Donor Unknown

Met Film

‘Jij hebt een donor’, zei haar moeder vroeger tegen JoEllen. ‘Geen vader.’ Dat gaf haar als kind alle ruimte om te fantaseren: hij was een filmster. Een zakenman in een kantoor. Of hij woonde in het buitenland.

Van haar moeders familie, de Marshes, weet JoEllen nagenoeg alles. Ze kan hun stamboom helemaal uittekenen tot aan de legendarische Mayflower, het schip met Engelse kolonisten dat in 1620 naar het beloofde land Amerika voer, op zoek naar een leven in vrijheid. De begraafplaats van, jawel, Marshtown ligt vol met familieleden. Van haar vader, de spermadonor, weet de jonge vrouw uit Pennsylvania echter niets. Behalve dat hij bij de California Cryobank geregistreerd stond als Donor 150. 

JoEllen heeft ook het profiel gevonden dat haar moeder destijds heeft opgesteld voor de beoogde donor. Het is de vraag of/hoe dit correspondeert met de man die door regisseur Jerry Rothwell aan het begin van de documentaire Donor Unknown (76 min.) uit 2010 al is geïntroduceerd als haar biologische vader: een wat wereldvreemde dierenvriend in een rommelige camper op Venice Beach, Los Angeles. Sperma doneren was voor hem jarenlang een soort substituut voor een reguliere baan.

Pas halverwege de film wordt onthuld hoe ‘150’ werkelijk heet. Daarna werkt Rothwell langzaam toe naar een ontmoeting tussen de man en zijn nageslacht. Want intussen hebben zich, via het register donorkinderen, ook andere zoons en dochters van hem gemeld, halfbroers en -zussen van JoEllen met soortgelijke vragen en ervaringen. Zij hebben ook meegewerkt aan een artikel in The New York Times, dat ook donor 150 onder ogen is gekomen. Hij voelt zich verplicht om contact op te nemen.

Met deze exploratie van de gevolgen van spermadonatie begeeft Jerry Rothwell zich in de schimmige wereld van spermabanken en -donoren, die sindsdien nog veel vaker in documentaires is bezocht: is het niet vanwege sjoemelende vruchtbaarheidsartsen, zoals de Nederlandse dokter Jan Karbaat, die in het pre-DNA tijdperk niet schroomden om hun eigen zaad te gebruiken, dan wel vanwege véél te enthousiaste donoren, zoals de Amerikaan Ari Nagel en de Nederlander Jonathan Jacob Meijer.

Donor Unknown belicht de zoektocht van 150’s kinderen, maar schetst ook de business. Van praktische zaken, zoals de ‘masturbatoria’ in een spermabank, tot de manier waarop de zoektocht naar een donor is ingericht. Zo kunnen wensouders bijvoorbeeld aangeven op welke beroemdheid die moet lijken. Dat betekent overigens niet dat je kinderen ook op Ben Affleck lijken als je die uitkiest, haast een medewerker zich om erbij te zeggen. ‘Ben Afflecks eigen kinderen lijken niet eens op hem.’

Voor de toekomst kan echter niets worden uitgesloten, zo valt ruim vijftien jaar nadat deze delicate documentaire werd uitgebracht inmiddels wel vast te stellen. We hebben nu al 60.000 kinderen verwekt’, stelde de eigenaar van een spermabank destijds trots. ‘Het begint nu pas.’

The Longest Goodbye

Madman / Autlook

De techneuten van NASA willen er in eerste instantie niet over nadenken. En de astronauten moeten eigenlijk ook niets van hebben van psychologische onderzoeken. Als de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie echter daadwerkelijk bemenste missies naar Mars wil gaan uitvoeren, dan zullen die mensen toch echt uitgebreid moeten worden getest. Want wie vuur je anders de ruimte in? En (hoe) houden die ‘t samen vol?

Het is de taak van de ervaren NASA-psycholoog Al Holland en zijn multidisciplinaire team om astronauten in spe te screenen. Wie kan er daadwerkelijk een lange tijd zonder zijn familie? Wie houdt zich op een positieve manier staande binnen een klein team? Wie kan er omgaan met de immense druk? En wie heeft er nooit genoeg van om vrijwel permanent te worden gefilmd? Want, ja, Big Brother is watching you in space.

In The Longest Goodbye (87 min.) focust filmmaker Ido Mizrahy zich nu eens niet op het technische vernuft en de grootse ambities van de moderne ruimtevaart, maar op de zwakste schakel ervan: de mens. Hoe voorkom je dat die zich als Lord Of The Flies gaat gedragen in een 1984-achtige wereld? Hoe bereid je mensen voor op zo’n megalomaan avontuur? En hoe kun je min of meer garanderen dat ze ook weer gezond terugkeren?

Cady Coleman verbleef in 2007 bijvoorbeeld een half jaar in een ruimtestation. ‘Toen de raket opsteeg in de lucht, voelde ik me naar de grond gedrukt’, vertelt haar destijds tienjarige zoon Jamey. ‘Op dat moment realiseerde ik me dat mijn moeder echt weg was en zich niet meer op onze planeet bevond.’ In de navolgende maanden maakten ze samen muziek, deden een spelletje en probeerden een normaal ouder-kind contact te onderhouden.

Dat ging echter bepaald niet vanzelf. En op de vlucht naar Mars kan er zelfs helemaal geen real time-communicatie plaatsvinden. Kan virtual reality dan uitkomst bieden? vraagt Hollands team zich af. Hoe zou een avatar ’t doen als partner? Kan Artificial intelligence hier sowieso een rol in spelen? Of moeten de astronauten juist in een medisch coma worden gebracht? En kun je deze ervaringen simuleren, zodat iedereen straks min of meer weet waar ie aan begint?

Want isolatie, daar is iedereen ’t wel over eens in deze straffe, uitdagende film, blijft een ‘motherfucker’. De astronaute Kayla Barron is onderdeel van het zogenaamde Artemis Project en komt wellicht dus ooit in aanmerking voor een mogelijke Mars-missie. Maar kan zij zich er werkelijk op voorbereiden om het leven op aarde – en haar echtgenoot Tom en, wie weet, één of meerdere kinderen – voor maar liefst drie hele jaren achter zich te laten?

Die raket zal ooit Mars wel halen en dan vast ook veilig terugkeren naar aarde, zoveel is duidelijk, maar wat voor mensen brengt ie dan mee? En zijn er nog achterblijvers om hen te verwelkomen?