Parasisi

Dokma Film

Ooit, eind negentiende eeuw, brachten goudzoekers uit Nederland en Frankrijk vreemde ziekten mee, die de Wayana-gemeenschap in het Amazonegebied bijna decimeerden. Dat gevaar wisten ze met de medicijnen van christelijke missionarissen uiteindelijk weer in te dammen. Van de buitenlandse inmenging kwamen de Wayana echter nooit meer af.

Tegenwoordig heeft het inheemse volk, dat in het grensgebied tussen Suriname en Frans Guyana leeft, nog altijd te maken met Parasisi (60 min.), buitenlanders die, bevangen door niet aflatende goudkoorts, de Lawa-rivier afvaren, op zoek naar een beter leven. Zij vormen al evenzeer een bedreiging voor de oorspronkelijke bewoners van het regenwoud.

Intussen telt het Wayana-volk nog maar zo’n 2500 zielen. Hun identiteit en cultuur staan voortdurend onder druk van al die vreemdelingen, die de laatste jaren vooral uit Brazilië arriveren. Zij maken lawaai, zoeken hun eigen vertier en vervuilen ondertussen het rivierwater – en al wat dit met zich meetorst. De vissen bevatten bijvoorbeeld ongezond veel kwik.

Deze observerende film van Zaïde Bil en Sébastien Segers, opgetekend in sfeervol zwartwit, is thematisch verwant aan Monikondee (2025) van Tolin Alexander, Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan en agendeert de alsmaar ingrijpendere inbreuk op het Wayana-leven. Van lawaaierige boten en luide muziek tot het propageren van voorbehoedsmiddelen en het geloof.

‘It takes a village to raise a child’, houdt de jonge Amerikaanse vrouw Tammy, die zich wil laten dopen in de Lawa-rivier waar ze als vijfjarig kind God zou hebben leren kennen, de aanwezigen bijvoorbeeld voor bij een Bijbel Conferentie. ‘And I just want you to know that you’re my village.’ Ze laat een korte, dramatische stilte vallen. ‘And you are my people.’

Bil en Segers vereeuwigen hoe Parasisi zoals zij zich deze wereld toe-eigenen, als een echo van eeuwen kolonialisme, met dramatisch getoonzette beelden, die nog eens worden versterkt met een subtiel geluidsdecor. De verandering die, soms overigens ook met de beste bedoelingen, is ingezet lijkt onomkeerbaar.

Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure

Netflix

Ergens in de Rocky Mountains is een schatkist verborgen. Daarin zit goud ter waarde van enkele miljoenen dollars. Het is een idee van de gefortuneerde kunsthandelaar Forrest Fenn. In The Thrill Of The Chase, zijn autobiografie uit 2010, heeft hij een gedicht opgenomen, waarin negen aanwijzingen zijn verwerkt om de schat te vinden.

Het lijkt in eerste instantie niet meer dan een truc om zijn boek onder de aandacht te brengen, maar al snel loopt Fenns idee helemaal uit hand. Talloze gewone Amerikanen raken bevangen door goudkoorts en proberen het gedicht te ontcijferen. De Hursts, een stel rednecks, weten bijvoorbeeld zeker dat de buit is verstopt in het voormalige mijnwerkersdorp Kirwin in Wyoming, terwijl de gepensioneerde ingenieur Cynthia Meachum ervan overtuigd raakt dat de schat in New Mexico is te vinden.

Op zoek naar ‘fortuin en glorie’, aldus de montere softwareontwikkelaar Justin Posey. Want wie wil er nu geen Indiana Jones zijn? Niet iedereen is echter gemaakt voor de rol van avonturier, blijkt in de driedelige docuserie Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure (160 min.) van Jared McGilliard. Het duurt niet lang of de schattenjacht eist z’n eerste slachtoffer: ene Randy Bilyue raakt nabij Santa Fe vermist als hij in hartje winter, met een rubberboot van Walmart, de Rio Grande probeert af te varen.

Forrest Fenns autobiografie wordt in de media, die ’s mans meesterzet en de navolgende goudkoorts helemaal uitmelken, dan al omschreven als: ‘the book that lures readers to their deaths’. Fanatieke speurders zoals Meachum, die bij Fenn zelf op zoek gaat naar aanwijzingen, en de Hurst-familie, dromend van een leven buiten het ‘trailer park’, laten zich daardoor niet weerhouden. En de inventieve Posey begint doodleuk een hond te trainen, zodat die letterlijk kan worden ingezet als speurneus.

McGilliard volgt hen terwijl ze hun nieuwste theorie najagen en ergens in Amerika op zoek gaan naar de goudkist. Hij snijdt hun verhalen slim door elkaar en leukt ze op met een avonturenfilmsoundtrack en gewiekste cliffhangers, zodat ’t steeds spannend blijft of iemand op de buit stuit – en wie dat dan is. Tegelijkertijd schetst ie ook de gekte in de schatzoekersgemeente. Die krijgt gaandeweg ook een naar kantje: vergezochte hypothesen krijgen gezelschap van onvervalste complotten.

Op een luchtige manier toont Gold & Greed zo hoe het idee van eeuwige rijkdom voor tal van gewone Amerikanen een obsessie wordt. Totdat ze zowaar tien jaar van hun leven hebben gespendeerd aan een waanidee – al heeft zelfs dat z’n aantrekkelijke kanten. De jacht is immers mooier dan de vangst. Justin Posey realiseert zich dat terdege en probeert in deze joyeuze productie zowaar in de voetsporen te treden van Forrest Fenn, die in 2020, na een enerverende oude dag, op negentigjarige leeftijd is overleden.