zijn levensverhaal: telg van een familie die de Armeense genocide ontvluchtte, als zanger onder de hoede genomen door Edith Piaf, doorgebroken in het verre Amerika, comfortabel levend in de internationale jetset en toch altijd verlangend naar dat ene land dat Zij, Armeniërs van de diaspora, moesten verlaten. Want je kan een man wel van zijn geboortegrond halen, maar daarmee haal je die grond nog niet uit de man.

Gekende evergreens als La Bohème, Formidable en She begeleiden Aznavours videodagboek, dat de kijker een intieme blik gunt in zijn gedachtewereld en zielenleven. Aan het eind van de film richt hij zich rechtstreeks tot z’n publiek: ‘Ik heb deze beelden nooit teruggezien. Maar ik wist dat u ze ooit zou zien. Vandaag bent u erbij, meekijkend over mijn schouders. Er is geen scheiding meer, geen lijn meer tussen ons. Onze blikken smelten samen.’

Jacques Brel, Fou De Vivre


Hij leeft voort in zijn tijdloze chansons. Over VesoulRosa of Amsterdam. Jacques Brel kan zijn gehoor veertig jaar na zijn overlijden nog steeds in vervoering brengen. Hij zingt niet, hij vertelt muzikale verhalen. Met zijn gedragen stem, de zwierige gebaren waarmee hij die kracht bijzet en het expressieve hoofd dat grootse emoties communiceert en maar blijft transpireren.

De Belgische chansonnier Jacques Brel móest wel een ster worden, zo lijkt het nu. Maar de documentaire Jacques Brel, Fou De Vivre (90 min.) laat zien dat die conclusie alleen achteraf kan worden getrokken. Vóór het succes was er – gewoon – de twijfel, het onbegrip en de armoe. Jackie Brel had ook gewoon in zijn vaders kartonfabriek kunnen blijven steken. Als lid van de door hem verfoeide Brusselse Burgerij.

‘Waarom ben ik niet gewoon zoals de anderen gebleven? vraagt hij zich vertwijfeld af in deze documentaire van Philippe Kohly als al zijn pogingen, aan het begin van de jaren vijftig, om door te breken in Parijs steeds weer lijken te mislukken. In zijn eigen antwoord klinkt de romanticus door: ‘Omdat ik bang was om vroegtijdig dood te gaan, vroegtijdig oud te worden.’ Zou hij het menen? Of paste zo’n uitspraak ook wel bij wie Brel en plein publique wilde zijn?

In deze biopic, die ‘s mans acteercarrière slechts zijdelings behandelt, krijgt de zanger in elk geval ruim baan en vertelt hij, via talloze oude interviewfragmenten, zijn eigen verhaal. Een dominante verteller kadert die met verve in. Jacques Brel, Fou De Vivre is verder op smaak gebracht met enkele geanimeerde scènes en héél véél prachtig concertmateriaal. Van de zanger in optima forma, die niet zonder zijn publiek kon en eeuwig aan zichzelf bleef twijfelen – tot kotsen aan toe. Of zoals Brel zelf, in misschien wel zijn grootste evergreen, op dramatische toon zingt: Ne Me Quitte Pas.