Autisme Werkt

Videoland

Ruim 200.000 Nederlanders hebben autisme. De helft daarvan heeft geen betaalde baan. Als zij ook op hun kracht wordt ingezet, betoogt Autisme Werkt (42 min.), wordt iedereen daar beter van. Een inclusieve werkomgeving waar ook neurodivergente medewerkers, zoals de drie hoofdpersonen van deze korte documentaire van Martijn Willemen, hun plek kunnen vinden, benut z’n volledige potentieel en levert vast ook beter werk af.

Vroeger werd Joyce gepest op school. Ze wist volgens eigen zeggen niet hoe ze op mensen moest reageren. Inmiddels werkt zij als docent Engels op een middelbare school in Den Haag. Als haar omgeving een beetje rekening houdt met wie zij is, kan ze prima functioneren. Drie dagen per week, dat wel, met voldoende tijd om te herstellen. Ooit kon ze al van andere boter van slag raken. Toen het recept van het merk dat ze al sinds jaar en dag gebruikte bij haar ontbijt bleek te zijn veranderd, begon ze de dag meer dan een week lang met de lunch. ‘Toen heb ik volgens mij ook echt gehuild.’

Cabaretier en acteur Fabian Franciscus heeft een complexe autismespectrumstoornis (ASS), die gepaard gaat met fobieën, angsten en smetvrees. Als hij thuis afspreekt met een mogelijke nieuwe geluidstechnicus, leidt hij haar heel secuur door wat ze bij binnenkomst wel en niet mag doen en aanraken. Marit doet daar echter niet moeilijk over. Ze heeft zelf ASS. Net als Fabians vriendin Celine overigens, met wie hij inmiddels een zoontje heeft. Samen werken ze in deze aardige film met een boodschap toe naar een nieuwe voorstelling, waarvoor Fabian nog wel het één en ander heeft te doen.

De 33-jarige Bijan tenslotte is bezig met re-integreren. Hij is 2022 uitgevallen en is nu op zoek naar een organisatie die aansluit bij zijn autistische profiel. In dat kader kijkt hij ook even rond bij het Eindhovense hightechbedrijf ASML, waar zo’n twintig procent van de 20.000 medewerkers neurodivers is. In de bedrijfsvoering wordt daar ook nadrukkelijk rekening mee gehouden. Zo zijn er bijvoorbeeld zogeheten ‘recharge rooms’, rustige ruimtes waar medewerkers even kunnen ontprikkelen. Want voor ASML is duidelijk: om te kunnen blijven groeien, hebben ze ook deze medewerkers keihard nodig.

Kees Vliegt Écht Uit

c: Malou van Breevoort / Videoland

De lotgevallen van Kees Momma, hoe ontwapenend of grappig die soms ook uitpakken, vormden in wezen altijd al een drama. Over een man die zich maar niet los kan maken van zijn vader en moeder. En over ouders, moeder Henriëtte in het bijzonder, die hun volwassen zoon eveneens blijven vasthouden. Dat werd nog niet eerder zo schrijnend als in deze derde Kees-film van Monique Nolte.

Wat zich in de vorige twee documentaires – Het Beste Voor Kees (2014) en Kees Vliegt Uit (2023) – al aandiende en toen ook meteen aanzienlijke vertraging opliep, is nu onvermijdelijk geworden: Kees Momma, een hypergevoelige man van halverwege vijftig met een autismespectrumstoornis, moet afscheid gaan nemen van de twee mensen rond wie hij zijn complete bestaan heeft opgebouwd.

Deze nieuwe episode uit het Kees-feuilleton begint waar de vorige film ophield: bij de woning die zijn ouders ooit voor hem kochten, even verderop in dezelfde straat te Velp, waar hij maar niet daadwerkelijk introk. Kees bleef een vaste gast van ‘pappie en mammie’ in het ouderlijk huis en het chalet dat, speciaal voor hem en zijn werkzaamheden als tekenaar, bij hen in de tuin was geplaatst.

Terwijl hun zoon in deze derde film gewoon z’n oude zelf blijft – altijd geïrriteerd ridderend, hardop denkend en zeer zorgvuldig en archaïsch formulerend – worden zijn ouders zienderogen ouder. Vader Willem oogt steeds breekbaarder, terwijl de geest van moeder Henriëtte alsmaar meer begint te haperen. Totdat zij haar zoon net zo hard nodig heeft als hij haar – al was dat waarschijnlijk altijd al zo.

De interactie tussen de onverbiddelijk wegglijdende moeder en het volwassen kind dat haar koste wat het kost probeert vast te houden en daarbij geen oog wil/kan hebben voor wat zij nodig heeft, is pijnlijk om te aanschouwen. Hoewel ze soms rechtstreeks wordt aangesproken door Kees en hij haar zo nu en dan ook brieven schrijft, slaagt Nolte er op zulke momenten in om zich geheel onzichtbaar te maken.

Dit geeft Kees Vliegt Écht Uit (87 min.) iets heel intiems – de façade voorbij, op het ongemakkelijke af. In lang uitgesponnen scènes wordt langzaam maar zeker het kleed onder het bestaan van Kees (en zijn moeder) weggetrokken. Klassieke muziek of zijn modeltreinen kunnen hem dan helpen, maar rust is lang niet altijd verzekerd. Hij moet zijn leven, dat zich afspeelt op een vierkante centimeter, grondig herbezien.

Deze film openbaart tegelijkertijd geen nieuwe of andere Kees. Daarvoor hangt hij te veel aan zijn eigen rolpatronen, rituelen en preoccupaties. Monique Nolte laat echter zien dat je zelfs dan – al is het alleen uit puur lijfsbehoud – soms verder kunt springen dan je polsstok eigenlijk lang is. Naar een ander bestaan, opgedrongen door een nieuwe werkelijkheid. De toekomst is dus onvermijdelijk: Kees Solo.

En dat is tevens de titel van de vierde Kees-film, waarmee Monique Nolte haar hartveroverende feuilleton binnen afzienbare tijd vervolgt – al lijkt haar onweerstaanbare hoofdpersoon ’t daarin tóch weer niet alleen te gaan doen.