Tyson

Netflix

Zijn jeugd lijkt achteraf bezien de ideale voorbereiding op een leven als de meest gevreesde vechter van z’n tijd. Mike Tyson werd geboren in Brownsville, een achterstandswijk in Brooklyn, New York, als kind van een prostituee en een pooier. Hij groeide op straat op, leerde er van vogels houden en kreeg regelmatig een pak rammel. Al snel begon hij terug te slaan. En toen Tyson eenmaal wist hoe hij zijn vuisten moest gebruiken, kwamen ook de grenzen van de wet al snel binnen handbereik. Hij kwam met de regelmaat van de klok vast te zitten. Daar gingen de handschoenen vervolgens áán. Mike leerde er hoe hij met boksen de achterbuurt achter zich kon laten – al kun je de man wel uit ‘the hood’ halen, maar is ‘the hood’ daarmee nog niet uit de man.

Zijn coach Cus D’Amato overtuigde hem ervan dat hij ‘the greatest fighter that ever lived’ was. Toen Cus in 1985 ziek werd en stervende bleek, wilde Mike alleen niet meer vechten, vertelt hij in de vierdelige docuserie Tyson (263 min.). ‘Ik moest, zei hij. Anders kwam hij spoken.’ Waarna de gevreesde vechter, ruim veertig jaar later, vraagt of de camera uit mag en een zakdoekje pakt, om zijn ogen te drogen. ‘Er moet iets mis zijn met mij’, zegt hij tegen regisseur Floyd Russ (Zion, American Manhunt: The Boston Marathon Bombing en American Manhunt: O.J. Simpson). ‘Dat moet gewoon. Dit zou me niets moeten doen.’ Geen titel, zelfs die van jongste wereldkampioen in het zwaargewicht, kan echter op tegen het verlies van de vaderfiguur D’Amato, een man die iets zag in hem, de straatrat die zo graag in zichzelf wilde geloven en die kort daarna inderdaad die felbegeerde kampioensgordel zou grijpen.

Met ‘Iron Mike’ en mensen uit zijn directe omgeving, waaronder zanger Bobby Brown en de Amerikaanse president (en vechtsportliefhebber) Donald Trump, loopt Russ de carrière en het leven van de omstreden bokser door. Tegenover imponerende overwinningen staan smadelijke nederlagen. En altijd is er reuring in zijn privéleven, waarbij de handschoenen regelmatig úit gaan, in het bijzonder tijdens zijn tumultueuze huwelijk met de actrice Robin Givens (die de uitnodiging om te participeren in deze miniserie overigens heeft afgeslagen). Van vrouwen krijgt Tyson ogenschijnlijk nooit genoeg. Hij lijkt onverzadigbaar. ‘Daardoor voelde ik me de kampioen.’ Seks, al dan niet in combinatie met geweld, zal hem nog gedurig in de problemen brengen. Als zestiger komt Mike Tyson weliswaar niet meer over als het monster dat menigeen ooit in hem zag, maar dat betekent niet dat hij zich nooit als een beest heeft gedragen.

Floyd Russ werkt de hele waslijst aan incidenten binnen en buiten de ring af – van het beruchte bijtincident in de match tegen Evander Holyfield tot beschuldigingen van seksueel misbruik – en probeert ook de man daarachter te pakken te krijgen. Het wantrouwige jongetje, opvallend labiel, soms boos op de hele wereld en uiterst verslavingsgevoelig. Zijn hoofdpersoon stelt zich het ene moment daadwerkelijk kwetsbaar op en bijt dan weer venijnig van zich af. Volgens zijn bodyguard Anthony Pitts is Tysons boksfilosofie, die zich ook lijkt te hebben uitgestrekt tot de rest van zijn leven, heel eenvoudig: doe wat je moet doen om te winnen – en bied later je excuses aan. Uiteindelijk dwingt hij Russ, in de apotheose van dit geslaagde portret, om daarin mee te gaan.

Bang My Box: The Robin Byrd Story

HBO Max

In het hoardershuis dat ze samen met haar echtgenoot Shelly bewoont in New York, is al twintig jaar niemand meer te gast geweest, vertelt Robin Byrd. Haar hele leven ligt er uitgestald, waaronder meer dan zeshonderd videotapes van het erotische programma dat ze een half leven lang had op de Amerikaanse kabeltelevisie. Met The Robin Byrd Show werd de oud-deelnemer aan Miss Bare America, zelfverklaarde orgiekoningin en voormalige porno-actrice vanaf halverwege de jaren zeventig een icoon van het ‘seks-positief feminisme’, waarbij het bovendien heerlijk inbellen was.

In de zeer vermakelijke documentaire Bang My Box: The Robin Byrd Story (79 min.) neemt ze Jylian Gunther en Stephanie Schwam mee in haar leven met echtgenoot Shelly, met wie ze nu al ruim vijftig samen is. Het was ‘liefde op het tweede gezicht’, aldus de inmiddels bijna zeventigjarige liefde & seks-activiste. Shelly, sinds 1974 een aandachtig observator van ‘The Byrd’, kampt tegenwoordig echter met dementie. Daardoor wordt zijn vrouw ook gedwongen om na te denken over haar nalatenschap. Hoe voorkomt ze dat fatsoensrakkers er straks vandoor gaan met haar archief?

Geestverwanten van hen hebben de vrijgevochten Robin Byrd al eerder het leven zuur gemaakt. Toen haar show in de jaren tachtig een hit werd, ontwikkelde zij zich, in de woorden van New York Times-journalist Bob Morris, tot ‘a kind of kitsch Lady Liberty For the city that never sleeps’. Met haar stralende glimlach, blonde haren en uitdagende poses ontving ze talloze iconen van de Amerikaanse sekswereld, met wie ze dan tot besluit het sexy liedje Baby, Let Me Bang Your Box zong. In haar gehaakte bikini werd Byrd zo zowel een rolmodel als een steen des aanstoots voor conservatief Amerika.

Niet in het minst omdat ze, in een periode die wordt gemarkeerd door de Stonewall-rellen van 1969 en de AIDS-crisis van halverwege de jaren tachtig, in haar programma ook volop ruimte bood aan de LHBTIQ+-gemeenschap. Toen het gevreesde HIV-virus huis begon te houden onder Amerikaanse gays, schroomde ze niet om het gebruik van condooms en beflapjes te propageren. En toen de minister van Justitie Ed Meese, in de rug gedekt door de conservatieve ‘moral majority’, obscene televisieprogramma’s en telefoonsekslijnen het leven zuur begon te maken, verzette zij zich met hand en tand.

Onder het motto ‘Free The Byrd’ werd die dekselse Robin Byrd, promiscue tot op het bot, zowaar een uithangbord voor de vrijheid van meningsuiting. En nu, als vrouw van respectabele leeftijd en als kind van het parool ‘vrijheid blijheid’ (dat in Bang My Box overigens overtuigend over het voetlicht wordt gebracht), is ze daar maar wat trots op.

Sprint

Netflix

‘Fijne verjaardag!’ zegt Sha’carri Richardson tegen haar Jamaicaanse rivale Shericka Jackson, nadat ze haar tijdens een wedstrijd in Polen voor het eerst heeft verslagen bij de 100 meter Sprint (245 min.). Op 16 juli 2023, de dag waarop Jackson 29 jaar eerder werd geboren, gaat de grote favoriete voor de bijl. Eerst op de baan zelf, in dik tien seconden. Daarna, tijdens een al dan niet bewuste ‘slip of the tongue’, voor de camera van deze zesdelige sportserie van Phil Turner.

Het is een exemplarisch tafereel: winnen doe je tijdens de wedstrijd zelf, maar ook ervoor en erna. Door keihard te trainen en jezelf, je directe omgeving en de rest van de wereld wijs te maken dat jij toch echt de aller-allerbeste bent. Eerder is Sha’carri ook al eens heel hooghartig langs haar Jamaicaanse concurrente gelopen, als een onverslaanbare ridder te paard die tijdens het passeren z’n lans nog even bij zich houdt. Met een blik van: straks stoot ik je definitief van je ros.

Shericka Jackson behoort tot het Jamaicaanse team MVP, dat tijdens de laatste vier Olympische Spelen de winnaar bij de 100 meter sprint voor de vrouwen heeft geleverd. Voormalige coryfeeën zoals Shelly-Ann Fraser-Pryce en Elaine Thompson-Herah zijn inmiddels vertrokken bij het team van de broers Paul en Stephen Francis. De hoop is nu dus gevestigd op Shericka. Zij moet eerst met haar voormalige teamgenoten afrekenen, zodat ze daarna de strijd kan aanbinden met de Amerikanen.

Ook binnen Team USA is de concurrentie moordend. Sha’carri Richardson moet Gabby Thomas voorblijven. En bij de mannen wil 200 meter-topper Noah Lyles zijn vleugels ook uitslaan naar de100 meter. Daarvoor moet hij dan wel de favorieten Marcell Jacobs, Zharnel Hughes en Fred Kerley verslaan. Met zijn mond is de blufkikker overigens allang kampioen. ‘Binnen de atletiek moet je je gedragen als de absolute hoofdpersoon’, zegt Lyles daarover. ‘Anders ben je niet op je plek op de baan.’

Voor Turner volstaan zulke platitudes blijkbaar. Hij krijgt er, sprintend van de ene naar de andere dramatische races, maar geen genoeg van. Zeker de Amerikaanse atleten spreken voortdurend in pocherige oneliners. Alsof ze van tevoren zijn bedacht – wat ook zeker niet is uitgesloten. Veel dieper reikt deze miniserie niet. Op grootspraak volgen eclatante overwinningen – of daverende nederlagen, die dan weer direct onschadelijk worden gemaakt met beloftes voor de toekomst.

Slechts zelden komt Sprint voorbij de buitenkant van de influencer-achtige atleten en achter hun glorieuze titel of smadelijke aftocht, die met obligate quotes van voormalige sprintkanonnen zoals Usain Bolt, Alyson Felix en Michael Johnson en een bombastische montage en soundtrack nog eens worden geaccentueerd. Vreugde en verdriet liggen dicht bij elkaar, zoveel is duidelijk, en worden dus panklaar uitgeserveerd. Maar wat er verder in de topsporters omgaat…