The Last Dance

Netflix

Het moet The Last Dance (500 min.) worden voor The Chicago Bulls. Het basketbalteam rond de Amerikaanse superster Michael Jordan wil in het seizoen 1997/1998 zijn allerlaatste kunstje flikken: de zesde landstitel in nog geen tien jaar. De clubleiding is eigenlijk van mening dat de ploeg over z’n top is en grondig moet worden vernieuwd, maar daar heeft Jordan hoogstpersoonlijk een stokje gestoken. En ook succescoach Phil Jackson, die Bulls-directeur Jerry Krause eigenlijk wilde laten vervangen, heeft er op verzoek/bevel van zijn protegé nog één allerlaatste jaartje bijgekregen.

Alles en iedereen staat, kortom, in de ‘do or die’-stand voor een nieuw NBA-seizoen. Om de zaak nog eens extra op scherp te zetten hebben The Chicago Bulls bovendien een cameraploeg ongekende toegang gegeven. De queeste naar een nieuw, felbegeerd kampioenschap, terwijl het rommelt in zowel de club als het team zelf, vormt het wild kloppende hart van deze geweldige tiendelige serie, die van daaruit uitwaaiert naar de meeslepende loopbaan van Michael ‘Air’ Jordan, de grootste basketballer aller tijden. Niet alleen het fenomeen zelf komt daarbij aan het woord, maar ook zijn moeder en broer en iedereen die verder een rol van betekenis heeft gespeeld in zijn leven.

Vanzelfsprekend ontbreken ook Jordans secondanten bij The Bulls, zijn nummer twee Scottie Pippen (die ernstig werd onderbetaald en dat als een enorm gebrek aan respect opvatte), en de controversiële verdediger Dennis Rodman (een losbol die elk moment vol-le-dig kon ontsporen) niet in deze epische serie. Filmmaker Jason Hehir spreekt verder met andere spelers, NBA-legendes, coaches, clubofficials, bobo’s en allerlei kenners, waaronder de oud-presidenten Barack Obama en Bill Clinton, en heeft daarnaast de beschikking gekregen over bijzonder enerverend, niet eerder vertoond archiefmateriaal.

Hehir alterneert soepel tussen de dramatische ontwikkelingen in het seizoen ’97/’98 en de geschiedenis en achtergronden van The Chicago Bulls, één van de succesvolste teams uit de basketbalhistorie. Hij brengt het geheel met een dramatische montage en enerverende, urgente soundtrack bovendien geregeld helemaal aan de kook. The Last Dance wordt zo tegelijkertijd een ultiem eerbetoon aan Michael Jordan, een fabuleuze speler en een ongelofelijke streber, en een fascinerend inkijkje in de nietsontziende wereld van de topsport, waar rancune de ultieme motivator lijkt en alles, werkelijk alles, moet wijken voor de overwinning. Véél opwindender zal een sportdocu niet snel worden.

America To Me

VPRO

‘Ik wil met jullie praten, omdat ik weet dat sociale rechtvaardigheid je interesseert’, zegt docent natuurkunde Aaron Podolner tegen vierdejaars-leerling Jada Buford en derdejaars Charles Donalson. De witte docent wil de twee zwarte leerlingen zijn eigen ‘racial memoir’ laten lezen. Podolner is ook benieuwd naar hun mening over hoe hij het thema ras aanpakt in de klas. Het is duidelijk dat hij daar zelf heel tevreden over is.

Charles begint eens te lachen, Jada ziet daarentegen haar kans schoon om eindelijk haar ongenoegen te uiten over Podolners continue opmerkingen en grapjes over haar haren. Alsof hij, die roomblanke leraar, iets begrijpt van een afrokapsel. Ze vindt het duidelijk ook een ongemakkelijke manier van contact leggen. Met frisse tegenzin stemmen de twee leerlingen uiteindelijk in met het verzoek van de docent om zijn stuk te lezen.

Zo proberen ze het wel, op The Oak Park And River Forest High School, een eliteschool in een buitenwijk van Chicago. Het lukt alleen nog niet altijd om op een natuurlijke manier om te gaan met multiculturaliteit, getuige de hartveroverende tiendelige documentaireserie America To Me (623 min.). Ook omdat de cijfers van de zwarte leerlingen nog steeds behoorlijk achterblijven. En dat is een bron van zorg voor alle betrokkenen. Hoe je die problematiek tackelt, daarover lopen de meningen natuurlijk uiteen.

Filmmaker Steve James brengt van dichtbij het leven op de middelbare school in beeld; van het reguliere curriculum met standaardvakken als Engels, wiskunde en geschiedenis tot het rijke leven daaromheen, dat zich afspeelt in sportcomplexen, theaters en danszalen. Gedurende een schooljaar volgt hij twaalf leerlingen, hun families en de leraren en begeleiders die ze tijdens hun schoolloopbaan tegenkomen en spreekt met hen indringend over de rol van ras in hun leven en leefomgeving. Dat levert een genuanceerd beeld op van een multiculturele gemeenschap, waarin iedereen zich bewust is van zijn eigen positie en z’n verhouding tot de ander.

Hoewel alle betrokkenen uiteindelijk van goede wil lijken, gaat de onderlinge afstemming bepaald niet altijd vanzelf. Als meester Podolner en zijn leerlingen Charles en Jada elkaar bijvoorbeeld opnieuw ontmoeten, is er direct weer spanning. Jada: ‘U kunt wel lesgeven aan zwarte leerlingen, maar u weet niet per se alles van ras.’ Volgens haar is het gedrag van Aaron Podolner in de klas gebaseerd op stereotypen. ‘U maakt er grappen over en dat maakt me echt woest.’ Charles voelt zich intussen geroepen om te nuanceren en de leerkracht in bescherming te nemen: ‘Racisme, dat is er nou eenmaal. Maar soms is het grappig.’

En dat is weer tegen het zere been van zijn medeleerling. ‘Zo geef je witte mensen de ruimte om dingen te zeggen en verandert er niks’, fulmineert Jada. ‘Er komt nooit iets positiefs uit als het gaat over ras.’ De docent zit de tirade van zijn zwarte leerling manmoedig uit. Charles is dan al vertrokken en heeft bij het weggaan demonstratief zijn koptelefoon opgezet. Moe van een (twist)gesprek, dat vast al veel vaker zal zijn gevoerd. Met en zonder docenten. Binnen en buiten de school. In een samenleving, waarin de nuance zo vaak weg lijkt.

Pre-Crime

Science fiction-schrijver Philip K. Dick (1928-1982), verantwoordelijk voor klassiekers als Blade Runner, Total Recall en A Scanner Darkly, kon het zo gek niet bedenken of het wordt vroeger of later werkelijkheid. In het korte verhaal The Minority Report, verfilmd met Tom Cruise in de hoofdrol, creëerde hij bijvoorbeeld een wereld waarin misdaden worden voorkomen doordat de potentiële daders al vóór het vergrijp in de boeien worden geslagen.

Toekomstmuziek? Niet als je het vraagt aan Matthias Heeder, de verteller van de unheimische documentaire Pre-Crime (52 min.). ‘Hollywood is nu echt werkelijkheid geworden’, mijmert hij hardop, zittend op een rotspartij bij een woelige zee. ‘Software die voorspelt waar een misdaad zal plaatsvinden. De politie die eerder ter plaatse is dan de misdadiger. Computers die lijsten maken van toekomstige moordenaars. Pre-crime noemen ze dat.’

Neem de Amerikaanse stad Chicago, waar de politie inmiddels een strategische doelenlijst heeft opgesteld. Allerlei databases zijn gekoppeld. Van arrestaties en sociale contacten tot huisuitzettingen en psychiatrische- en bijstandsdossiers. Daarna is op basis van algoritmes, waarvan natuurlijk niemand weet hoe ze precies werken en wie ze controleert, een lijst met een voorspellende werking samengesteld: van wie kan op basis van zijn contacten en activiteiten worden verondersteld dat hij in beeld komt als dader dan wel slachtoffer van geweld?

Via deze prikkelende insteek, en de bijbehorende science fiction-achtige vormgeving en muziek, buigt deze film van Heeder en Monika Hielscher zich over een inmiddels tamelijk vertrouwd maatschappelijk thema: hoe en door wie worden onze data beheerd? Zitten er bugs in dat systeem? En hoe zorgen we ervoor dat onze gegevens niet in verkeerde handen belanden en zonder onze toestemming – of dat we het überhaupt weten – worden ingezet voor commerciële dan wel ideële doeleinden?

Met datadeskundigen, privacypleiters, politieagenten, advocaten, (misdaad)journalisten, mensenrechtenactivisten en enkele gewone burgers, die ten onrechte in beeld zijn gekomen bij de politie vanwege een ongelukkige combinatie van gegevens, brengt Pre-Crime, een term die overigens ook werd gemunt door Philip K. Dick, de mogelijke gevaren in kaart van al die gekoppelde gegevensbestanden.

Op de achtergrond speelt daarbij steeds de vraag op of we op weg zijn naar de dystopie die die andere onheilsschrijver, George Orwell, al eens op huiveringwekkende wijze schetste? Of zijn we met zijn allen toch in staat om Big Brother een toontje lager te laten zingen?