In Transit

Tangerine Tree / BNNVARA

In afwachting van ‘top surgery’ is Indigo Envie bijna anderhalf jaar geleden alvast begonnen met het nemen van testosteron. De zwarte transman staat al ruim drieënhalf jaar op een wachtlijst voor transgenderzorg en wacht nog op de officiële bevestiging dat hij in aanmerking komt voor een transitie. Tot die tijd bindt en plakt Indigo z’n borsten zorgvuldig af, de kwetsbare openingsscène van de korte documentaire In Transit (25 min.) van Jonnah Bron. Om alvast te voelen hoe dit is – en in te spelen op verwachtingen.

De jongeling heeft een plek gevonden binnen de ballroom-scene, een queer-gemeenschap die al veel vaker z’n weg heeft gevonden naar documentaires. Indigo lijkt zich daar ook thuis te voelen. In deze ‘safe space’ spreekt ie met transvrienden, in een mengeling van Engels, Nederlands en eigen idioom, over vertrouwde onderwerpen zoals genderidentiteit, dysforie en misgenderen. Tussendoor laat Bron haar hoofdpersoon ook zien in de sportschool, tijdens een modeshow en in de eigen badkamer.

Indigo heeft enige tijd een vriend gehad. ‘Het is heel anders om op een heteroseksuele manier seks te hebben met mijn lichaam dan seks te hebben met een gay man als gay man’, vertelt ie, buiten beeld, over die relatie, tijdens het scheren voor de spiegel. Na het uitdoven van de opwinding van die allereerste verliefdheid wordt Indigo vervolgens ook geconfronteerd met z’n eigen ongemak over de verwachtingen die er aan transpersonen, binnen en buiten de community en ook door Indigo zelf, worden gesteld.

Via dit portret van een jong mens in beweging, op zoek naar z’n plek in de wereld, toont Jonnah Bron intussen hoe gecompliceerd en gelaagd deze thematiek kan zijn en hoe belangrijk ‘t daarbij is om behoedzaam te opereren. In Transit laat bovendien zien dat standaardbeelden van wat mannelijk of vrouwelijk is ook niet zomaar kunnen worden vervangen door stereotypen over wie of hoe transpersonen moeten zijn.

De Chinese Keizerin

VPRO

‘Ik vind het jammer dat we dit niet gewoon in een thuissituatie kunnen bespreken’, zegt Jonnah Brons vader, nadat hij op dezelfde bank heeft plaatsgenomen als zijn ex-vrouw. ‘Dat jij camera’s en zo nodig hebt om dit te bespreken. Dat vind ik wel jammer.’

‘En jij, mam?’ vraagt zijn bijna dertigjarige dochter bij de start van haar egodocu.

‘Nee, ik denk dat je dit wel nodig hebt’, antwoordt haar moeder.

‘Dit is mijn stok achter de deur’, legt Jonnah uit. Zomaar een gesprek met hen aanknopen vindt ze eng. ‘Het is wel grappig dat jij dat dan eng vindt’, grijpt vader z’n kans. ‘Ik vind dit eng!’

En daarmee zitten alle figuren op de bank, liefst zo ver mogelijk van elkaar verwijderd, om over de onderlinge verhoudingen te spreken en oude familiefilmpjes te bekijken. Ze zijn al 29 jaar met elkaar verbonden – al zijn Jonnahs vader en moeder ook alweer een jaar of veertien uit elkaar. Een echt thema wordt die scheiding evenwel nooit in De Chinese Keizerin (26 min.).

Jonnah wil met haar ouders bespreken waarom ze maar geen echt intieme band met hen voelt en het ook moeilijk vindt om zich kwetsbaar op te stellen naar hen. Om dat te illustreren zitten vader en dochter eerst met het bord op schoot voetbal te kijken en zijn moeder en dochter even later onder een dekentje gekropen om ieder voor zich op hun smartphone te turen.

Het zijn geënsceneerde en tamelijk clichématige beelden om de afstand tussen Jonna en haar ouders te illustreren. Haar ouders. Niet: haar adoptieouders – hoewel ze dat wel zijn. Jonnah was zeven maanden oud toen ze vanuit China naar Nederland is gekomen. ‘Je bent ergens ontworteld’, zegt haar moeder. ‘En je zult moeten erkennen dat dat ook een stuk van je leven is.’

Hechtingsproblematiek, houdt ze haar dochter voor. En Jonnah kan zelf verstandelijk gezien ook wel beredeneren dat een deel van wat ze voelt misschien met haar adoptie te maken heeft, maar ze wil zichzelf tegelijkertijd ook niet zien als ‘een cliché-Aziaat’. Gaandeweg moet ook zij echter erkennen dat (ook) daar de sleutel ligt voor hun soms moeizame relatie.

Een film die een confrontatie leek te worden met ouders die haar maar niet kunnen begrijpen wordt voor de maakster uiteindelijk een confrontatie met zichzelf. Is zij wie ze is door wie ze ooit was of werd? Ook dat wordt zichtbaar. Als ze zich laat knuffelen door haar vader, voelt dat ‘wel een beetje ongemakkelijk’ – al kan dat natuurlijk ook aan de aanwezige camera liggen.

Want dat blijft altijd een beetje ongemakkelijk aan dit soort persoonlijke confrontatiefilms: was het echt nodig, zoals ook vader wilde weten, om dit in het openbaar te bespreken? Hoe kijken Jonnahs broer en zus naar haar ervaringen? En in hoeverre heeft de camera invloed gehad op wat er zich voor de lens afspeelt?