Jongens Van de Bouw

BNNVARA

Over 22 maanden moet de woontoren klaar zijn. Een onmogelijke deadline, die eigenlijk niet te halen is met een normale werkweek. Vanaf juni 2017 gaan de Jongens Van De Bouw (87 min.) aan het werk om het onmogelijke tóch klaar te spelen en op tijd 375 huurappartementen in het hart van Rotterdam, Katendrecht, op te leveren.

Geertjan Lassche volgt het project via de mannen – op een enkele toiletjuffrouw na: geen vrouw te bekennen – die het project naar een goed einde moeten brengen. Gewone werkemannen. Die vaak aan een half woord genoeg hebben. En zelf liefst ook niet al te veel woorden vuil maken aan het werk. Aan niks eigenlijk.

Onderweg naar dat werk, tussen het gezwoeg door of gewoon tijdens de pauze, in de onvermijdelijke keet, vertellen ze wat hen bezighoudt: de lichamelijke ongemakken, al die buitenlanders op de bouwplaats of hoe het gaat thuis. Erg persoonlijk wordt het niet. En hoe lang ze ook al met elkaar werken, in het weekend of vakanties spreken ze elkaar nooit. Collega’s zijn ze, géén vrienden.

Zonder opsmuk brengt Lassche hun werklevens en de bijbehorende dilemma’s in beeld. Hoe lang houdt de kwakkelende bouwvakker Gerrit het bijvoorbeeld nog vol? Is de nieuwe leerling-timmerman Stef wel gemaakt voor het vak? Komt werkvoorbereider Carel met zijn exotische nieuwe geliefde nog wel aan zijn werk toe? En lukt het uitvoerder Stan om de klus binnen budget te klaren?

Met timelapse-beelden brengt Lassche ondertussen fraai de vordering van de bouw in beeld, die steeds enkele weken blijft achterlopen op het schema. ‘Er zijn belangrijkere dingen in het leven dan een gebouw’, concludeert Stan echter, terwijl hij aan het eind van de film het dak van de woontoren controleert. ‘Dat zijn de personen die het uiteindelijk doen en waarmee je het maakt.’

En dat lijkt een uitstekend motto voor deze stevige film, die zonder psychologische poespas doordringt tot een echte mannenwereld.