
Het verhaal van Tarik Azzougarh heeft iets van een jongensboek. Hij groeit op in Tilburg in ‘The Netherlands’, in een flat, zestien verdiepingen hoog, aan de noordkant van de Brabantse stad. Een Marokkaanse-Nederlands jongetje, dat in zijn tienerjaren volledig in de ban raakt van de toonaangevende Amerikaanse hiphopgroep The Wu-Tang Clan. Onder de naam ‘Cilvaringz’ droomt hij ervan om zelf als rapper en producer deel uit te gaan maken van deze negenkoppige crew. Het lijkt simpelweg een kwestie van tijd voordat hij de deksel op zijn neus krijgt.
De superfan trekt z’n stoutste schoenen aan, vertrekt naar Staten Island in New York en geeft daar een tape af voor Wu-Tangs grote roerganger RZA. En de rest is geschiedenis – al moet de Clan daarvoor eerst nog naar Amsterdam komen, Tarik in 1997 een plek bij hen op het podium bemachtigen en ook nog meermaals hun hoofdkwartier bezoeken. Het is een aansprekende geschiedenis, verteld in de Amerikaanse documentaire The Disciple: A Wu-Tang Fable (106 min.) en vooraf ongetwijfeld talloze malen gevisualiseerd – gemanifesteerd, zo je wilt – door dat immigrantenkind uit, of all places, Tilburg-Noord.
Niet veel later in deze film van Joanna Natasegara zit de Wu-Tang Clan-fan, samen met zijn Nederlandse muziekvrienden, in de studio met z’n grote held. Die legt de lat hoog. ‘Ik wil geen stel klonen die mij gaan nadoen’, stelt RZA. ‘Daar hebben we allebei niets aan.’ De twee gaan vervolgens alsmaar inniger samenwerken. Dit culmineert uiteindelijk in het album Once Upon A Time In Shaolin. Daarvan wordt welgeteld één exemplaar gemaakt. Een uniek kunstwerk, zo is het idee, dat zal worden verkocht aan één enkele verzamelaar, die voor 88 jaar het exclusieve recht krijgt om de muziek te beluisteren.
Cilvaringz’ geesteskind, ‘het eerste geprivatiseerde muziekalbum ter wereld’, is bedoeld als een aanklacht tegen piraterij, downloaden en de bijbehorende waardedevaluatie van muziek. De kwajongenstreek groeit uit tot een wereldwijd gehypet project, met in eerste instantie louter winnaars. Totdat intern de pleuris uitbreekt en andere Wu-Tangers hem publiekelijk de mantel uit vegen. En dan wordt die unieke plaat ook nog gekocht door de meest gehate man van Amerika, Martin ‘Pharma Bro’ Shkreli, die zojuist fortuin heeft gemaakt door de prijs van cruciale kanker- en HIV-medicijnen exorbitant te verhogen.
The Disciple zelf is tegen die tijd allang naar de achtergrond verdrongen in deze met filmfragmenten, kungfu-scènes en tamelijk clichématige schaakbordzetten opgeleukte film. Natasegara behandelt de verwikkelingen rond de Shaolin-CD daarin als het echte jongensboekverhaal, ten faveure van het uitdiepen van haar hoofdpersonage Tarik Azzougarh, die slechts met grove penseelstreken wordt opgetekend. Zijn opmerkelijke muziekcarrière blijft desondanks onverminderd tot de verbeelding spreken.
