Pretpark Hennie

Captains / BNNVARA / vanaf donderdag 29 januari te zien op Internationaal Film Festival Rotterdam en op woensdag 1 april op NPO2

De deadline is helder: 23 maart 2025. Dan moet het attractiepark Rivoli in Rotterdam open. Na twaalf jaar stug doorgaan, flink aanmodderen en vechten tegen de bierkaai. Initiatiefnemer Hennie van der Most wordt op die dag 75 jaar. Het park is zijn laatste kunstje, zegt ie zelf in Pretpark Hennie (51 min.).

Van der Most is de verpersoonlijking van de ‘selfmade man’. De Overijsselse ondernemer heeft dyslexie, is twee keer blijven zitten op de lagere school en heeft de LTS niet afgemaakt. Lezen en schrijven kan Hennie niet of nauwelijks, maar hij heeft wel talloze succesvolle horecaondernemingen, zoals Preston Palace en Kernwasser Wunderland, uit de grond gestampt. Als weinig anderen heeft hij gevoel voor wat de gewone Nederlander leuk en lekker vindt. Kip Piri-piri bijvoorbeeld.

Bij Rivoli lijkt de man z’n mojo alleen kwijt. Het vertrouwen dat het attractiepark daadwerkelijk ooit z’n deuren open daalt zienderogen in Rotterdam. En ook de onverschrokken Hennie lijkt soms te twijfelen. Als filmmaker Max Ploeg het verhaal in 2024, zo’n half jaar voor zijn 75e verjaardag, oppikt voor deze tragikomische documentaire, hangt Van der Mosts droomproject, waarin hij al zo’n 45 miljoen eigen vermogen heeft gestoken, al enige tijd aan een zijden draadje.

Omdat de gemeente Rotterdam z’n erfpacht niet wil verlengen bijvoorbeeld. Dat moeten ze nu eindelijk eens doen, zegt Van der Most tegen een interviewer van Radio Rijnmond. Anders komt ie echt in de problemen. Hij wordt er helemaal tureluurs van. ‘Maar u heeft vast wel iemand in dienst die dat allemaal voor u uitpluist’, reageert zijn gesprekspartner. ‘Nou, de mensen die ik in dienst heb’, maakt Hennie van zijn hart opnieuw geen moordkuil, ‘die snappen er ook helemaal niets van.’

Zo krijgt hij de lachers regelmatig (on)bedoeld op zijn hand. Ploeg speelt dat ook uit in z’n film. Als de no nonsense-ondernemer een nieuw concept bedenkt rond de frikadel speciaal bijvoorbeeld. Of als hij zijn hoofd en voeten thuis laat masseren door twee identiek geklede oosterse assistentes, Parichat en Chayanin, die hem in de huishouding ondersteunen. Van der Most is echter (en wordt ook in dit aandoenlijke portret) zeker geen lachertje.

Zijn vasthoudendheid, doorzettingsvermogen en creativiteit spreken beslist tot de verbeelding en maken van de horecatycoon een onweerstaanbaar personage. Een geboren optimist, die soms groter denkt dan goed voor hem is. Een man ook met een hart voor, zoals hij dat zelf zegt, ‘mensen met een smetje’. Zelfs als alles tegenzit, kan hij nog troost halen uit een vaas met een roos erin op z’n kantoor, waar hij zo nu en dan met pen en tipp-ex de plattegrond van zijn park aanpast.

Max Ploeg portretteert hem te midden van zijn getrouwen, op een missie die tot mislukken gedoemd lijkt. Een idee waarin Hennie van der Most alles heeft gestopt wat ie heeft. Als het mislukt, gaat hij volgens eigen zeggen ‘naar de kloten’. Deze film documenteert dat moeizame proces met zwierige muziek, milde humor en enkele lekker creatieve bokkensprongen en koerst zo af op een enigszins onbevredigend en tegelijkertijd ook wel passend einde.

Ren Faire

HBO Max

Gaat ‘King George’ voor een soort erfopvolging? Of geeft hij de troon gewoon aan de hoogste bieder? George Coulam, halverwege de tachtig, heeft volgens zijn eigen berekeningen nog negen jaar te leven. Daarin wil hij een ‘metgezel’ vinden en genieten van zijn kunst en tuin. De eigenaar van het Texas Renaissance Festival zit inmiddels op zo’n vijftien ‘sugar daddy’-sites en is erop gebrand om een leuke vrouw aan de haak te slaan. Het is George’s grote droom om straks tijdens de daad het leven te laten.

Zover is het echter nog lang niet in Ren Faire (167 min.), de driedelige serie van Lance Oppenheim (Some Kind Of Heaven). Eerst moet George zijn geesteskind, dat hij al een halve eeuw uitbaat, doorgeven of van de hand doen. Er zijn twee gegadigden: zijn rechterhand Jeff Baldwin, de ‘hoofd-Oompa Loompa’, een voormalige acteur die het Renaissance Festival tegenwoordig runt als algemeen directeur. En Louie Migliaccio, de zelfverklaarde ’Lord Of Corn’ met altijd een blikje energydrank bij de hand. Die brengt een flinke zak geld mee. De één zou meer een soldaat dan een commandant zijn, de ander heeft eigenlijk helemaal geen hart voor de zaak.

Daarmee staan de pionnen op George’s bord, voor een spel waarbij vooral de koning zelf wel lijkt te varen. Als een ouderwetse potentaat, 55 jaar in de business, regeert George over zijn rijk, een soort sprookjesbos voor volwassenen in de dennenbossen bij Todd Mission, Texas, dat elke festivaldag door zo’n 30.000 gewone stervelingen wordt bezocht. ‘Make way for the king’, roept een onderdaan als de koning samen met zijn ‘Hand’, Jeff dus, in een kar wordt rondgereden over het terrein. King George beziet alle activiteiten met een arendsoog, legt zijn oor bij Jan en alleman te luister over de verwachte bezoekersaantallen en vaardigt zo nu en dan een decreet uit.

Deze fascinerende miniserie opent die wondere wereld, met z’n geheel eigen mores en codes, waarin nochtans hele gewone bazige, jaloerse en konkelende mensen huizen. Oppenheim tekent alle intriges met enorme bravoure op: de cameravoering is krachtig en sfeervol, de montage zeer opwindend. De kleurcorrectie voegt franje en drama toe. En de soundtrack draagt werkelijk bij aan de spanning van het verhaal. Iedereen zit daarnaast goed in z’n rol – alsof het ook een rol is. De heerser is rücksichtslos en onberekenbaar, zijn rechterhand roept zowel sympathie als compassie op en diens rivaal is een überkapitalist die zich opmaakt voor de kill.

In de markt gezet als een soort kruising van Game Of Thrones en Succession ontwikkelt Ren Faire zich tot een superieur psychologisch steekspel, uitgevochten tegen de achtergrond van een commercieel uitgebaat historisch pretpark, dat ook in niets onderdoet voor zulk hoogwaardig drama.