Cose Che Accadono Sulla Terra

IDFA

Dit lijkt in eerste instantie zowaar een échte Spaghettiwestern te worden. Met een cowboyhoed op, hun lasso in de aanslag en een geweer hangend aan hun schouder proberen Giulio De Donatis en zijn vrouw Francesca te paard hun kudde ‘rode koeien’ te beschermen. De Italiaanse veehouders laten hun vee vrij grazen op uitgestrekte, alsmaar drogere vlaktes in het Tolfa-gebergte. Ze hebben speciaal daarvoor een ras geïmporteerd uit de Verenigde Staten, de Beefmaster, dat goed gedijt in droogte en hitte.

Het echtpaar heeft alleen moeite om het hoofd boven water te houden. Hun bedrijf stoelt misschien wel te veel op een idee – voedsel produceren op een manier die goed is voor mens, dier en aarde – en te weinig op keiharde cijfers. Want er komt regelmatig te weinig binnen om alle rekeningen te kunnen betalen. Bovendien ambieert hun zoon Brando een carrière als professioneel rugbyer. Dochterlief Brianna etaleert intussen een oneindige nieuwsgierigheid naar de wereld. Het tintelfrisse kleine meisje vraagt haar moeder het hemd van het lijf over hun manier van leven.

‘We weten allemaal dat het draait om het verkopen van steaks’, zegt Giulio in Cose Che Accadono Sulla Terra (Engelse titel: Things That Happen On Earth, 83 min.), als de financiële nood hen begint op te breken. ‘Maar wij vinden het nu eenmaal belangrijk wat er gebeurt voordat die steak wordt gemaakt.’ Die bedrijfsvoering wordt alleen ernstig gehinderd door een bijzondere vijand: een roedel wolven die ‘t hebben voorzien op hun dieren. Op beelden van beveiligingscamera’s is te zien hoe de wolven hun prooien besluipen en zich daarna tegoed doen aan het vlees.

Brianna kan ‘t nauwelijks bevatten: ze hebben al twee van haar pony’s opgegeten! Samen met haar moeder Francesca maakt zij hun wereld, die door regisseur Michele Cinque is vervat in een combinatie van fraaie vergezichten en levendige close-ups, inzichtelijk voor zichzelf. Cinque gebruikt de ontwapenende gesprekjes tussen moeder en kind als structurerend element in een weldadige film, die maar op één manier kan eindigen: met de onverschrokken Italiaanse cowboy en z’n girl, die ondanks al hun besognes op hun ros de toekomst tegemoet rijden.

Waarna de kijker bijna automatisch een Ennio Morricone-deuntje neuriet.’

Piripkura

Cinema Libre Studio

In de ogen van de kijker hebben de twee mannen allang een mythische status gekregen als ze na ruim 48 minuten eindelijk voor het eerst in beeld verschijnen. Pakyî en Tamandua, de laatste vertegenwoordigers van een compleet volk, de nomadenstam Piripkura (81 min.) Vooruit: Pakyî heeft ook nog een zus, Rita. Toen zo’n dertig jaar geleden vrijwel hun gehele familie werd uitgemoord door blanken, heeft zij het leven in het Braziliaanse regenwoud echter achter zich gelaten. Ze trouwde met een lid van een andere inheemse stam en ging in een normaal huis wonen in de deelstaat Mato Grosso.

Rita’s broer Pakyî is altijd gebleven waar hij was. Samen met zijn neef Tamandua. En het is alweer enkele jaren geleden dat het tweetal, dat afgezonderd in de jungle leeft, is gespot. Jair Candor, medewerker van de overheidsdienst voor bescherming van de inheemse bevolking, FUNAI, zet een expeditie op om vast te stellen of de twee mannen nog in leven zijn. Want dat is een voorwaarde om de beschermde status van hun stukje regenwoud weer voor twee jaar te verlengen. Houtzagerijen en boerenbedrijven staan al in de startblokken om het leefgebied van de Piripkura over te nemen.

De filmmakers Renata TerraBruno Jorge en Mariana Oliva vergezellen Candor, die zich al sinds eind jaren tachtig sterk maakt voor inheemse volkeren zoals de Piripkura, op zijn queeste om Pakyî en Tamandua te vinden en bewijs van hun bestaan te verzamelen. Dat is bepaald niet gemakkelijk. De mannen houden zich het liefst verre van de bewoonde wereld en laten zich bepaald niet zomaar vinden. En dat is niet vreemd: de Piripkura hebben louter slechte ervaringen met blanken. Te langen leste verschijnen de twee mannen toch ten tonele. De fakkel die ze sinds 1998 (!) brandende hebben gehouden is gedoofd. Ze hebben vuur nodig…

Pakyî en Tamandua ogen in alle opzichten als een bedreigde diersoort. Ze houden steeds een zekere afstand, zoeken lichamelijk voortdurend steun bij elkaar en zijn, zonder enige vorm van waarneembare schaamte, helemaal naakt. Meer dan een bijl en die gedoofde toorts hebben ze niet. Toch weten de mannen al jaren te overleven in het regenwoud en lijken ze kerngezond. De twee Pirpkura zijn duidelijk ook heel vertrouwd met elkaar – zie ze maar eens samen in een hangmat liggen. Communiceren met hen is echter verdraaid moeilijk. Ze hebben samen een soort koeterwaals ontwikkeld, dat zelfs Rita niet altijd kan ontcijferen, en willen bovendien het liefst meteen, met hernieuwd vuur, weer terugkeren naar hun natuurlijke biotoop.

Tijdens het International Documentary Festival Amsterdam werd Piripkura beloond met de Human Rights Award. ‘Met dit aangrijpende en bijzondere verhaal raken de filmmakers aan een brede reeks van kwesties die hoog op de wereldagenda voor mensenrechten zouden moeten staan’, aldus de jury. De zoektocht naar de ontwapenende mannen, dwars door een met veel oog voor detail vastgelegd tropisch regenwoud, en de tamelijk ongemakkelijke ontmoeting van Pakyî en Tamandua met Jair Candor, een man die toch echt het beste met hen voor heeft, heeft inderdaad een fascinerende film tot gevolg, die zowel ontroert als tot nadenken stemt.

Zien we hier, op de valreep vereeuwigd voor toekomstige generaties, daadwerkelijk De Laatste(n) Der Piripkura?