Daley – Olympic Superstar

BBC

‘Hij heeft het Duitse volk beloofd dat hij thuiskomt met de gouden medaille’, zegt de Britse tienkamper Daley Thompson, tijdens een persconferentie bij de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, over zijn Duitse concurrent Jürgen Hingsen. ‘Dat betekent óf dat hij mijn gouden medaille gaat stelen óf dat hij gaat meedoen aan een andere wedstrijd.’

Het is Thompson ten voeten uit, de grootste Britse olympiër aller tijden én een hork eerste klas. Bij de start van de puike sportdocu Daley – Olympic Superstar (102 min.) wordt de man alvast kort samengevat: arrogant, egoïstisch en lomp. En daarna verschijnt hij zelf voor de camera: een goedlachse man van inmiddels dik in de zestig, die overduidelijk trots is op z’n eigen prestaties en zijn gedrag inmiddels in perspectief kan plaatsen.

Thompson is het kind van een witte moeder en een zwarte vader. Zij is vooral aan het werk en toont hem weinig liefde, hij zit intussen in de bak en wordt daarna al snel om het leven gebracht. In de Londense wijk Notting Hill is de jonge Daley aan zichzelf overgeleverd. Hij ontdekt dat ie in de wieg is gelegd voor het koningsnummer van de atletiek, de decatlon. Zijn moeder komt alleen nooit kijken bij zijn wedstrijden. ‘Dat is toch vreemd, of niet?’

Tegelijkertijd kan regisseur Vadim Jean natuurlijk niet om ‘s mans onbehouwen gedrag heen. Dat T-shirt bijvoorbeeld dat hij droeg na de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, waarbij Carl Lewis vier gouden medailles won: ‘Is the world’s 2nd best athlete gay?’ Wat vind je er nu van als je hem toen ernstig hebt beledigd? vraagt Jean. ‘Ik zou het heel triest vinden als ik hem daarmee, zonder dat dit mijn bedoeling was, pijn heb gedaan.’

‘Voor Daley was het niet genoeg om een wedstrijd te winnen’, legt de Britse Olympiër Sebastian Coe uit. ‘Hij wilde z’n opponenten ook vernietigen.’ Die indruk wordt bevestigd door oud-topatleten zoals Caitlyn Jenner, Steve Cram en aartsrivaal Jürgen Hingsen. Voor Daley Thompson is alles, inclusief psychologische oorlogsvoering, geoorloofd om te winnen. ‘The Terminator doesn’t stop until he gets what he wants’, stelt sprinter Linford Christie.

De meeslepend gemonteerde sportdocu Daley – Olympic Superstar toont de man achter de onverbeterlijke winnaar: de eerste zwarte sportheld in een veelal witte wereld, de verweesde jongen op zoek naar een vaderfiguur én de afwezige ouder, die verloren tijd wil inhalen met zijn vijf kinderen, waaronder zoon Elliot die zich eveneens toelegt op de tienkamp– al realiseert ie zich terdege hij nooit op kan tegen z’n pa. Die had de Griekse goden nog kunnen verslaan.

Alles Komt Goed

Prospektor / Human

Twee meisjes spelend in het bos en de duinen. Twee zussen. Muqat van tien, Samrawit van nog nét zeventien. De jongste rennend, klimmend en schuilend in de Nederlandse natuur, de ander voortdurend coachend. Want ze spelen haar herinneringen na. Harder rennen dus. Ze wordt achterna gezeten door apen. Een gorilla zelfs.

Dat kan in Eritrea. Op z’n minst in de belevingswereld van een achtjarig meisje. Zo oud was Samrawit toen ze haar land ontvluchtte. Samen met twee leeftijdsgenoten, maar zonder familie. Zelf dacht ze er destijds weinig over na. ‘In mijn gedachten had ik niet zo: ik ben nog maar acht’, herinnert ze zich. ‘Ik dacht bij mezelf: ik kan alles.’

En nu zit Samrawit, een tiener inmiddels, gewoon op school in Almelo en blijkt de Nederlandse taal een harde dobber. Ze wil ook graag meer contact met Nederlanders, niet alleen met jongeren uit een ander land zoals zij zelf. Ze wil vooruit, weg van wat ze heeft achtergelaten en op naar wat ze wil worden. Achttien, om te beginnen.

Volwassen. Een eigen leven. Dat gaat niet vanzelf. Een liedje van Jaap Reesema biedt dan houvast in deze jeugddocu van Eefje Blankevoort en Lara Aerts. ‘Als het voelt of je alleen bent, kom ik rennen naar je toe’, zingt Samrawit, ook tegen zichzelf. ‘Leg je hoofd maar op mijn schouders. Alles komt, alles komt, Alles Komt Goed (Engelse titel: Everything Will Be Allright, 32 min.).’

Tussendoor schetst ze met ruwe pennenstreken het vluchtverhaal van haar familie. Ze zijn in Ethiopië, Soedan, Libië en Italië geweest en uiteindelijk in Nederland beland. Terwijl ze terugblikt, zinspeelt Samrawit op gebeurtenissen die niet concreet – en misschien is dat ook maar beter zo – worden benoemd. Ze kijkt liever naar de toekomst, in Nederland.

En die begint op het ROC Twente en hopelijk binnenkort ook met een eigen huis. Dan komt alles, zo lijkt haar stellige overtuiging in dit warme portret dat op het International Documentary Festival Amsterdam werd uitgeroepen tot beste jeugddocu, vast wel goed. Het is de hoop die doet leven. Zonder kan het bestaan niet bestaan.