De Verdwenen Buurt

EO

De vader van Louis de Leeuwe wilde uiting geven aan zijn ‘onbenoembare verdriet’. Bij zijn pensionering in 1989 kreeg Jacques de Leeuwe van zijn kinderen het boek De Verdwenen Buurt (58 min.) van ingenieur Ies van Creveld, die zich had opgeworpen als geschiedschrijver van Joods Den Haag. Na het lezen nam De Leeuwe direct contact op met de schrijver. ‘Ik ben er kapot van.’

Een missie voor de rest van zijn leven was geboren. Jacques de Leeuwe, die zelf zijn ouders verloor in de Tweede Wereldoorlog en daar nauwelijks over sprak, besloot om een maquette van ‘de Jodenbuurt’ te gaan maken. De op een na grootste Joodse gemeenschap van Nederland was door de nazi’s vrijwel volledig uitgeroeid. Van de 17.000 Joodse Hagenaars overleefden er slechts tweeduizend de oorlog.

In samenspraak met bewoners probeerde De Leeuwe de huizen van deze verdwenen buurt zo nauwkeurig mogelijk na te maken. Hij wilde volgens zijn zoon Louis niets aan het toeval overlaten en zou uiteindelijk zo’n zeven jaar werken aan deze historische reconstructie, die in 1996 een plek kreeg in het Haagse gemeentehuis. En Louis zorgt ervoor dat het bijbehorende verhaal twintig jaar later nog altijd wordt verteld.

Hij krijgt in deze degelijke documentaire van Danny Akker, waarvoor Job Cohen als verteller fungeert, gezelschap van rabbijn Mendel Katzman, de achterkleinzoon van Izak van Gelder en zijn vrouw Lea. Ook rabbijn Van Gelder ontkwam niet aan deportatie. Samen met zijn vrouw werd hij in 1943 meegenomen naar het Nederlandse kamp Westerbork. Van daaruit volgde hun laatste reis naar het vernietigingskamp Sobibor.

Hoewel zulke verhalen al telkenmale zijn verteld, blijven ze onwerkelijk. En elke ooggetuige of herinnering is er één, nu de oorlog steeds langer geleden is en nieuwe verhalen uit de eerste hand alsmaar spaarzamer worden.

De Propagandist

Docmakers

Vorig jaar sleepte Luuk Bouwman samen met collega Aliona van der Horst op het International Documentary Festival Amsterdam de prijs voor beste Nederlandse documentaire in de wacht met Gerlach, een film over ‘de laatste akkerbouwer’. Dit jaar is diezelfde IDFA-Award opnieuw voor hem, nu is alleen alle eer voor hem.

Bouwmans nieuwe film De Propagandist (111 min.) is een soort vervolg op zijn documentaire Allen Tegen Allen (2020), waarin hij de geschiedenis van het Nederlandse fascisme, en alle bijbehorende splinterpartijtjes, helemaal uitvlooit. Nu zoomt hij in op één enkele man: Jan Teunissen (1898-1975), de filmtsaar van Nederlandse nazi’s.

De historicus Rolf Schuursma sprak in 1964 en 1965 enkele malen met de geaffecteerd sprekende Teunissen. Die opnamen, in totaal ruim negen uur, vormen samen met beeldmateriaal dat de gedreven filmmaker zelf maakte het fundament onder deze documentaire. Schuursma geeft daarbij dan, soms nog altijd ontzet, weer commentaar.

In een andere wereld – en met een andere attitude – had hij, net als zijn veel bekendere Duitse vak- en partijgenoot Leni Riefenstahl, een gevierde regisseur kunnen worden. Zijn start was veelbelovend: als G.J. Teunissen maakte hij de eerste Nederlandse film met geluid en Sjabbos, een documentaire over de vooroorlogse Amsterdamse Jodenbuurt .

Toen hij zich in 1934 waagde aan de eerste grote Nederlandse speelfilm, over de nationale trots Willem van Oranje, ging ‘t echter helemaal mis. ‘Een tragische mislukking en een slecht begin van de Nederlandse film’, leest Rolf Schuursma voor uit de vernietigende kritieken in de pers. ‘Willem van Oranje opnieuw vermoord.’

Als voorzitter van de filmdienst van de NSB, het filmgilde van de Nederlandse Cultuurkamer, de Bioscoopbond en de Filmkeuring maakte Teunissen, het enige kind van een zeer gefortuneerde antiquair uit Den Haag, een comeback. Hij werd de allesbepalende factor in de Nederlandse film tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Teunissens privéadres, Lange Voorhout 62 in Den Haag, werd het centrum van de Nederlandse film in de oorlog, stelt historicus Egbert Barten. Hij doet sinds 1989 onderzoek en interviewde vaderlandse filmmakers uit die tijd, zoals Reinier Meijer, Jan Koelinga en Bob Kommer. De één sprak liever over het verleden dan de ander.

Deze historische documentaire diept de geschiedenis van de Nederlandse nazi-propagandafilm, aan de hand van de grote roerganger ervan, weer op. Het levert even vergeten als onvergetelijke verhalen op, zoals de NSB-kluchten Wat Een Tijd en de eerste Nederlandse en uitgesproken antisemitische tekenfilm Van Den Vos Reynaerde

Teunissen spreekt er twintig jaar later zonder al te veel wroeging over, in een fascinerende film over een bezoedeld verleden, dat menigeen liever onbesproken – en ongezien – laat. Dat zijn eigen vooroorlogse beelden van de Jodenbuurt werden verwerkt in de ultieme nazifilm Der Ewige Jude vindt hij ‘een onfortuinlijke kwestie’.

De Jodenvervolging vond De Propagandist ‘een zeer ongelukkige kwestie’. Nee, sjiek was dat niet, zegt hij tegen het einde van dit portret, als zijn ware aard naar voren lijkt te komen en hij zichzelf definitief de das omdoet. Aan serieuze zelfreflectie is hij blijkbaar nooit toegekomen.