The Oligarch & The Art Dealer

VPRO / vanaf woensdag 3 juni, om 20.25 uur, op NPO2

Het zou echt een wonder zijn als we het schilderij Wasserschlangen II van Gustav Klimt voor 180 miljoen dollar kunnen krijgen, houdt kunsthandelaar Yves Bouvier zijn vaste cliënt Dmitry Rybolovlev voor. Dit is een kans uit duizenden! Bouvier heeft gezien hoe de ogen van de Russische oligarch begonnen te glinsteren toen hij het kunstwerk voor het eerst zag. En de man heeft hele diepe zakken.

Uiteindelijk weet de Zwitserse dealer de koop te sluiten. Voor 183 miljoen. Goede deal, niet? Hij wordt er zelf ook niet slechter van: bij elke aankoop krijgt hij twee procent commissie. En ‘Rybo’ heeft er geen idee van dat hij de Klimt in werkelijkheid voor slechts 126 miljoen heeft aangekocht via het bekende veilinghuis Sotheby’s. In stilte verdwijnt er dus nog eens 57 miljoen in Bouviers zak. Dat smaakt dus naar meer.

Welkom in de schimmige wereld van The Oligarch & The Art Dealer (175 min.), waar kunsthandel, dubieus geld en oplichting hand in hand gaan en Bouvier en Rybolovlev inmiddels recht tegenover elkaar staan. De mediaschuwe Rus laat zich in deze driedelige serie van Andreas Dalsgaard vertegenwoordigen door advocaten en vertrouwelingen, terwijl zijn opponent zelf pontificaal voor de camera gaat zitten.

‘Mijn hele wereld is in elkaar gedonderd’, vertelt Bouvier, die schathemelrijk is geworden van zijn werk ‘voor’ de Russische zakenman, die officieel laat optekenen dat hij geen ‘oligarch’ genoemd wil worden. ‘Zowel mijn professionele als persoonlijke leven. Dat wil ik hem betaald zetten. Ik wil hem op z’n gezicht slaan en bestraffen. Hij is degene die naar de gevangenis of de goelag moet worden gestuurd. Niet ik.’

Via de twee opponenten krijgt Dalsgaard een inkijkje bij de zogeheten ‘freeports’, verborgen vrijhandelszones voor kunst waar handige jongens zoals Yves Bouvier kunnen floreren. Moneyland, noemt journalist Oliver Bullough deze plekken. Geld kan er al naar believen verdwijnen en weer opduiken. Het zijn oorden waar de superrijken ongestoord hun gang kunnen gaan en dus ook, zonder al te veel kennis, investeren in kunst.

Belangrijke werken verdwijnen zo in de zeer exclusieve privécollecties van de allerrijksten. Die worden op hun beurt getild door tussenpersonen zoals Bouvier, die met hun zogenaamde kennersoog (‘absoluut meesterwerk’) eerst kunstmatig de prijs opdrijven en er dan zelf een slaatje uit slaan. En het gereputeerde veilinghuis Sotheby’s, met kilo’s boter op het hoofd, faciliteert zulke praktijken heel discreet.

The Oligarch & The Art Dealer ontleedt het fascinerende conflict tussen de twee voormalige partners, dat in ‘s werelds rechtbanken en media wordt uitgevochten, tot in detail en daarmee ook de schimmige wereld waarbinnen zich dit afspeelt. Het duurt alleen even voordat ook de machinaties van de Russische miljardair onder het vergrootglas worden gelegd. Ook die lijken uiteindelijk slechts ‘business as usual’.

Intussen probeert Yves Bouvier, die een paria is geworden in z’n natuurlijke habitat, nog altijd de indruk te wekken dat hij niet meer dan een handige handelaar was.

A Genuine Forger

Guy Ribes maakte geen kopieën van Picasso, Chagall of Modigliani. Hij kopieerde gewoon hun werkwijze en gaf er vervolgens een eigen draai aan. Zo ontstonden in ruim dertig jaar duizenden pastiches – niemand weet precies hoeveel – eigen kunstwerken die perfect in het oeuvre van wereldberoemde kunstenaars pasten. Verduiveld knap. En volstrekt illegaal, dat ook. Want ze werden natuurlijk verhandeld als echte Picasso’s, Chagalls of Modigliani’s.

In de documentaire A Genuine Forger (88 min.) van Jean-Luc Leon uit 2016 vertelt Ribes zijn complete levensverhaal en demonstreert hij tevens hoe hij te werk gaat, als een echte ambachtsman. Hij laat het effe zien. Zo maak je een vroege Picasso. Fernand Léger is met een beetje goede wil ook best te doen. En bij Matisse moet je hierop letten. Zoals Ribes het uitlegt, lijkt het heel gemakkelijk. Goud geld verdienen, met enkele uurtjes werk. En dat de schilderijen niet ‘echt’ zijn doet in wezen niets af aan de kwaliteit of schoonheid ervan.

Waar zijn werk uiteindelijk is beland? De rechtbank van Créteil staat er in elk geval mee vol. Alles moet worden vernietigd. Tegelijk zijn Ribes schilderijen ook doorgedrongen tot privécollecties, veilinghuizen en musea. Dat ligt echt heel gevoelig. Sommige werken die hij zich nu toe-eigent mogen dan ook niet worden getoond in deze film. Anders sneuvelen er reputaties van connaisseurs, krijgen Ribes’ handlangers met justitie te maken en gaan de bezitters ervan gigantisch de boot in – of beter: wordt publiekelijk bekend dat ze erin zijn gestonken.

De schimmige wereld van kunstvervalsingen is al vaker en ook met meer bravoure binnenstebuiten gekeerd dan in deze wat stroperige film. Guy Ribes is een interessant personage, maar hij krijgt wel erg veel ruimte om zijn relaas te doen. Waarbij het punt dat de Fransman maakt steeds min of meer hetzelfde is: hij was onderdeel van een systeem, dat nog veel meer fake-schilderijen heeft afgeleverd. Een deel ervan houdt zich verborgen in ‘s werelds kunstcollecties.

Een scherpere selectie zou deze film, waarin ook kunstkenners, handelaren en medewerkers van justitie aan het woord komen, een stuk puntiger hebben gemaakt. Zodat Ribes’ wonderlijke ambacht krachtiger over het voetlicht komt.

Het Vermoorde Theater

EO

Kunst dient sociaal-realistisch te zijn, verklaart de Russische Bond van Schrijvers in 1935. En het Joodse Staatstheater Goset uit Moskou, dat zich in de eerste twintig jaar van haar bestaan onledig heeft gehouden met kolderieke, uitbundige en absurde voorstellingen, heeft zich maar aan te passen.

In Het Vermoorde Theater (57 min.) schildert regisseur Frans Weisz met veel zwier, affectie en grote gebaren de opkomst en ondergang van het Jiddische theatergezelschap in de communistische heilstaat Rusland, waarin uiteindelijk elke vorm van frivoliteit, en vrijheid, rigoureus de nek om wordt gedraaid door de almachtige leider Jozef Stalin.

Die naargeestige geschiedenis wordt door Weisz verpakt in een uiterst theatrale vorm. Met de acteur Vincent van der Valk als het fictieve personage Nathan, assistent van de kunstenaar Marc Chagall, die tot zijn vertrek uit Rusland decors ontwierp voor Goset. Vanuit de coulissen schetst, duidt en becommentarieert deze Nathan de verwikkelingen in het theater en participeert er soms zelf ook in.

De gekozen vorm is erg dominant en werkt soms op de zenuwen, maar sluit tegelijkertijd ook prima aan bij de inhoud; het dramatische relaas van theater dat systematisch van zijn ziel wordt ontdaan. Waarna het daadwerkelijk om zeep wordt geholpen. ‘Wat moet je met hoop als er geen theater meer is?’ vraagt Nathan zich, als het doek is gevallen, vertwijfeld af. ‘Wat komt er na dit verhaal?’

Het Vermoorde Theater is hier te bekijken.