Palestina Bestaat Niet

Ze dachten dat ze huis en haard voor even verlieten, een paar weken misschien, maar ruim zeventig jaar later is het leeuwendeel van de ruim 700.000 inwoners van Palestina die naar de hele wereld uitzwierven nog altijd niet teruggekeerd naar hun geboorteland. Op 15 mei gedenken Palestijnen jaarlijks de Nakba, de verdrijving van hun volk in 1948, waarna in ‘hun’ land de staat Israël kon worden gesticht. Sindsdien woedt ook het Israëlisch-Palestijnse conflict, een brandhaard die in de afgelopen decennia ook de rest van de wereld regelmatig in vuur en vlam heeft gezet.

Samir El Hreish is op tweejarige leeftijd met zijn ouders naar Nederland vertrokken vanuit de Palestijnse stad Jaffa. Hun huis, waarvan nog geen foto bewaard is gebleven, zouden ze toen tijdelijk in bewaring hebben gegeven bij een andere Palestijnse familie, de Hinns. Als Samir en zijn Nederlandse vrouw Suzanne op internet op zoek gaan naar die familienaam, stuiten ze op de Amerikaanse televisiedominee Benny Hinn. En die is toevallig binnenkort in Nederland voor enkele erediensten. Met een brief van diens opa in de hand besluiten ze de even bekende als omstreden pastor te benaderen, het startpunt van een zoektocht naar Samirs oorsprong en de omgeving waarin hij werd geboren.

Behalve het echtpaar El Hreish volgt regisseur Simone Tangelder in de melancholieke documentaire Palestina Bestaat Niet (57 min.) nog enkele andere, in Nederland woonachtige Palestijnen, waaronder een oudere vrouw die zich na vertrek uit haar geboorteland in Syrië heeft gevestigd en onlangs, vele jaren later, opnieuw gedwongen heeft moeten verkassen naar Nederland. Met een mengeling van weemoed, onbegrip en woede kijken ze naar hun verloren land en proberen ze de Nakba, het Arabische woord voor catastrofe, een plek te geven in hun huidige bestaan. Intussen lijkt Palestina, zeker sinds de Amerikaanse regering in 2017 Jeruzalem heeft erkend als hoofdstad van Israël, alleen in hun hart nog te bestaan.

Van Verlies Kun Je Niet Betalen

KRO-NCRV

‘Het is maar stilletjes hier in de straat, hè?’ zegt Adrie Trimpe, vanachter de toonbank van zijn Vlissingse groentewinkel, in de openingsscène van de documentaire Van Verlies Kun Je Niet Betalen (63 min.) uit 2018. ‘Dat is achteruitgegaan, hoor, in vergelijking met vroeger.’ Terwijl Adrie met vaste klant Paul keuvelt, duwt zijn vrouw Francien met onvaste hand enkele boontjes door een snijmachine. ‘Twee stuntelaars, hoor’, zegt ze. Als haar echtgenoot de snijboontjes vervolgens verkoopt, begint zij alvast aardappelen te jassen voor hun eigen maaltijd. Hollandse pot, natuurlijk.

Het echtpaar Trimpe is dik in de tachtig en runt al meer dan een halve eeuw een winkel in de binnenstad van Vlissingen. Dat wordt door hun eigen broze gezondheid steeds moeilijker. Het businessmodel van de Trimpes is sowieso al jaren, decennia misschien wel, over de datum, maar wordt met aandoenlijk kunst- en vliegwerk, en de dagelijkse hulp van Adries jongere zus Ada, ternauwernood overeind gehouden. Nu wil Ada er alleen voor drie maanden tussenuit, naar de camping in Frankrijk, en blijven haar broer en diens echtgenote, beiden slecht ter been, alleen achter in hun winkel.

Daarmee komt het relatieve evenwicht in deze fijne kleine film van Helge Prinsen en John Albert Jansen op de tocht te staan. Ondanks hun voorbeeldige arbeidsethos redden de echtelieden Trimpe, de verpersoonlijking van het Zeeuwse cliché ‘ons bin zuunig’, het eigenlijk niet meer. Stoppen blijft echter een brug te ver. ‘Ik kan niet zonder’, bekent Adrie op een kwetsbaar moment. Hij ziet geen andere optie dan sterven in het harnas. Dat heeft iets tragisch – een man die de lenigheid van geest mist om zichzelf los van zijn zaak te zien – maar is tegelijkertijd ontroerend. Met die groentezaak, zo realiseert Trimpe zich, gaat hij. Dat moment kun je dus alleen maar zo lang mogelijk uitstellen.