Dirty Money

Netflix

Ze balanceren voortdurend op het slappe koord tussen gewiekste bedrijfsvoering en pure oplichting, de hoofdpersonen van de zesdelige documentaireserie Dirty Money (376 min.). Zolang ze niet worden betrapt – of door de mazen van de wet kunnen glippen – lijkt alles, werkelijk alles, geoorloofd.

En daarmee belanden ze op het vizier van documentairemaker Alex Gibney, die eerder financiële malversaties bij de energiegigant Enron, het pyramidespel van Jack Abramoff en wanpraktijken op Wall Street onder de loep nam. Onder zijn bezielende leiding buigen enkele gerenommeerde regisseurs zich nu over een eigen schandaal in zes, los van elkaar te bekijken afleveringen.

In deel één hard NOx (75 min.) rekent Gibney zelf af met Volkswagen, dat doelbewust sjoemelsoftware inbouwde in zijn dieselauto’s, zodat de werkelijke uitstoot van kwalijke gassen (en Gibney legt daarbij rücksichtslos de link naar een zekere Duitse leider, die ooit mede aan de wieg van het bedrijf stond en ook gedurig wordt geassocieerd met gas) werd versluierd. En als er dan ook nog levende apen blijken te zijn gebruikt om die uitlaatgassen te testen…

In andere afleveringen neemt Dirty Money bijvoorbeeld  de Amerikaanse medicijnenfabrikant Valeant, die de prijzen van cruciale pillen talloze malen over de kop liet gaan om zo de eigen financiële huishouding min of meer op orde te houden, en het bankconcern HSBC, dat zonder enige scrupules enorme geldbedragen aannam van Mexicaanse drugskartels, op de korrel. Als brave burger zie je het afwisselend met open mond, gebalde vuist of steen in de maag aan.

Mijn favoriet? Aflevering 2, Payday (68 min.), van Erin Lee Carr (die ook één van de spannendste films van 2017 maakte: de bizarre true crime-klapper Mommy Dead And Dearest). Zij volgt Scott Tucker tijdens de voorbereidingen op een grote rechtszaak. Deze Amerikaanse Dirk Scheringa werd schathemeltjerijk van zogenaamde flitsleningen en maakte met dat geld vervolgens goede sier met een eigen autoraceteam. De man blijft consequent de vermoorde onschuld spelen terwijl intussen zijn schandelijke modus operandi uit de doeken wordt gedaan.

Elke vorm van schaamte, of zelfs maar de meest basale vorm van zelfreflectie, lijkt te ontbreken bij de linkmiegels die worden geportretteerd in Dirty Money. Één man mag daarom niet ontbreken tussen al die hele en halve witte boordencriminelen: de huidige Amerikaanse president, die tijdens zijn lange carrière als Con(fidence) Man ook – het zal niemand verbazen – de nodige dubieuze deals heeft gesloten. Aan hem, de zelfverklaarde dealmaker, is de laatste aflevering gewijd.

Bannon’s War

PBS

Achter elke Republikeinse president gaat een onvervalste Raspoetin schuil, die welhaast demonische krachten moet worden toegedicht.  Zo liet Lee Atwater George H. Bush ooit het gemeenste campagnespotjes aller tijden uitzenden, fluisterde Karl Rove (ook wel Bush’s Brain bijgenaamd) diens zoon George W. allerlei wilde oorlogsplannen in en zorgt alt-righter Stephen K. Bannon er tegenwoordig voor dat Donald Trump xenofobe muren optrekt voor moslims en Mexicanen.

Dat is althans de beeldvorming. Zo’n kwade genius achter de schermen spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Óók van documentairemakers. En dus krijgen al die politieke poppenspelers hun eigen film. Zo waagt de gerenommeerde Amerikaanse documentairerubriek Frontline, van de publieke omroep PBS, nu een serieuze poging om Trumps meesteradviseur Steve Bannon te duiden.

Frontlines toon blijft daarbij zoals gewoonlijk zakelijk en neutraal. Dit portret van één van Amerika’s meest omstreden politieke figuren, met bijnamen als President Bannon en The Great Manipulator, moet ’t dus niet hebben van gepeperde meningen, smeuïge details en wilde theorieën. Of van de hoofdrolspeler zelf, want die spreekt zich zelden in het openbaar uit.

Met archiefbeelden en een keur aan pratende hoofden, zowel tegenstanders als medestanders, schetst Bannon’s War (54 min.) een afgewogen beeld van de voormalige hoofdredacteur van de Amerikaanse Geenstijl (Breitbart), die wordt gezien als Trumps connectie met extreem-rechts en architect van diens (vooralsnog mislukte) moslimban. Daarmee worden tevens de politieke filosofie, methoden en idealen die schuilgaan achter de regering Trump in kaart gebracht.

Get Me Roger Stone

Netflix

Sinds enkele dagen is op Netflix de documentaire Get Me Roger Stone (101 min.) te bekijken. Deze gloednieuwe film documenteert op uiterst soepele wijze de spraakmakende carrière van Trumps smoezelige rechterhand, Roger Stone. Stone knapt sinds jaar en dag smerige karweitjes op voor de huidige Amerikaanse president, zou hoogstpersoonlijk diens back channel naar Wikileaks zijn geweest en werd volgens eigen zeggen vorige week nog door de president geconsulteerd over het veelbesproken ontslag van FBI-directeur James Comey.

Om je een beeld te vormen: de flamboyante Roger Stone heeft op zijn rug een tattoo van ene Richard ‘Tricky Dick’ Nixon, de enige Amerikaanse president die ooit heeft moeten aftreden. Op Comeys ontslag reageerde hij vorige week met een triomfantelijk ‘You’re fired!’-tweetje, een verwijzing naar de vaste oneliner van zijn baas in diens succesprogramma The Apprentice (‘should have won an Emmy’, aldus the Donald zelf).

In Get Me Roger Stone van regisseur Morgan Pehme debiteert de  consultant met veel aplomb de ene na de andere politieke straatwijsheid, zogenaamde Stone Rules. Van ‘Het is beter om berucht te zijn dan helemaal niet beroemd’ tot ‘Politiek is showbusiness voor lelijke mensen’. Of, zijn meest (zelf)onthullende oneliner: ‘Haat is een sterkere motivator dan liefde.’

De politieke professional Stone belichaamt zo de verwording van de Republikeinse partij; van de keurige president Eisenhower via de corrupte Nixon naar de ultieme narcist Trump. Dat levert een bruisende film op, die niet alleen erg entertainend en grappig is, maar ook context en achtergrond verschaft bij het fenomeen Trump en de enge politieke wereld die daarachter schuilgaat. Boeiende, maar ook belangrijke documentaire dus.

In de fascinerende documentaire A Storm Foretold (2023) volgt de Deense filmmaker Christoffer Guldbrandsen Roger Stone voor, tijdens én na de tumultueus verlopen Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020, waarbij hij zelf een dubieuze rol heeft gespeeld met het opzetten van de Stop The Steal-campagne.