Dirty Window

Zeppers / Water Stokman Films

In het najaar van 2025 heeft de Amsterdamse politie het onderzoek naar de moord op de Hongaarse raamprostituee Betty Szabó, mede onder invloed van Naomi Steijgers smeuïge podcast De Zeven Levens Van Betty, weer heropend. Met een hologram vragen ze aandacht voor de 19-jarige sekswerker, kort daarvoor moeder geworden van een zoon, die in de nacht van 18 op 19 februari 2009 op gruwelijke wijze werd gedood in haar eigen peeskamer.

In haar eigen onderzoek naar de cold case die de Wallen nog altijd in z’n greep houdt, trekt Steijger op met documentairemaker Walter Stokman, die in 2012 al een film over Szabó maakte: Dirty Window (59 min.). Daarin richt hij zich niet zozeer op de zoektocht naar de dader, een true crime-insteek waaraan zijn podcast-collega later niet ontkomt, maar op het leven dat Betty naar Amsterdams rosse buurt heeft geleid en het bestaan dat sekswerkers zoals zij daar leiden.

De wortels van Bernadett ‘Betty’ Szabó liggen in de onooglijke Hongaarse stad Nyíregyháza. Daar rouwt Betty’s vader Laszlo om zijn vermoorde dochter. Hij bladert in fotoalbums met lege plekken, de ontbrekende afbeeldingen zijn ooit meegenomen door Betty. Op de dag dat zij achttien werd, stopte er een auto voor de deur. En weg was ze, met de één of andere kerel mee, vermoedelijk haar pooier János Balogh, om genoeg geld te gaan verdienen voor een beter leven.

In deze desolate Oostblok-omgeving portretteert Stokman nog enkele andere plaatselijke vrouwen, die op zoek naar inkomsten in het oudste beroep van de wereld verzeild zijn geraakt. Vanuit Amsterdam vertelt Betty’s Hongaarse collega Agnes, die ook is te horen in Naomi Steijgers podcast, ondertussen over het werken in een peeskamer. Samen met haar zus heeft zij Betty destijds levenloos aangetroffen, een ervaring die hen allebei bepaald niet in de koude kleren is gaan zitten.

Het stemmige Dirty Window wordt daarmee een uitstekende bijsluiter voor iedereen die na De Zeven Levens Van Betty de wereld achter de enigmatische jonge vrouw met de prominente drakentattoo wil exploreren. Waarin misschien niet het antwoord op de vraag wie haar heeft vermoord zit verscholen, maar wel zicht komt op hoe en waarom ze in het hoofdstedelijke red light district is beland.

KIJK HIER: Dirty Window

Captive Audience: A Real American Horror Story

Disney+

Over zijn jaren als Dennis Gregory Parnell laat hij zo min mogelijk los. Zeven jaar lang gaat Steven Stayner in Comptche, Californië door voor de zoon van Kenneth Parnell. Zijn vriendinnen, klasgenoten, leraren en eerste vriendinnetje, die in de driedelige docuserie Captive Audience: A Real American Horror Story (138 min.) stuk voor stuk aan het woord komen, weten niet dat hij in 1972 als zevenjarig jongetje door diezelfde Parnell is ontvoerd. Als Stayner op veertienjarige leeftijd eindelijk aan zijn kidnapper ontsnapt, en dan meteen ook een vijfjarig jongetje bevrijdt, wordt hij onthaald als een held en lijkt het leven hem toe te lachen.

Stevens jarenlange ontvoering vormt de basis voor de tweedelige tv-film I Know My First Name Is Steven. Die wordt eind mei 1989 op de Amerikaanse televisie uitgezonden en trekt bijna veertig miljoen toeschouwers. Steven zelf heeft een klein bijrolletje als politieagent in de film, die ook nog wordt genomineerd voor vier Emmy Awards. Zijn verhaal is wel een beetje bijgewerkt, zodat het geschikt is voor een groot publiek. Tijdens zijn research voor de productie heeft scenarioschrijver JP Miller met Steven en enkele familieleden gesproken. De weerslag daarvan, tientallen uren audio-opnames, vormt nu de onderlegger voor deze driedelige docuserie van Jessica Dimmock, waarin ook beraadslagingen tussen de verschillende leden van het productieteam zijn opgenomen.

Dimmock maakt bovendien veelvuldig gebruik van fragmenten uit de tv-film en vraagt de acteurs Corin Nemec en Todd Eric Andrews, die daarin respectievelijk Steven en zijn oudere broer Cary Stayner vertolken, om bepaalde gespreksfragmenten opnieuw in te spreken. Op die manier ontstaat een gelaagde vertelling, waarin de spanning zichtbaar wordt tussen het ‘ware verhaal’ en de film die daarop is gebaseerd. Daarmee wordt deze miniserie, die nóg een onrustbarende verhaallijn opdiept uit de diepste krochten van de Stayner-familie, meteen ook een soort commentaar op het true crime-genre in het algemeen: wat gebeurt er als Hollywood zich ontfermt over dramatische gebeurtenissen? En welke gevolgen heeft die interpretatie dan weer voor het échte echte leven?

Steven Stayners vrouw Jody, dochter Ashley, zoon Steven Jr., moeder Kay en zus Cory kunnen in elk geval vanuit de eerste hand vertellen hoe hun bestaan volledig is ontwricht door enkele familietrauma’s en de manier waarop Amerikaanse media daarmee aan de haal zijn gegaan. Die kwestie wordt in het intrigerende Captive Audience overtuigend uitgediept – al blijven er, zoals bijna onvermijdelijk in dit soort true crime-series, ook nog wel wat losse eindjes rondslingeren.