Heilig Boontje

KRO-NCRV

‘Papa, weet je hoe de hostie wordt gezegend?’ vraagt de achtjarige Merle. Het Limburgse meisje geeft zelf antwoord: ‘Met een wc-borstel.’

‘O, zo’, zegt vader als hij de hele uitleg van zijn dochter heeft aangehoord. ‘Ja, dat is wijwater.’

‘Wat is wijwater?’

‘Dat is heilig water.’

‘Wat is heilig water?’

‘Dat is ook gezegend.’

‘En wat is gezegend?’

Voor dat antwoord heeft papa wel wat meer woorden nodig. Iets met een tekst, schoonspoelen en magische woorden.

Die verhandeling roept echter weer zijn eigen vragen op bij zijn dochter. Het is duidelijk: Merle neemt die aanstaande Heilige Communie bloedserieus. En Eva Nijsten heeft daarover een hartstikke leuke jeugddocu gemaakt: Heilig Boontje (15 min.).

Haar hoofdpersoon leeft op een lekker ongecompliceerde manier toe naar dat bijzondere moment, dat haar ouders als kind heel intens hebben beleefd. En als je een communiefeest geeft, krijg je veel cadeautjes. Dat weet Merle natuurlijk ook best. Net als haar vriendjes. Of ze nu gelovig zijn of niet.

Nijsten laat Merle zelf haar vader, opa, klasgenootjes en vriendjes interviewen. Dat is een bescheiden meesterzet. Het levert ontwapenende gesprekjes op over het geloof en de eerste communie, waaraan in bepaalde Roomse dorpen blijkbaar nog heel veel tijd en aandacht wordt besteed.

Behind The Altar


‘The cover-up is worse than the crime.’ Het adagio van het Watergate-schandaal, dat tegenwoordig ook vaak wordt gebezigd in relatie tot het Rusland-onderzoek rond Donald Trump, geldt eveneens voor de manier waarop de rooms-katholieke kerk in de afgelopen decennia is omgegaan met seksueel misbruik binnen haar gelederen. De doofpot geraakte stilaan overvol.

In de journalistieke documentaire Behind The Altar (53 min.) richt de Britse historicus John Dickie, die als verteller ook regelmatig (zonder al te duidelijke reden) door het beeld loopt, zich op de situatie binnen de kerk sinds de huidige paus Franciscus begin dit jaar een zero tolerance-beleid afkondigde. Heeft zijn ferme stellingname werkelijk een ommekeer veroorzaakt aan de basis, de plek waar het daadwerkelijke misbruik plaatsvindt, of fungeert die vooral als ‘window dressing’?

Met getuigenissen van deskundigen, slachtoffers en een (onherkenbaar gemaakte) dader schetst Dickie het beeld van een kerk die nog altijd het liefst zijn eigen boontjes dopt en justitie daarbij buiten beeld probeert te houden. Tegelijkertijd is er een perverse prikkel om de (financiële) schade beperkt te houden. Daardoor kan ’t achter het altaar nog altijd behoorlijk spoken.

Behind The Altar kan worden beschouwd als een soort vervolg op Deliver Us From Evil (2006) en Mea Maxima Culpa: Silence In The House Of God (2012), twee documentaires over misbruik binnen de katholieke kerk die overigens een stuk filmischer, verhalender en meeslepender zijn.