Várzea: Onde Nasce O Futebol

Netflix

‘Ik wilde hetzelfde bereiken als Cafu, vertelt Marcelinho bij een kolossale muurschildering van de recordinternational, die in 1994 en 2002 wereldkampioen werd met het Braziliaanse nationale elftal. ‘Met de wereldcup staan, erkend worden. Niet alleen in mijn land, maar wereldwijd.’ Even later komt Gamão, de man die de muurschilderij heeft gemaakt, erbij zitten. ‘Voetbal is alles voor het getto’, stelt hij. ‘Het is de gemakkelijkste kans om hier weg te komen.’ Cafu symboliseert volgens de graffitikunstenaar dat verhaal. ‘Brazilië zit op de voetbaltroon door de favela’s.’

Cafu groeide op in de favela Jardim Irene, vertelt hij in Várzea: Onde Nasce O Futebol (internationale titel: The Root Of The Game, 123 min.), een driedelige serie over het zogeheten Várzea-voetbal in São Paulo, een knock-out toernooi waarin verschillende favela’s het tegen elkaar opnemen. Toen hij in 2002 wereldkampioen werd, dacht de voormalige rechtsback: ‘Jarim Irene kijkt naar mij.  Ze vragen zich vast af of Cafu ook naar Jardim Irene kijkt. Kijkt de aanvoerder ook naar ons?’ Op archiefbeelden is intussen te zien hoe iemand met een stift ‘100 % Jardim Irene’ op Cafu’s shirt schrijft. Zo wordt de volksheld ook vereeuwigd met de wereldcup, als jongen uit de favela die ‘de koning van de finales’ wordt.

Várzea-spelers zoals Marcelinho (Milianos) en Sujão (MEC) dromen er ook van om profvoetballer te worden – en niet tot de negentig procent van hun wijk te gaan behoren die op het verkeerde pad belandt. Vooralsnog is het hen niet gelukt om echt een carrière op te bouwen, maar met de Várzea-wedstrijden kunnen ze min of meer hun gezin onderhouden. In de kwartfinale staan de twee tegenover elkaar, in wat ook de climax van de eerste aflevering van deze miniserie van Alec Cutter gaat worden. In tegenstelling tot hun succesvolle landgenoten die bij Europese topclubs moeiteloos miljoenen binnen harken, moeten Marcelinho en Sujão koste wat het kost winnen. Want zij hebben écht niets te verliezen.

In de navolgende afleveringen van deze dikke productie zal de winnaar van de twee het, ten overstaan van z’n eigen gemeenschap, in de volgende ronde van de Super Copa Pioneer moeten opnemen tegen een andere wijk, waar criminelen de dienst uitmaken en een carrière in de (drugs)criminaliteit continu lonkt. ‘Ik heb nergens zoveel druk gevoeld als bij de Várzea’, vertelt de Braziliaanse international Raphinha, die tegenwoordig bij FC Barcelona speelt. ‘Je speelt een wedstrijd en ziet mensen met wapens die ons bedreigen of tijdens de wedstrijd met elkaar vechten.’ Hij herinnert zich hoe er bij een wedstrijd eens op de kleedkamerdeur werd gebonsd. ‘Als we zouden winnen, zouden we het niet overleven.’

Voetbal biedt de bewoners van favela’s desondanks een uitweg, toont Várzea: Onde Nasce O Futebol. Als mogelijk carrièrepad – of, realistischer, als tijdverdrijf en schouwspel dat even de druk van het dagelijks bestaan verlicht. De Várzea-wedstrijden, met al hun zwaar oververhitte peptalks, wilde overtredingen en ongegeneerde vreugde- of woede-uitbarstingen, hebben onmiskenbaar een ventielfunctie voor mensen die vaak alle hoeken van de kamer al eens hebben gezien. Intussen krijgt het winnen van die Super Copa Pinoneer, een plaatselijke variant op de hoofdprijs bij het Broer van Grunsven-toernooi of de George Baker, een belang dat alleen met de echte wereldcup is te vergelijken.

Wie mag hem, in naam van z’n favela, omhoog heffen?

U.S. Against The World: Four Years With The Men’s National Soccer Team

HBO Max

Sinds het wereldkampioenschap voetbal van 2026 acht jaar geleden is toegewezen aan de Verenigde Staten, Canada en Mexico, is het doel van het Amerikaanse team duidelijk: de wereldcup pakken in eigen land. Ofwel: U.S. Against The World: Four Years With The Men’s National Soccer Team (302 min.), een beetje zoals het ook al een tijdje buiten het voetbalstadion gaat. En president Donald Trump is natuurlijk ook de eerste die de overwinning zal claimen als het daadwerkelijk zover komt.

Halverwege het project, bij het WK van 2022 in Qatar, komt Team USA in elk geval niet verder dan de achtste finale, waarin niemand minder/meer dan het Nederlands elftal van Louis van Gaal te sterk blijkt. Dat toernooi wordt afgewikkeld in de eerste aflevering van deze gelikte vijfdelige serie van Rand Getlin en Janina Pelayo. In de navolgende jaren en afleveringen neemt de zelfverklaarde ‘Golden Generation’ nog aan diverse andere, altijd weer héél belangrijke toernooien deel en dreigt hun missie serieuze averij op te lopen.

Als de Amerikanen in 2024 bijvoorbeeld deelnemen aan de Copa América, eveneens in eigen land, komt bondscoach Gregg Berhalter door tegenvallende resultaten onder enorme druk te staan. Want ook in Amerika ziet de scheidsrechter het soms helemaal verkeerd en staan er stuurlui aan de wal die het écht beter weten. Een leiderschapswissel blijkt onvermijdelijk. De no-nonsense trainer wordt opgevolgd door de Argentijnse toptrainer Mauricio Pochettino. Maar of de resultaten daarvan beter worden?

Getlin en Pelayo maken van elke afzonderlijke match (Uruguay! Panama! Guatemala!) een enerverende samenvatting en laten tussendoor miniportretjes van enkele spelers en hun gezinnen zien. Veteraan Tim Ream bijvoorbeeld, die na bijna tien jaar in de Britse Premier League, hoopt dat hij toch weer mee mag naar het WK. Linksback Antonee Robinson, die daaraan, vanwege een aanhoudende blessure, inmiddels flink twijfelt. En alle spelers die, door geboorteplek of familiebanden, eigenlijk ‘toevallig’ Amerikaan zijn.

De Nederlandse Amerikaan Sergino Dest en de Duitse Amerikaan Malik Tillman worden er nog uitgelicht in de slotaflevering van deze vermakelijke miniserie. Dit geldt helaas niet voor die andere PSV’er, de Mexicaanse Amerikaan Ricardo Pepi. Zij zijn stuk voor stuk onderdeel van een sportploeg, met een opmerkelijk emotionele coach, die gedurende de jaren heel wat teleurstellingen moet slikken om uiteindelijk uit te kunnen komen bij het beoogde einddoel: die wereldtitel in eigen land.

Daarvoor lijkt dan wel een klein wonder nodig.

Deze bespreking is na elke aflevering bijgewerkt.

Lutar, Lutar, Lutar

ESPN

Alleen de liefde zelf maakt net zulke grote emoties los als de belangrijkste bijzaak van de wereld, voetbal. Lutar, Lutar, Lutar (110 min.) levert het tastbare bewijs, via de aanhang van Clube Atlético Mineiro, sinds 1908 de trots van de Braziliaanse mijnwerkersstad Belo Horizonte. De gezworen fans Sérgio Borges en Helvécio Marins Jr. belichten de turbulente historie van hun club, vanuit de beleving van supporters zoals zijzelf. ‘Wij zijn geen team dat de ene na de andere cup wint’, zegt een fan van ‘Galo’ treffend. ‘Wij zijn een team van eer, lef en traditie. Nog een beker in de prijzenkast? Big fucking deal. Ik ben een Atleticano. Die cups kunnen me gestolen worden. Ik ben een martelaar.’

‘Huwelijken, verjaardagen, noem ’t maar op’, zegt Tia Célia Diniz, een oudere vrouw, die voor de camera heeft plaatsgenomen in het zwart-witte clubshirt. ‘Als Galo speelt, hoeven ze niet op me te rekenen. Dan zit ik in het stadion.’ De quote zou zo afkomstig kunnen zijn uit Fever Pitch, het heerlijke boek dat Nick Hornby schreef over zijn tragische liefde voor de Londense voetbalclub Arsenal. Tia illustreert nog maar eens hoever haar liefde gaat: ‘Mijn dochters bevielen altijd als het seizoen al was begonnen. Ik bracht hen dan naar het ziekenhuis en zei: als ik terugkom van de wedstrijd, kun je me vertellen of het een jongen of een meisje is geworden. Het is hoe dan ook een Atleticano.’

De club maakt elementaire clangevoelens los. Die spelen nog altijd duchtig op bij de herinnering aan de dramatische beslissingswedstrijd om het Braziliaanse kampioenschap van 1977 tegen grote rivaal São Paulo. Het onrecht stapelde zich werkelijk op: Galo had in de competitie elf punten voorsprong opgebouwd (die nu ineens niet meer meetelden), moest aantreden zonder z’n sterspeler Reinaldo, werd een glaszuivere strafschop onthouden en ging toen de bietenbrug op na een dramatisch verlopen penaltyreeks. Het verlies leidde tot massale rouwtaferelen in de Braziliaanse stad. ‘Belo Horizonte heeft nooit een triestere dag gekend’, zegt Reinaldo in dit gepassioneerde clubportret.

De traumatische nederlaag is ook een bevestiging: Atlético Mineiro wordt stelselmatig benadeeld tegenover de clubs uit grote steden zoals Rio de Janeiro of São Paulo. En dat Calimero-complex blijkt, in combinatie met blinde clubliefde, een prima drijfveer om tóch te komen tot grote prestaties. Al kunnen die dat gevoel van miskenning nooit helemaal wegnemen. Want zeg nou zelf: Reinaldo is toch beslist niet minder dan de legendarische Pele, die alom wordt beschouwd als de beste speler aller tijden? Bedenk daarbij dat de sterspeler van Galo jarenlang he-le-maal kapot is geschopt en daarnaast op alle mogelijke manieren werd tegengewerkt door de militaire machthebbers in het land.

Borges en Marins Jr. volgen hun club over hoge toppen en door diepe dalen. Via interviews met voormalige topspelers als ÉderToninho Cerezo en Ronaldinho en ronduit schitterende voetbalbeelden uit de meer dan een eeuw omvattende clubhistorie, natuurlijk. Eerst en vooral is Lutar, Lutar, Lutar – wat zoveel betekent als: streef, streef, streef, een leus die regelmatig door Galo’s thuisbasis Mineirão galmt – echter een lyrische ode aan al die Atleticano’s en de manier waarop zij leven met hun club. Als Atlético Mineiro na enkele magere jaren in 2013 eindelijk de Copa Libertadores in de wacht sleept, het hoogtepunt uit de clubhistorie en de climax van deze film, is het volksfeest dan ook niet te overzien.

‘Dank u God, vader, moeder, oom dat ik een Atleticano mocht worden’, vat verteller Carol Leandro dit sentiment nog even samen, bij een beeld waarop ze in het stadion met andere fans een doelpunt viert. ‘Dit ben ik: Carol. Vrouw, zwart en supporter. Maar er is geen betere definitie van mij dan de zin op het spandoek hier achter op de foto. Wij als Atleticano spreken altijd in meervoud. Wij blijven en wij zingen. Wat er ook gebeurt, ongeacht de tijd of omstandigheden, dat is een vanzelfsprekendheid in ons leven. Wij blijven en wij zingen.’ Waarna het ‘Galo, Galo, Galo…’ weer van de tribunes neerdaalt…

Copa 71

IDFA

Een jaar na het wereldkampioenschap voor de mannen in 1970, waarbij het swingende sambavoetbal van Brazilië ieders hart veroverde, was Mexico City het toneel voor het allereerste WK voetbal voor vrouwen. Terwijl de beelden van Pele en zijn medespelers, voor het eerst in kleur, naderhand de hele wereld overgingen en zich daarna in het collectieve geheugen van sportliefhebbers nestelden, werd Copa 71 (89 min.) echter doelbewust uit de sporthistorie gewist.

Want de internationale voetbalbond FIFA, een echt mannenbolwerk, moest helemaal niets van vrouwenvoetbal hebben en ondersteunde dit toernooi sowieso niet. Officials ontraadden de sport die oorspronkelijk best populair was bij vrouwen toen al een hele tijd, vertelt historicus David Goldblatt in deze historische documentaire. Die was nu eenmaal veel te gevaarlijk voor het zwakke geslacht. Dit sentiment werd, onbedoeld, heel treffend verwoord door een verslaggever. ‘What is nice girl like you playing football?’ vroeg hij aan een Britse speelster, een smakelijke scène die de tijdgeest perfect blootlegt.

Met voetbalsters van de zes deelnemende landen (Engeland, Mexico, Italië, Frankrijk, Denemarken en Argentinië) blikken de filmmakers Rachel Ramsay en James Erskine terug op het wereldkampioenschap, dat nog altijd geldt als het best bezochte sportevenement voor vrouwen aller tijden. De finale in het imposante Azteca Stadion in Mexico City werd bijgewoond door ruim 100.000 enthousiaste fans. Naderhand wachtte alle betrokkenen echter een enkeltje vergetelheid. Pas twintig jaar later ging de FIFA alsnog overstag en organiseerde de bond in 1991 het ‘eerste’ WK voetbal voor vrouwen.

Deze delicieuze sportfilm, met prachtige wedstrijdbeelden, diept dit ‘vergeten’ voetbalverhaal op en schetst tevens de context waarbinnen dat zich afspeelt, een mannenwereld waar seksisme en vooroordelen welig tieren en vrouwenvoetbal op z’n best als ‘sexy’ wordt betiteld. Het toernooi blijkt desondanks, of ook wel een beetje daardoor, een enorm succes. En dit maakt het extra wrang dat het daarna zo grondig is afgedekt dat zelfs een vrouwelijke voetbalpionier zoals de tweevoudige Amerikaanse wereldkampioene Brandi Chastain er tot voor kort nog nooit van had gehoord.

Deze film zet dit eindelijk recht en ontrukt meteen enkele vrouwelijke voetbalhelden aan de vergetelheid.

La Otra Copa

IDFA

Hartstochtelijk zingen de Argentijnen mee tijdens het volkslied. De weg naar het WK voetbal was lang voor hen. Drie maanden hebben ze zich voorbereid. Ze begonnen in het voorjaar van 2004 met een flink aantal gegadigden. Na een strenge selectie bleven er acht spelers over. Die mochten naar het toernooi in Zweden. Waar dat lag? Geen idee. De meesten van hen hadden nog nooit in een vliegtuig gezeten. En nu staan ze zowaar tegenover de vertegenwoordigers van een ander land, Namibië. Voor een stevig potje vier tegen vier.

De twee teams strijden om La Otra Copa (Engelse titel: The Other Cup, 90 min.), de wereldbeker voor daklozen. Regisseur Damián Cukierkorn is daarvoor aangesloten bij het Argentijnse team, dat bestaat uit verkopers van de daklozenkrant Hecho en Buenos Aires. Want die voorbereidingsperiode was in wezen natuurlijk een verkapte behandeling. De deelnemers stelden zichzelf een concreet doel, werden daarbij begeleid door professionals en moesten bovendien, om topfit aan de aftrap te kunnen verschijnen, slechte leefgewoonten afzweren.

De aanloop naar het wereldkampioenschap was nochtans pittig. De Argentijnse organisatie kampte met geldtekort, op het allerlaatste moment moesten er drie kandidaten afvallen en voor de uitverkorenen diende er ook nog een paspoort te worden geregeld. Dat leek een formaliteit. Eenmaal in Europa hebben sommige spelers echter het gevoel dat ze op een schoolreisje zijn, waarbij ze in Cukierkorn een trouwe bondgenoot vinden. Hij helpt hen bijvoorbeeld met Engelse zinnetjes als ze aantrekkelijke meisjes hebben ontmoet, zoals: ‘I like your smile.’ Basisspeler Omar Paz heeft echter snode plannen. ‘I want have sex with you’, oefent hij met een brede glimlach.

Voor even vergeten de spelers aan de andere kant van de wereld wie en wat ze ‘thuis’ waren: dakloos. Dit toernooi draait voor hen eerst en vooral om zelfrespect en waardigheid. ‘Daklozen over de hele wereld voelen zich buitengesloten en niet gewenst’, stelt Mel Young, de organisator van het WK. ‘Dat is een belangrijke psychologische factor.’ De mensen die doorgaans van de straten worden geveegd als er een internationaal evenement op komst is, krijgen nu voor één keer het podium en worden gezien voor wie ze zijn: gewone mensen die ook ongegeneerd kunnen stralen. En dat is een aardigheid om te zien, in deze zwaar ontwapenende film.