Welcome To Babel

Mayfan / AVROTROS

Vanuit zijn huidige domicilie, Bundeena in Australië, heeft de Chinese kunstenaar Jiawei Shen ruim tien jaar gewerkt aan een kunstwerk dat zijn pièce de résistance moet worden: de Toren van Babel, een episch vierluik van zo’n 130 vierkante meter, dat is geïnspireerd door zowel de Bijbel als kunstwerken van Bruegel en Tatlin. Het gigantische schilderij bestaat uit vier enorme panelen (Utopia, Internationale, Saturnus en Gulag) en beslaat zijn hele werkruimte. Het kunstwerk belicht het communisme in al z’n facetten.

In Welcome To Babel (99 min.) volgt regisseur James Bradley de ontstaansgeschiedenis van dit ambitieuze werk, waarin Jiawei Shen de geschiedenis van de ideologie van pak ‘m beet Marx, Lenin, Stalin, Mao en Deng Xiaoping probeert te vatten. Hij is zelf ook een kind van dat gedachtengoed. De kunstenaar werd in 1948 geboren in Shanghai en kreeg een communistische opvoeding. Volgens eigen zeggen groeide hij op tot een modelburger, met het beeld van de mensheid als één grote familie.

Zulke herinneringen staan op gespannen voet met de manier waarop zijn vrouw Lan Wang terugdenkt aan haar jeugd. Haar ‘rechtse’ vader werd tot vijand van het volk gebombardeerd. En zij was, zo bezien, dus een kind van de vijand. Als Lan Wang haar man begin jaren zeventig zou hebben gekend, had ze waarschijnlijk ook niets met hem te maken willen hebben. In de hoogtijdagen van Mao’s Culturele Revolutie maakte die immers het ultieme patriottische schilderij ‘Standing Guard For Our Great Motherland’.

Pas toen de Chinese regime in 1989 een demonstratie op het Plein van de Hemelse Vrede hardhandig neersloeg, besloot Jiawei, die toevallig in Australië verbleef, dat het genoeg was. Zijn echtgenote bevond zich toen nog in Beijing en slaagde er pas twee jaar later om ook ‘down under’ te komen. Daar bouwden ze samen een nieuw leven op, als gezin en als individuele kunstenaars. Jiawei Shen ontwikkelde zich in die periode tot een veelgevraagd portretschilder en begon vervolgens te dromen van zijn levenswerk.

Deze fraaie film toont dat kunstwerk in al z’n glorie. Het is beslist groter dan één enkele man. De Chinese schilder heeft er bijvoorbeeld werken van talloze communistische kunstenaars uit de twintigste eeuw en beeltenissen van toonaangevende intellectuelen van linkse snit in verwerkt. Jiawei heeft het schilderij kunnen maken omdat hij zelf niet is blootgesteld aan het lijden, meent zijn vrouw. ‘Daardoor is hij in staat om deze historische tragedie opnieuw op te roepen. Ik kan de gedachte daaraan niet verdragen.’

Intussen beschouwt Jiawei Shen, blijkens dit portret dat hem en zijn monnikenwerk recht doet, zichzelf nog steeds als een communist. Maar niet zoals dat in zijn geboorteland in de praktijk wordt gebracht – en zoals dat op zijn eigen magnum opus, in oktober 2023 aan de wereld toevertrouwd, in al z’n glorie, wreedheid en tragiek is geopenbaard.

Made In Holland – De Grote Gift

Discours Film

In het Amerikaanse plaatsje Marblehead, vlakbij Boston, hangen ze gewoon aan de muur: ‘onbetaalbare‘ meesterwerken van zeventiende eeuwse Hollandse en Vlaamse meesters. Het oudere Nederlands-Vlaamse echtpaar Eijk en Rose-Marie de Mol van Otterloo, dat fortuin heeft gemaakt met een beleggingsfirma, beschikt over de grootste privéverzameling in de wereld. ‘Een’ Rembrandt van Rijn bijvoorbeeld, ‘een’ Jacob van Ruisdael en ‘een’ Jan Steen.

Ideale hoofdpersonen dus voor documentairemaker Oeke Hoogendijk, die met films als Mijn RembrandtMarten En Oopjen: Portret Van Een Huwelijk en De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar van de liefde voor kunst van vermogende verzamelaars, en de daaromheen scharrelende handelaren, haar eigen niche heeft gemaakt. Behalve de Van Otterloos portretteert ze in Made In Holland – De Grote Gift (50 min.) nog een ander kunstminnend echtpaar: Susan en Matthew Weatherbie uit Boston. Ook dit stel heeft inmiddels een collectie van aanzienlijke waarde opgebouwd.

Via hen duikt ze in de psyche van de gefortuneerde kunstminnaar, voor wie een collectie nooit af is. Welke ‘kinderen’ wil je nog omarmen – en wie stoot je daarvoor dan af? Hoogendijk volgt Eijk en Rose-Marie van Otterloo bijvoorbeeld naar Londen waar ze bij het upper class-koppel Johnny en Sarah van Haeften ‘een’ Netscher en ‘een’ Bruegel op de kop hopen te tikken. Voor ettelijke miljoenen, dat wel. ‘Het zoet van grote kwaliteit blijft nog lang nadat het bitter van een hoge prijs is vergeten’, probeert de kunsthistoricus en adviseur Frits Duparc hen te verleiden tot aankoop.

De setting verraadt geld, oud en nieuw. En de sfeer tussen de gedistingeerde heren en dames blijft tijdens de onderhandelingen voorkomend en vriendschappelijk – al staat er veel geld en prestige op het spel. Heel aandachtig kijken ze naar de schilderijen – en wij, als kijkers, met hen – en bepalen de waarde die deze voor hen persoonlijk en volgens de markt hebben. Het blijft een intrigerend tafereel, want tegelijkertijd ligt er ook een andere prangende kwestie op tafel: waar moet de collectie heen als zij, de Van Otterloos en Weatherbies, er straks niet meer zijn?

Met die vraag brengt Hoogendijk deze boeiende, opnieuw tot in de puntjes verzorgde film naar zijn eindpunt. Het is, zoveel is duidelijk, weer onmiskenbaar ‘een’ Oeke geworden. En die zijn op hun eigen manier ook onbetaalbaar.