‘Til Kingdom Come

IDFA

Totdat de grote eindstrijd losbarst bij Armageddon, waarbij ze volgens de Bijbel recht tegenover elkaar komen te staan, trekken evangelische Amerikanen en Israëlische Joden gezamenlijk op. Teneinde Het Beloofde Land van een bloeiend bestaan te verzekeren. Het is een ‘strategische samenwerking van God’, die de twee partijen vooralsnog geen windeieren legt. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd in 2018 het besluit van de regering Trump om Jeruzalem te erkennen als Israëls hoofdstad en de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen bijvoorbeeld met gejuich begroet.

Jaarlijks doneren conservatieve christenen zo’n 130 miljoen dollar aan The International Fellowship Of Christians And Jews van Yechiel Eckstein en zijn dochter/beoogde opvolger Yael, die in ‘Til Kingdom Come (76 min.) het Amerikaanse heartland afreist om hun boodschap te verkondigen en de bijbehorende giften te incasseren. Dat geld wordt naar verluidt besteed aan Israëliërs die onder de armoedegrens leven, Holocaust-overlevenden en ‘veiligheidsprojecten’. Joodse kolonisten zijn in elk geval bepaald niet ongelukkig met hun werk. Palestijnen, de christenen (!) in het bijzonder, voelen zich intussen ongehoord en behandeld als tweederangs burgers die het land uit worden gejaagd.

‘Waarin verschilt dat van moslims, die zeggen dat ze een mandaat hebben om een Jihad te starten en alle ongelovigen van hun land te verdrijven’, vraagt de Palestijnse dominee Munther Isaac van The Evangelical Lutheran Christmas Church in Bethlehem bijvoorbeeld aan zijn Amerikaanse collega Boyd Bingham IV, die net als zijn vader en grootvader predikant is van de Binghamtown Baptist Church in een tobbend stukje Kentucky. ‘Omdat zij niet ónze God aanbidden’, is het ontluisterende antwoord. Even later is de jeugdige Bingham, die in deze delicate documentaire de spreekwoordelijke godsvruchtige Amerikaan met een vuurwapen vertegenwoordigt, nog duidelijker: volgens de Bijbel is dit Heilig Land. Daarbij passen helemaal geen Palestijnen, christelijk of niet.

Het is een rechtlijnige wijze van denken – nee: geloven – en een gewiekste manier van opereren die steeds weer de kop opsteekt in ‘Til Kingdom Come. De Israëlische filmmaakster Maya Zinshtein, die eerder de oerrechtse voetbalclub Beitar Jerusalem F.C. portretteerde in de explosieve documentaire Forever Pure, maakt daarin een rondgang langs kerkgemeenschappen, lobbygroepen en organisaties die De Joodse Zaak dienen en laat diverse sleutelfiguren daarvan, zoals de Amerikaanse tv-dominee Pat Robertson die de twee partijen bij elkaar bracht, aan het woord. Zo legt ze een labyrint van connecties bloot, dat een nieuw licht werpt op de vooralsnog bijzonder succesvolle Amerikaans-Israëlische combi.

Tenminste, totdat de Messias zich meldt in het Beloofde Land…

Forever Pure


Forever Pure lijkt misschien een voetbalfilm; over een topclub die twee buitenlandse spelers aantrekt om z’n prestaties op te krikken. Maar de voetbalwereld is niet meer dan een vrij willekeurig decor voor deze vlijmscherpe documentaire, waarin de spanningen tussen (conservatief) Israël en haar moslimomgeving centraal staan.

Premier Benjamin Netanyahu en minister Avigdor Lieberman, leider van de rechts-nationalistische politieke partij Yisrael Beiteinu, associëren zich graag met de Israëlische eredivisieclub Beitar Jerusalem FC. De harde kern van die club, La Familia, is berucht om zijn anti-Arabische uitspraken en vertegenwoordigt daarmee de zogenaamde hardliners van het land.

Het is dan ook niet vreemd dat Beitar helemaal op zijn kop komt te staan als eigenaar Arcadi Gaydamak in het seizoen 2012-2013 twee Tsjetsjeense moslims aantrekt voor de enige Israëlische club die nog nooit een Arabische speler had.

De Russische Jood Gaydamak kocht Beitar overigens ooit om zich te verzekeren van stemmen voor het burgemeesterschap van Jeruzalem. Als die campagne op een gigantische sof is uitgelopen, besluit hij (uit louter cynische overwegingen?) om bij Beitar de knuppel in het hoenderhok te gooien.

De twee aangetrokken moslims veroorzaken een stroom aan racistische reacties en zorgen tevens voor een genadeloze stammenstrijd binnen de populaire voetbalclub, waardoor bepaalde clubiconen ineens de risee van de eigen achterban worden.

Forever Pure (85 min.) van regisseur Maya Zinshtein legt dat malicieuze proces genadeloos vast. Voetbal is oorlog, zei Rinus Michels al eens, en kan dus ook, om de militaire theoreticus Von Clausewitz te parafraseren, een voortzetting van politiek met andere middelen worden.