La Masacre De Flores

HBO Max

Als de Argentijnse brandweerman Carlos de Rissio in de nacht van 17 februari 1994 bij een brandende woning in Buenos Aires arriveert, twijfelt hij geen moment: dit is geen ongeluk. Het huis in de wijk Flores moet zijn aangestoken. Slechts één gezinslid zal aan het vuur ontkomen: de zestienjarige zoon Matías Bagnato. Zijn ouders José en Alicia, z’n jongere broers Fernando en Alejandro en een vriendje dat bij hen blijft slapen overleven de brand niet. Het eerste wat Matías zegt als ze hem hebben gered, herinnert openbaar aanklager Gustavo Gerlero zich nog goed: ‘Het was Cacho.’

Cacho, ofwel Fructuoso Álvarez Gonzáles, is de man van een nichtje van moeder Alicia Bagnato en een voor de hand liggende verdachte. Hij is het type dat denkt dat geld alles oplost, aldus Matías. ‘Er bestaat geen ergere rijke dan een voormalige arme’, zegt zijn oom Héctor Colucion over dit aangetrouwde familielid, die hij ook nog ‘Don Corleone’ noemt. Met zijn geld heeft Fructuoso zich het leven van de Bagnato’s in gemanoeuvreerd. Als de schoenenfabriek van vader José in zwaar weer is beland, steekt ie de helpende hand toe. Hij wil alleen wel met dikke winst terugbetaald worden.

De hoofdverdachte is in La Masacre De Flores (internationale titel: The Flores Massacre, 136 min.) doorgekrast op alle familiefoto’s. Ook de geïnterviewden leggen het er dik bovenop als het om Fructuoso gaat. Hij was ongedierte, stelt de journaliste Cristina Pérez. ‘Je zag het kwaad in hem’, vult Matías’ advocate Rogelia Pozzi aan. Op beelden uit die tijd oogt ie vooral als een jonge Al Pacino, de acteur die, inderdaad, de rol van de Godfather Michael Corleone vertolkt. Afgaande op wat er over hem wordt verteld, verdient Cacho op een soortgelijke manier zijn geld.

De geruchtmakende brandstichting wordt in deze driedelige serie nauwgezet, en soms ook met enig Latijns-Amerikaans drama, gereconstrueerd met direct betrokkenen. In dat verhaal is er een hoofdrol voor de enige overlevende Matías, een typische schurkenrol voor Fructuoso Álvarez Gonzáles en – toch wel opvallend – geen enkele rol voor het vijfde slachtoffer, Nicolás Borda. Want zo werkt, blijkbaar, het vertellen van een verhaal: het jongetje is toevallig in huis, speelt geen rol in het plot en kan dus gerust worden veronachtzaamd in deze tragische geschiedenis.

Die lijkt overigens halverwege aflevering 2 al te zijn afgerond. Dat is echter buiten Cacho gerekend. Hij maakt in het laatste deel van deze gedegen miniserie van Augusto Tejada, ruim vijftien jaar na ‘het bloedbad van Flores’, een opmerkelijke comeback. Tegen die tijd is Matías Bagnato, oud-deelnemer aan Big Brother, overigens al een Bekende Argentijn geworden.

The Raft

Enkele jaren na het beruchte Stanford Prison Experiment en lang voordat het Big Brother-huis de televisiewereld op zijn kop zou zetten, stapten tien vrijwilligers op een vlot dat vanuit de Canarische eilanden koers zette richting open zee. 11 mei 1973, een dag die hen hun hele leven bij zal blijven. Ze kenden elkaar niet, kwamen vanuit alle windstreken en verschilden als dag en nacht. Drie maanden zouden ze letterlijk met elkaar opgescheept zitten. Zes vrouwen en vier mannen. Stuk voor stuk aantrekkelijk. Zouden ze gaan samenwerken om te overleven? Of maakten de spartaanse omstandigheden het beest in hen wakker?

De Mexicaanse antropoloog Santiago Genovés, die het sociale experiment opzette en zelf als elfde participant het ruime sop koos, had daar wel ideeën over. Tegen de achtergrond van de Vietnam-oorlog, die op dat moment de halve wereld verscheurde, vroeg hij zich af waarom mensen zich agressief gedragen. Hij wilde onderzoeken wanneer en waarom ze overgaan tot geweld. En in hoeverre spelen seksuele aantrekkingskracht en -competitie daarin een rol? Om dat te onderzoeken had Genovés, die in zichzelf misschien wel een Lord Of The Flies zag, zijn eigen Animal Farm nodig: het vlot, dat in de media al snel ‘the sex raft’ werd gedubd.

Ruim veertig jaar later reflecteren de zeven deelnemers die nog in leven zijn in de uitstekende documentaire The Raft (98 min.) op hun gezamenlijke trip die hen – dat wist de onderzoeker vrijwel zeker – naar de rand van de afgrond zou brengen. De Zweedse filmmaker Marcus Lindeen heeft daarvoor een replica op ware grootte van het houtvlot Acali (‘het huis op water’) laten maken. Aan boord, hoewel niet midden op zee, is vluchten opnieuw onmogelijk. Samen herbeleven de deelnemers, zes vrouwen en één enkele man, de gebeurtenissen en laten hun herinneringen met elkaar botsen.

Ook de onderzoeker zelf is nadrukkelijk aanwezig in de film. Als verteller, ingesproken door de acteur Daniel Giménez Cacho, reconstrueert Genovés het experiment, waarin hij zelf gaandeweg een steeds prominentere plek ging innemen. Vanaf het begin viel hij de anderen al wekelijks lastig met lijsten vol impertinente vragen over henzelf en de anderen, maar op een gegeven moment begon hij de antwoorden daarop ook nog openlijk te delen op dat slechts zeven meter lange vlot. In de trant van: jij vindt hem misschien onweerstaanbaar, maar hij vindt dat jij véél te veel praat.

Van afstandelijke observator ontwikkelt hij zo zich tot provocateur, would be-dictator en regisseur van levens. De regisseur van deze film, Marcus Lindeen, schakelt intussen soepel tussen de acht uur 16mm-film die aan boord is geschoten en actuele scènes met de hoofdrolspelers, die hij voorziet van enkele gave visuele vondsten. The Raft voelt daardoor geen moment als een historische documentaire, maar als een actuele en urgente film over het wezen van de mens. Waarbij het de vraag is wie nu eigenlijk het interessantste onderzoeksobject is: de passagiers van het vlot of toch Genovés zelf?