Effondrement

JHR Films

Als de Israëlische filmmaakster Anat Even op 24 oktober 2023 terugkeert in de kibboets Nir Oz, treft ze het huis van haar vriendin Carol leeg en ontzield aan. Ze wil er wel en juist niet naar binnen. Carol is ruim twee weken eerder vermoord. Net als haar jongste zoon Yonathan en diens gezin. Op de gevel van de Israëlische woning is een plakkaat geplakt. ‘Netanyahu, je hebt het bloed van mijn familie aan je handen’, staat erop.

In een gezamenlijke ruimte, doodstil, hangt een uitnodiging voor een demonstratie tegen Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden. Die zou plaatsvinden op 7 oktober, de zaterdag waarop Hamas aanviel. Even verderop maakt een muur met brievenbussen eveneens een desolate indruk. Op een aantal bussen zit een zwarte sticker (ontvoerd), op enkele andere is een rode sticker (‘vermoord’) geplakt. Sommige adressen bevatten meerdere stickers.

Ooit was dit een vertrouwde omgeving voor Anat Even. In de indringende openingsscène van haar film Effondrement (internationale titel: Collapse, 78 min.) tekent ze de tragedie op die zich daar net heeft voltrokken. Met een persoonlijke voice-over ordent zij haar eigen gedachten en gevoelens. In de navolgende jaren blijft Even de ontwikkelingen volgen met haar camera. Ze rapporteert erover in een briefwisseling met haar oude vriend Ariel Cypel in Parijs.

Hun gesprek op afstand zet de filmmaakster, die altijd principieel tegen oorlog was, verder op scherp. Vanuit Parijs ziet Ariel soms meer dan zij. ‘Ik heb geen twijfels over jouw eerlijkheid, maar ik vrees dat je camera noodgedwongen aan één kant van de grens moet blijven’, schrijft hij haar. ‘De gruwelen die elk kind kan zien op YouTube of TikTok kunnen daardoor op afstand blijven, als de echo van een raket waarvan de impact onbekend blijft.’

Tot zulke afstandelijke beelden is Even inderdaad veroordeeld bij de acties van het Israëlische leger in Gaza, niet eens zo heel ver van haar verwijderd – al kan ze de gepantserde bulldozers, wanneer die herstellen van gedane arbeid, nog wel van dichtbij aanschouwen. Ze voelt zich een direct betrokkene, die veroordeeld is tot toekijken. Zoals zovelen. Ook als hardliners oproepen tot het uitroeien van de Palestijnen en anderen zich daartegen verzetten.

In de correspondentie met haar Parijse vriend geeft Even woorden aan haar ongemak met ‘de oneindige oorlog’ en de behoefte aan vergelding om haar heen en worstelt ze ook met haar eigen rol daarbij. ‘De soundtrack van de wraak overstemt de soundtrack van het rouwen’, concludeert zij uiteindelijk in deze delicate film, een pleidooi vóór het blijven zien van de mens in de ander en tégen de volstrekte onverschilligheid tegenover diens lijden. 

Niet veel later verstoort het geluid van neervallende bommen daadwerkelijk een bezoek aan de kibboets Nir Oz.

Naza

Cherry Pickers

Het gebeurt niet vaak dat documentaires zelf nieuws worden. Het overkwam Errol Morris toen hij met The Thin Blue Line (1988), misschien wel de allereerste true crime-docu, aantoonde dat Randall Adams, die al jaren zat te verpieteren in een dodencel, de moord op politieagent Robert Wood in 1976 niet gepleegd kón hebben. En Andrew Jarecki met The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst (2018), een misdaadserie waarin zijn hoofdpersoon juist per ongeluk enkele moorden bekende. Ook klassiekers zoals Titicut Follies, Gimme Shelter en General Idi Amin Dada: A Self-Portrait deden bijvoorbeeld, vanwege uiteenlopende redenen, het nodige stof opwaaien.

Dat Naza (80 min.) wereldwijd zowel een storm van kritiek als een waaier aan loftuitingen zou oogsten, was wel enigszins te voorspellen. Het gevolg ook: de film van Yuval Abraham en Rachel Szor, die in de Oscar-winnende documentaire No Other Land (2024) de benarde positie van een Palestijnse gemeenschap optekenden, trekt overal volle zalen. De zakelijke toon waarop 24 digitaal geanonimiseerde medewerkers van de Israëlische inlichtingendiensten, in het donker geïnterviewd op het dak van een flatgebouw in Tel Aviv, spreken over de militaire operaties die de Israel Defense Forces opstartten in Gaza na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, raakt een gevoelige snaar.

Naza betekent nevenschade. Ofwel: het vermoede aantal burgerslachtoffers bij een actie. Zo’n twintig Naza per doelwit schijnt intern als acceptabel te worden beschouwd, maar soms hanteren ze ook heel andere aantallen. Een Israëlische militair spreekt bijvoorbeeld over het uitzonderlijke geval van ‘500 Naza voor één menselijk doel’. Die doelwitten worden bepaald door het computersysteem Lavender. Dat doet niet aan ethiek. Kunstmatige intelligentie is rationeler dan iemand die net een dierbare heeft verloren, stelt één van Abraham en Szors subjecten. ‘Ik word niet geacht om een morele of principiële positie in te nemen’, beweert een ander. ‘Ik heb een technische rol.’

De filmmakers vragen door, maar hengelen niet opzichtig naar emoties. De toon is functioneel, de setting afstandelijk. Ze wisselen hun gesprekken op het dak van de stad af met nachtelijke beelden van flatwoningen. De bewoners daarvan worden met behulp van de raamkozijnen, als ware het barricades, geanonimiseerd. Het nieuws over Gaza komt binnen via televisietoestellen. Het leven gaat er, kortom, ’gewoon’ door. Het is een treffende verbeelding van het dehumaniserende effect van deze oorlogsmachine, die niet alleen de slachtoffers ontmenselijkt maar ook de daders en hun acties, die veelal klinisch vanachter een beeldscherm kunnen worden opgezet en afgehandeld.

Daarbij maken ze geen onderscheid tussen kinderen en volwassenen. (Vermeende) Hamas-kopstukken moeten koste wat het kost uitgeschakeld worden. Waarbij de zinsnede ‘Waar is papa?’ naar verluidt geldt als signaal dat het doelwit thuis is gekomen en nu, samen met zijn gezin, kan worden uitgeschakeld. Het leidt tot enorme aantallen slachtoffers en verwoesting alom. Genocide? vragen de filmmakers. Absoluut, zegt één van de militairen. Een ander moet terugdenken aan de reis die hij ooit maakte naar de concentratiekampen. Naderhand zag hij de Duitsers als verpersoonlijking van het kwaad. ‘Ik zie die nazi’s nog steeds als slecht’, zegt hij. ‘Maar wie ben ik dan?’

Terrorisme kan worden gedefinieerd als ‘the systematic and deliberate attack, the murder, maiming and menacing attack of innocents, of civilians, for political goals’. Dat zijn niet de woorden van Yuval Abraham en Rachel Szor of hun klokkenluiders, maar van een politicus, die in 1986 in een Amerikaanse talkshow kwam vertellen over een boek dat hij zojuist had uitgebracht over terrorisme. Veertig jaar later stelt diezelfde Benjamin Netanyahu als premier dat Israëls optreden in Gaza een gerechtvaardigd onderdeel is van de strijd van goed tegen kwaad. Zijn eigen mannen, de voetsoldaten die de drones bedienen, spreken intussen over ‘zuiveren’ en verwoesting als strategisch doel.

De huiveringwekkende details die zij in deze verpletterende aanklacht oplepelen over hun werk zijn in dat verband niet meer dan logisch. De uiterste consequentie van hoe de huidige Israëlische regering, in elk geval sinds de aanslagen van 7 oktober 2023, naar Gaza en z’n bewoners kijkt. En daarvan slaat de wereld, héél terecht, even steil achterover.

American Doctor

Tiny Boxer Films

Hij dwingt de filmmaakster om voor haar eigen camera kleur te bekennen. De Joods-Amerikaanse orthopedisch chirurg Mark Perlmutter toont Poh Si Teng in de openingsscène van American Doctor (93 min.) beelden van zijn werk in Gaza. En hij wil dat zij die ook voorschotelt aan de kijkers van haar documentaire.

‘Deze eerste foto laat de kinderen zien die we in feite direct elimineren’, zegt hij geëmotioneerd, bij de aanblik van Palestijnse kinderen die niet meer waren te redden. ‘Dit ga ik blurren of toch niet gebruiken’, reageert Teng afwijzend. Ze wil de waardigheid van de kinderen niet beschadigen. ‘Nee, ik heb de toestemming van hun nabestaanden om deze foto’s te laten zien’, corrigeert Perlmutter. ‘Hun lichamen vertellen het verhaal van dit trauma, van deze genocide. Je bewijst hen geen dienst door die niet te laten zien.’

Tengs documentaire is nog geen drie minuten onderweg en de gewraakte foto verschijnt vol in beeld: zes lichaampjes van Palestijnse kinderen, die het geweld in Gaza niet hebben overleefd. Het is niet om aan te zien, maar moet naar de stellige overtuiging van Mark Perlmutter – en in zijn kielzog dus ook Poh Si Teng – wél worden gezien. Daarmee is ook de missie van deze film helder – en van de protagonisten ervan. Drie Amerikaanse artsen die aandacht vragen – nee: eisen! – voor oorlogsmisdaden in Gaza.

De Pakistaans-Amerikaanse trauma-arts Feroze Sidhwa werkt samen met Perlmutter in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis, in het zuiden van Gaza. Samen met hun collega’s stellen zij in gevaarlijke omstandigheden alles in het werk om gewonde Palestijnse burgers zo goed mogelijk te behandelen. ‘Als deze man het overleeft, dan komt dat door God’, zegt Sidhwa bijvoorbeeld tegen hen na een spoedoperatie, waarbij ze gevoelsmatig met één arm op hun rug moesten werken. ‘Niet door wat wij hebben gedaan.’

Zijn collega Thaer Ahmad, een Palestijns-Amerikaanse spoedarts, zou niets liever doen dan ook zijn bijdrage leveren in Gaza. Hij wordt bij de grens echter steeds tegengehouden door de Israëli’s. In eigen land probeert hij dus aandacht te genereren voor de situatie van de Palestijnen, in het bijzonder voor zijn overtuiging dat het Israëlische leger gericht schiet op journalisten, medisch personeel én kinderen. Artsen zoals zij zien vrijwel dagelijks jonge slachtoffers, beaamt zijn collega Feroze Sidhwa.

In Gaza sterven er volgens hem zelfs zeshonderd keer zoveel kinderen door geweld als in Oekraïne. De gezamenlijke aanklacht van Perlmutter, Ahmad en Sidhwa, die allemaal met hun poten in de modder (en het bloed) hebben gestaan, tegen Israëls optreden in Gaza is nauwelijks te negeren, maar lijkt vooralsnog wel aan dovenmansoren gericht. Met American Doctor zet Poh Si Teng hun wanhopig woedende boodschap nog eens kracht bij: in deze oorlog wordt elk recht geschonden. Wie roept Israël een halt toe?

Als in maart 2025 een staakt-het-vuren wordt beëindigd, volgt er bijvoorbeeld binnen enkele dagen een luchtaanval op een ‘terrorist’ die in het Nasser-ziekenhuis zou verblijven. ‘Dit is de eerste keer dat ik een patiënt die was opgeblazen heb geopereerd die vervolgens werd opgeblazen in zijn ziekenhuisbed’, blikt Feroze Sidhwa, nog altijd strijdbaar, terug. ‘Met zulke situaties krijg je als arts niet vaak te maken.’ Zelf is ie ook door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was hij bij z’n patiënt geweest.

Deze film wordt daarmee een indringend eerbetoon aan zorgverleners zoals hij, die steeds weer de moed vinden om in een hopeloze omgeving hun essentiële vak te blijven uitoefenen.

Ben Ik Een Moordenaar?

Doxy

De gebeurtenissen op 7 oktober 2023 in Israël en de navolgende respons in Gaza hebben Simonka de Jong opnieuw aangezet. Hoe kan ‘t dat mensen in staat zijn om te doden? En schuilt er ook in haar – ze kan er zich eigenlijk niets bij voorstellen – een persoon die een ander mens van het leven zou kunnen beroven? Ofwel: Ben Ik Een Moordenaar? (53 min.).

Met die vraag gaat De Jong op pad. Het is zeker in haar geval een beladen kwestie. Haar ene opa Karl zat vijf jaar in Auschwitz, terwijl bijna de hele familie van haar andere opa Loe, de bekende chroniqueur van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd vermoord in Sobibor. Ze heeft haar hele leven geprobeerd om daar zo min mogelijk aan te denken. Simonka de Jong wil, vertelt ze in één van de voice-overs waarmee ze deze persoonlijke film begeleidt, haar eigen gevoeligheid beschermen. Niet verharden.

Ben ik te zacht voor deze wereld? vraagt ze zich tegelijk af. Of ben ik gewoon naïef? Als haar zoons zich vermaken met een schietgame, kan ze ’t al bijna niet aanzien. Uiteindelijk laat De Jong zich overtuigen om ook eens achter zo’n digitale loop van een geweer te kruipen en simpelweg te schieten. In Israël spreekt ze verder met voormalig sluipschutter Nadav Weiman, inmiddels actief bij Breaking The Silence, een veteranenorganisatie die kritisch is op het Israëlische leger. Hij kent deze ervaring uit het echte leven en is ervan overtuigd dat iedereen, in de ‘juiste’ omstandigheden, in staat is om te doden.

Dat is tevens de boodschap van Alette Smeulers, hoogleraar internationale misdrijven: juist denken dat ’t jou nooit zal overkomen is gevaarlijk. En dus probeert De Jong zich over te geven aan een antiterreur-, veiligheids- en afweertraining bij het Israëlische leger, waar ze in nagebootste crisissituaties wordt gebracht en een automatisch wapen in haar handen krijgt gedrukt, met de uitdrukkelijke boodschap om er eens mee te vuren. Wat maakt dit los in haar, de Nederlandse vrouw die wars wil zijn van elke vorm van geweld?

Durft ze tijdens therapiesessies ook de woede over wat haar eigen familie tijdens de oorlog is aangedaan, voor het nageslacht vereeuwigd op het Nationaal Holocaust Namenmonument in Amsterdam, toe te laten? En hoe wapenen anderen, zoals de voormalige Israëlische schietinstructrice Becca Strober, de Palestijnse vredesactivist Issa Amro en haar eigen zoons, zich tegen de onvermijdelijke drang om wild om zich heen te slaan als ze worden bedreigd – en zo van slachtoffer dader te worden?

Ben Ik Een Moordenaar?, aangezet met geladen klassieke muziek, wordt daarmee een interessante en actuele persoonlijke zoektocht naar het geweld dat in ons allen schuilt: een afschrikwekkend beest dat recht in de ogen moet worden gekeken om het, in elk geval voorlopig, koest te kunnen houden.