De Deal

Human

‘Als je je vingertop op de kust van Turkije zet, zit de grens bij de onderkant van je vinger.’ Op het Griekse eiland Lesbos krijgen nieuwe vrijwilligers heel praktische instructies. Met een verrekijker gaan ze straks in de gaten houden dat er geen vluchtelingen verdrinken tijdens de overtocht vanuit Turkije. Of, dat kan ook, ze gaan hen waarschuwen voor de Turkse kustwacht.

Europa heeft wel degelijk een menselijk gezicht als het gaat om de opvang van vluchtelingen vanuit oorlogsgebied, zo wil De Deal (52 min.) maar zeggen. Tegelijkertijd is er het (hardvochtige) Europese beleid, twee jaar geleden vervat in de zogenaamde Turkije-deal, die een einde moest maken aan de eindeloze stroom vluchtelingen. Maar zorgt diezelfde deal ook voor de beloofde humane behandeling van die ontheemde mensen? Als je in deze film het relaas hoort van de Syriër Ramy Quidmany, die zonder reisvergunning is gestrand op Lesbos, is twijfel zeker op zijn plaats.

Één van de architecten van de deal, de Oostenrijker Gerald Knaus van een denktank die is gericht op stabiliteit in Europa, blijft in deze genuanceerde documentaire van Els van Driel en Eefje Blankevoort (die eerder het thematisch verwante De Asielzoekmachine maakten) echter het eminente belang ervan benadrukken: het overeind houden van Het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties, dat in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werd opgesteld. Als het rijkste continent van de wereld de Turkije-deal al niet kan opbrengen, zo redeneert Knaus, dan is dat hele VN-Vluchtelingenverdrag op sterven na dood.

De Nederlandse Europarlementariër Kati Piri (PvdA) heeft niettemin serieuze twijfels bij de gesloten overeenkomst, maakt ze duidelijk in een verhit gesprek met Knaus, die het hele werelddeel afreist om een beter asielbeleid te bepleiten. Zij vraagt zich af of Europa zijn ‘part of the deal’ eigenlijk wel nakomt. Om die stellingname te illustreren gebruiken de filmmakers (door vluchtelingen gemaakte) beelden van het kamp Moria, waar een normaal leven vrijwel onmogelijk lijkt. Psychische problemen, die kunnen resulteren in hongerstakingen en zelfmoordpogingen, zijn er aan de orde van de dag.

Cynisch bezien is dat ook precies wat bepaalde beleidsmakers willen; wantoestanden bij de opvang ontmoedigen mensen om de oversteek te maken naar Fort Europa. Daar, bij de virtuele muren van de Europese gedachte en realiteit, toont datzelfde continent echter ook zijn menselijke kant, zo laat De Deal zien: plaatselijke bewoners en vrijwilligers uit heel Europa, die vluchtelingen als mens tegemoet treden en samen met hen bijvoorbeeld een met liefde bereide maaltijd gebruiken. Zo bezien is deze ingetogen documentaire niets minder dan een pleidooi voor medemenselijkheid.

Aleppo’s Fall

Aleppos-fall-1170x680

 

Hoeveel films over de oorlog in Syrië kan een mens verdragen? Of, nog banaler, is er na pak ‘m beet Oscar-kanshebber Last Men In Aleppo, The White Helmets en City Of Ghosts (mentale) ruimte voor nóg een documentaire over de alles verwoestende strijd in Syrië?

Misschien heeft die metaalmoeheid te maken met het feit dat oorlog voor ons, westerlingen, slechts een schouwspel is geworden, dat zich altijd elders, in een donkere uithoek van de wereld of gewoon op het scherm voor ons, afspeelt. We kennen het niet meer van binnenuit. De Syrische filmmaker Nizam Najjar, al jaren woonachtig in Noorwegen, doet met Aleppo’s Fall (52 min.) opnieuw een dappere poging om de westerse kijker voor even participant te maken in het gevecht dat de halve wereld ontwricht.

Na de Arabische Lente is Najjar naar zijn geboortestad vertrokken, om daar vast te leggen hoe de rebellen dictator Bashar al-Assad van zijn troon proberen te stoten. Hij belandt daarvoor bij een afdeling van het Vrije Syrische Leger, waar nog enkele andere cameramannen rondlopen. Want dat is moderne oorlogsvoering: de camera is overal. De betrokken partijen strijden niet alleen om hun land, maar ook om de beeldvorming. Wie slaagt erin om zijn eigen kameraden als helden te portretteren en tegelijkertijd de misdaden tegen de menselijkheid van de tegenpartij vast te leggen?

Het Vrije Syrische Leger is een bonte verzameling van verzetsstrijders, die met moeite de rijen gesloten weet te houden. Interne tegenstellingen zetten de verhoudingen op scherp en verzwakken tegelijkertijd de eigen positie. De genuanceerde commandant Omar, die vindt dat hij in zijn functie niet in het openbaar mag twijfelen aan de goede afloop van hun strijd, probeert de verschillende facties bij elkaar te houden. Intussen lacht Assad in zijn (ijzeren) vuistje.

‘Welk verhaal denk je dat ik probeer te vertellen?’, wil regisseur Najjar van Omar weten in deze film, die uiteindelijk toch weer ‘gewoon’ onder de huid kruipt. ‘Hoe gaat dit aflopen?’ De commandant lacht ongemakkelijk terwijl hij met zijn mobiele telefoons speelt: ‘Het wordt één van de twee: óf ik word gedood óf we behalen de overwinning.’

Watani – My Homeland


Als de zevenjarige Farah beschrijft hoe ze zag dat een bevriende man werd onthoofd toen de bom die hij maakte voortijdig ontpofte, lopen de koude rillingen over je rug. De horror van oorlog, door de ogen van een kind. Dat went nooit. Ook de andere kinderen van het Syrische gezin, dat enkele jaren wordt gevolgd in Watani: My Homeland (51 min.), krijgen nauwelijks de kans om gewoon kind te blijven.

Het duurde acht jaar voordat ze kinderen konden krijgen, vertelt hun vader Abu Ali aan het begin van de documentaire. En nu, constateert hij vertwijfeld, brengt hij zijn zoon en drie dochters zelf in gevaar omdat hij zo nodig moet vechten in het (gematigde) Vrije Syrische Leger. Als niet veel later het noodlot toeslaat en Abu Ali in handen valt van IS, verlaat zijn gezin huis en haard voor een onzeker bestaan als vluchteling.

Regisseur Marcel Mettelsiefen doet verslag van hoe het hen daarna vergaat in deze boeiende film, die eerder dit jaar was genomineerd voor een Oscar voor beste korte documentaire. In Europa proberen moeder Hala en haar vier kinderen een nieuw leven op te bouwen. Intussen wachten ze, met stijgende ongerustheid, op nieuws van/over vader Abu Ali…

In Het Spoor Van IS

BNNVARA

Mosul, de eerste stop van Sinan Cans reis door Irak en Syrië, is bijna bevrijd van de terreur van Islamitische Staat als hij er arriveert. Ooit moeten er mensen hebben geleefd in de stad waar in 2014 het kalifaat werd uitgeroepen. Nu maakt een stelletje militairen, dat de volledig verwoeste Irakese stad heeft terug veroverd, er selfies met lijken. Gesneuvelde IS-strijders, zeggen ze. Maar het kunnen ook onschuldige slachtoffers zijn, constateert Can. Hij kan het even niet aanzien.

Als één Nederlandse journalist in de afgelopen jaren de gruwelijke nasleep van de Arabische lente in perspectief heeft geplaatst, dan is het de Turkse Nederlander Sinan Can, die zich in 2015 ook al waagde aan de documentaireserie Bloedbroeders over de Armeense genocide. In het tweeluik In Het Spoor Van IS (tweemaal 40 min.), geregisseerd door Jochem Pinxteren, reconstrueert hij de bloedige geschiedenis van de organisatie die zich in korte tijd ontwikkelde tot dé schrik van de westerse wereld.

Can gaat daarvoor terug naar de aanslagen van Osama Bin Ladens Al-Qaeda op 11 september 2001 en de navolgende Amerikaanse inval in Irak en bezoekt, beveiligd door leden van een sjiitische militie, de bijbehorende plekken, zoals de bunker waar de gevallen Irakese dictator Saddam Hoessein zich verschuilde, een brug waaraan twee Amerikaanse beveiligers werden opgehangen en Raqqa, de hoofdstad van Daesh (alias IS) in Syrië.

Op kousenvoeten loopt Sinan Can door het sektarische mijnenveld dat in deze landen is ontstaan en neemt ondertussen, samen met strijders en gewone burgers, de fysieke en menselijke schade op. Met heldere uitleg, indringende persoonlijke verhalen en een arm om iemands schouder schetst hij de achtergronden en nuances van de oorlog. Als geschiedenisles zou dit indringende tweeluik bepaald niet misstaan op middelbare scholen. In Het Spoor Van IS lijkt me tevens een probaat middel tegen al te gemakkelijke oordelen over vluchtelingen uit deze zwaar getroffen regio.

Echoes Of IS: We Share The Scars

Submarine

Deze webdocu is bedoeld als tegengif. Om de propaganda van Islamitische Staat (IS) onschadelijk te maken. De antiterrorismedienst NCTV heeft er een flinke smak geld in gestoken. En terrorisme-onderzoeker Beatrice de Graaf liet in NRC al optekenen dat ze sceptisch is over het rendement van die investering.

Echoes Of IS: We Share The Scars is geen traditionele documentaire, maar een verzameling verhalen van mensen, die tot in de kern van hun bestaan zijn geraakt door Islamitische Staat. Gezamenlijk belichamen ze vrijwel alle partijen die bij de strijd in Syrië betrokken zijn geraakt; de één moest door de oorlog zijn geboorteland ontvluchten, een ander is juist naar dat land vertrokken om aan de zijde van Islamitische Staat te vechten. Ook familieleden van strijders en slachtoffers komen aan het woord.

Op respectvolle wijze gaan ze de dialoog met elkaar aan in deze boeiende webdocumentaire. Zo nu en dan wordt het groepsgesprek onderbroken voor een fragment uit een van de portretjes van de afzonderlijke deelnemers. Die miniportretjes van ongeveer vijf minuten zijn ook los van elkaar te bekijken.

Het complete pakket werkt inderdaad als tegengif. Tegen gemakkelijke oordelen over mensen die zomaar worden weggezet als pak ’m beet terrorist, gelukszoeker of nabestaande. Maar of je daarmee niet alleen de eigen parochie maar ook de echte hardliners, aan welke kant van het politieke spectrum ze zich ook bevinden, kunt injecteren?

In oktober verschijnt deel 2 van Echoes Of IS, een maand later gevolgd door nog een derde deel.

Dugma: The Button


‘Dit is het verbindingskoord’, vertelt de goedlachse Abu Quaswara, terwijl hij de binnenkant van zijn gepantserde voertuig laat zien. ‘Het is verbonden met de knop binnenin. Als ik erop druk, worden de verbindingen met al deze elementen geactiveerd.’ Tot in detail, en niet zonder trots, legt hij vervolgens uit wat er daarna staat te gebeuren. ‘Als God ’t wil, stuur ik ze allemaal naar de hel.’

Quaswara is lid van Jabhat al-Nusra, de Syrische tak van al-Qaida. Als Allah ’t wil, dan zijn dit zijn laatste dagen op aarde, waarna hij als martelaar het paradijs mag betreden. Even later laat de man uit Mekka breed lachend een filmpje zien van zijn eenjarige dochter, die is achtergebleven in de heilige stad in Saudi-Arabië en die hij nog nooit in levende lijve heeft ontmoet.

De openingsscène van Dugma – The Button (57 min.) zet je meteen op scherp: is deze sympathieke huisvader werkelijk in staat én bereid om een gruwelijke terroristische aanslag te plegen? Hoe verhoudt deze man van vlees en bloed zich tot het beeld dat wij hebben van zelfmoordterroristen als bloeddorstige barbaren die het liefst ieders kop zouden afhakken?

Regisseur Paul Salahadin Refsdal zet Quaswara naast/tegenover de Brits-Amerikaanse bekeerling Abu Basir al-Britan, een ogenschijnlijk veel militantere would be-martelaar. Allebei vertoeven ze in het voorgeborchte van de hel (of de hemel, zo u wilt), wachtend op, denkend aan en uiteindelijk ook twijfelend over de grote klap die hen uit hun lijden moet verlossen.

Dugma, de naam voor de veel gevreesde (zelf)moordknop waarmee een eventuele explosie in gang kan worden gezet, geeft zo op indringende wijze het gevreesde ‘moslimterrorisme’ een menselijk gezicht, zonder dat daarmee automatisch ook de daden van de martelaren worden vergoelijkt.

Last Men In Aleppo

Dichter bij de oorlog in Syrië, en de mensen die door die oorlog dreigen te worden vermorzeld, dan in de verpletterende documentaire Last Men In Aleppo kun en zul je niet komen.

In deze direct cinema-film van Feras Fayyad, die de Grand Jury Prize voor Best World Cinema Documentary won op het Amerikaanse Sundance-festival, zit de camera voortdurend in de spreekwoordelijke nek van drie White Helmets, vrijwillige hulpverleners die na gevechten en bombardementen slachtoffers vanonder het puin proberen te halen.

Khalid, Subhi en Mahmoud wagen daarbij geregeld hun leven. Tegelijkertijd zijn het ook drie gewone mannen die lekker dollen met elkaar, een normaal gezinsleven proberen te onderhouden en tussen de loodzware klussen door zelfs de gelegenheid vinden om een vijvertje te maken voor hun goudvissen. Intussen vragen ze zich af of het toch niet verstandiger zou zijn om hun eigen ‘kom’ te ontvluchten en naar het buitenland te vertrekken.

Die menselijke insteek, van gewone mannen die gedwongen door de omstandigheden uitgroeien tot helden, zorgt ervoor dat je je als kijker onvermijdelijk gaat identificeren met de hoofdpersonen van deze kaakslag van een film (104 min.). En dat komt je bij de hartverscheurende apotheose duur te staan.

Eerder dit jaar verscheen er overigens nog een andere film over de Syrische hulpverleners met de witte helmen. De ontroerende film The White Helmets, die nog altijd is te zien op Netflix, werd met een Oscar voor beste korte documentaire bekroond.