All That Breathes

Dogwoof

Vanaf het adembenemende openingsshot – van een stad bij nacht waar allerlei verschillende dieren hun kans schoon zien en op zoek gaan naar voedsel – is glashelder dat de Indiase filmmaker Shaunak Sen in All That Breathes (94 min.), winnaar van de World Cinema Grand Jury Prize op het Sundance Festival en de L’Oeil d’Or op het Film Festival van Cannes, een wonderbaarlijke wereld gaat openen. Een wereld die steeds nieuwe geheimen prijsgeeft.

In de Indiase metropool New Delhi, overbevolkt en vervuild, vangen de broers Mohammad Saud en Nadeem Shehzad in hun eigen Wildlife Rescue gewonde roofvogels op, met name zwarte wouwen. Die kunnen door het drukkende weer zomaar uit de lucht vallen en moeten dan weer opgelapt worden. ‘Als andere vogels in de lucht vliegen, zie je dat ze daarvoor moeite moeten doen’, verklaren de broers, in één van de filosofische voice-overs die als anker voor de film fungeren, hun liefde voor de zwarte wouw. ‘Maar de wouw zwemt, zagen we vroeger als we door een gat in het tentdoek keken. Een luie stip op de horizon.’

De zwarte wouwen hebben zich echter wel degelijk aangepast aan hun urbane omgeving. Ze gebruiken bijvoorbeeld sigarettenpeuken om zich te beschermen tegen parasieten. Andere vogels slaan dan weer een hogere toon aan om boven het verkeerslawaai uit te komen. Shanauk Sens cameramannen Ben Bernhard en Riju Das excelleren in het vereeuwigen van al die verschillende levende wezens in een door de mens gecreëerde omgeving. Hun camerawerk – met zinsbegoochelende scherpteverleggingen, spiegelingen in het water en kalme bewegingen naar een parallelle gebeurtenis – maakt van deze film een weldadige kijkervaring.

Terwijl de twee broers en hun vaste vrijwilliger Salik Rehman, die in een prachtige observerende scène ineens zijn bril verliest aan een vrijpostige wouw, zich in hun werkplaats ontfermen over gehavende dieren en proberen externe financiering voor hun activiteiten te vinden, spelen op de achtergrond spanningen tussen verschillende facties en religies. Als praktiserende moslims proberen Saud en Nadeem daar zoveel mogelijk buiten te blijven, zeker als het geweld even verderop in de stad flink oplaait. Hun werk met de roofvogels, waarvan de situatie eveneens steeds nijpender lijkt te worden, verschaft hen daarvoor een alibi.

All That Breathes wordt zo een levendig portret van de twee broers, maar schildert met onvergetelijke beelden – een verzameling zwarte wouwen die lijkt te poseren als een soort koninklijke familie, bijvoorbeeld, of een jong uiltje dat lekker in een teiltje wordt gebadderd – tevens hun intrigerende biotoop. Zo wordt inzichtelijk gemaakt hoe veelzijdig, gecompliceerd en oogverblindend het bestaan in een metropool kan zijn en hoe al die levens, van mens en dier, daar met elkaar verknoopt zijn geraakt.

Population Boom

VPRO

We zijn inmiddels met bijna acht miljard. Toen de documentaire Population Boom (58 min.) werd uitgebracht in 2013, was net de zeven miljard-barrière geslecht. In 1998 waren er nog ‘slechts’ zes miljard wereldbewoners.

In dit tempo wordt de aarde volgens menigeen volstrekt onleefbaar. Multimiljonairs als Ted Turner en David Rockefeller luiden daarom de noodklok in deze film van Werner Boote: opwarming van de aarde en hongersnood zijn op deze manier onvermijdelijk. Over pandemieën wordt nog met geen woord gerept.

In Georgia bezoekt Boote een monument tegen overbevolking, in 1980 door anonieme donoren geplaatst. In acht talen staat daarop geschreven dat de mensheid koste wat het koste moet worden teruggebracht tot maximaal 500 miljoen zielen. Dat is natuurlijk voer voor complotdenkers. Hoe gaan ‘ze’ dat bewerkstelligen?

De Oostenrijkse filmmaker bezondigt zich niet aan dergelijke samenzweringstheorieën. Hij gaat op diverse plekken in de wereld de dialoog aan over het verminderen van de bevolking (in andere landen, dat wel), de Chinese éénkindpolitiek en wereldwijde toegang tot anticonceptiemiddelen.

Interessante materie, dat zeker. Alleen wel wat praterig uitgewerkt. Population Boom bevat ook zeker interessante gesprekken, waarin de gevaren van overbevolking op sommige terreinen soms ook worden gerelativeerd, maar wordt nooit een sprankelende vertelling waarbij je van de ene in de andere verbazing valt.

Al leveren Boote’s vergeefse pogingen in de slotscène om in Bangladesh, het drukstbevolkte land ter wereld, de bus te nemen wel degelijk bijzondere taferelen op. Zeker als hij daarna ook nog letterlijk op de trein belandt, te midden van een aanzienlijk deel van die snel uitdijende wereldbevolking.