F*ck Drugs

Tangerine Tree / BNNVARA

Nadat hij in Samen Vreemdgaan? (2024) enkele leden van de swingersgemeenschap heeft geportretteerd, volgt Jesse Bleekemolen in F*ck Drugs (60 min.) nu drie Nederlandse queers die zich regelmatig overgeven aan ‘chemsex’: (groep)seks onder invloed van drugs.

Het procedé is eigenlijk vergelijkbaar met zijn eerdere film: hij portretteert enkele hoofdpersonen in hun thuisomgeving, nodigt hen dan uit om openlijk te spreken over hun (seks)leven en volgt hen daarna naar de plekken waar zij zich volledig kunnen overgeven aan hun lustgevoelens. Zo maakt hij een subcultuur toegankelijk, die doorgaans alleen binnen de eigen ‘safe space’ z’n ware gezicht toont. Een broeierige wereld die door Bleekemolen bovendien is vervat in enkele gestileerde erotische sequenties.

Anthony (35) heeft één keer per week seks, vertelt hij lachend in de openingsscène van de film: ‘Het hele weekend!’ In de voorbije tien jaar heeft hij volgens eigen zeggen zo’n 376 feesten bezocht. Davo (22) gaat nu ongeveer tweeëneenhalf jaar naar chemsex-feesten. Hij kan er zijn wildste fantasieën uitleven en heeft volgens eigen zeggen verder geen behoefte aan een romantische relatie. Voor Erik (61) komen de feesten tegemoet aan zijn avontuurlijke inborst en zijn behoefte aan autonomie.

Met een shotje GHB, ketamine en/of een lijntje (of spuit) 3-MMC verdwijnen alle belemmeringen en kunnen ze helemaal los. Vanachter de extase komt echter ook een andere wereld tevoorschijn: van soms haperende zelfacceptatie, onbegrip vanuit de directe omgeving, heteronormativiteit en angst voor echte intimiteit. ‘In mij zit een afschuwelijke ijsvlakte die maar niet ontdooit en die ik zelf dus ook in stand houd’, constateert Erik, die ook thuis 3-MMC is gaan injecteren. Hij zorgt er zo voor dat ook Bleekemolen, achter de camera, even heel kwetsbaar wordt.

Net als eerder Samen Vreemdgaan? wordt F*ck Drugs daarmee een film over de mens achter de seks. Kwetsbaar en behoeftig, op zoek naar lust en bevestiging. Zoals we dat waarschijnlijk allemaal zijn, ieder op z’n eigen manier.

Crime Scene Berlin: Nightlife Killer

Netflix

Wie deed wat met wie en waar, hoe en in welk kamertje? wil de Duitse recherche op 5 mei 2012 weten als ’s nachts het levenloze lichaam van de 32-jarige Nicky M. wordt aangetroffen in de Berlijnse gaybar Grosse Freiheit. Maar wie houdt er nu een overzicht bij van wie zich in welke darkroom heeft teruggetrokken? En waarom heeft niemand het slachtoffer gehoord toen hij van het leven werd beroofd? Duidelijk is dat Nicky’s creditcard vlak na zijn dood nog is gebruikt.

En dan dient zich nog een tweede slachtoffer aan in Crime Scène Berlin: Nightlife Killer (106 min.). Levend. Miroslaw Wawak kwam een uur na de moord op Nicky, rond vijf uur ’s nachts, in een trein een man tegen. Ze wisselden een flaconnetje sterke drank uit. Daarna is de jonge man kwijt wat er met hem is gebeurd. Miroslaw komt pas bij zijn positieven in het ziekenhuis. Hij blijkt ternauwernood een GHB-vergiftiging te hebben overleefd. Z’n creditcard en contant geld zijn wel ontvreemd.

Niet veel later komt in deze driedelige true crime-serie van Jan Zabeil en Caroline Schaper, onderdeel van Joe Berlingers Crime Scene-franchise, een dader in beeld. Deze man – vooralsnog blijft onbekend wie het is – vertelt over wat hem rond zijn misdaden bezig hield. Waarom hij precies tot zijn daden overging, blijft echter ongewis. Omdat het kon? ‘Ik weet dat ik iets doe wat verboden is, iets verkeerds’, stelt hij. ‘Bij ieder ander zou ik deze daden veroordelen. Maar het bevredigde iets in mij.’

Gaandeweg breidt de zaak zich uit naar mogelijke andere misdaden. Die zijn stuk voor stuk gesitueerd in de Duitse gayscene. Langzaam komt dan ook steeds nadrukkelijker de persoon in beeld achter de anonieme man, die eerder ook al met Miroslaw op beveiligingscamerabeelden van het Berlijnse station Ostbahnhof was te zien. Hij begint verdacht veel te lijken op een klassieke seriemoordenaar, inclusief de jeugdtrauma’s die wellicht ten grondslag hebben gelegen aan zijn drang om te doden.

De partyscene van de Duitse hoofdstad, waarin sowieso van alles gebeurt wat het daglicht niet kan verdragen, vormt een perfect jachtterrein voor deze ‘Koma-Killer’. Zabeil en Schaper nutten dit decor ook ten volle uit en geven de jacht op hem een naargeestig karakter met duistere reconstructiescènes en hectische dancemuziek. Enig effectbejag is hen daarbij niet vreemd. Het nachtelijke Berlijn wordt in hun handen geen plek om individuele vrijheid te beleven, maar een hedonistisch oord vol gevaren.

Uiteindelijk vallen alle puzzelstukjes in Crime Scene Berlin min of meer in elkaar – al blijven er, mede door de afloop van deze intrigerende casus, ook de nodige vragen onbeantwoord.