O Amor É Único

’De dokter zegt dat ik niet de rest van mijn leven alleen moet blijven’, zegt Dona Alva stellig. ’Ben je niet te oud voor een nieuwe liefde, mam?’ wil haar zoon weten. Maar zijn hoogbejaarde moeder wil van geen wijken weten. ‘Jij weet niets van mijn leven! Niemand weet mijn leeftijd. Alleen God.’ Volgens de ‘machovrouw’ Alva, woonachtig op een Braziliaanse heuvel, is ze pas 76. Toen ze op haar veertiende moest trouwen, heeft haar vader noodgedwongen een verkeerde leeftijd doorgegeven.

Dat is uiteindelijk geen héél gelukkig huwelijk geworden, zo wordt al snel duidelijk in O Amor É Único (50 min.), een aandoenlijke documentaire van Marina Meijer. Dona Alva’s echtgenoot Laerte is enkele maanden eerder overleden. Tijd dus voor een tweede leven, in het dorpje onderaan de heuvel en liefst ook met een nieuwe liefde. Die als het even kan net zo overrompelend is als de enige keer dat ze echt verliefd is geweest. Als elfjarig meisje viel Alva ooit als een blok voor een jongen die naar het leger vertrok. Hij kwam nooit meer terug.

Al snel weet Dona Alva het zeker: dat is hem, de nijvere klusjesman Marquinhos. Hij is alleen zeker veertig jaar jonger. Hoe gaat de oudere vrouw, die zienderogen het meisje in zichzelf herontdekt, zo’n jonge vent verleiden? Of verzoent ze zich met het gegeven dat haar beste jaren waarschijnlijk achter haar liggen? O Amor É Único (vrij vertaald: elke liefde is uniek) volgt de rijpe femme fatale bij haar terugkeer op het liefdespad. Elke scène is doordrenkt van melancholie over wat het leven was, is en had kunnen zijn, waardoor de film aanvoelt als één van de bitterzoete ballades, die Alva’s muzikale dorpsgenoot Zé bij elke feestelijke gelegenheid ten gehore brengt.

Solo, De Wet Van de Favela

VPRO

Wat zijn de gevolgen als je als filmmaker voor God speelt? En ben je dan ook verantwoordelijk voor die gevolgen? Het zijn vragen die Jos de Putter zichzelf stelt in de film Solo, Out Of A Dream (55 min.) uit 2015. Hij zoekt daarin de Braziliaanse voetballer Leonardo op, die mede door zijn toedoen in Europa is beland.

Twintig jaar eerder filmde De Putter Leonardo, toen een eerzuchtig en heetgebakerd joch van elf uit een sloppenwijk van Rio de Janeiro, voor het eerst. Samen met zijn vriendje Anselmo droomde Leo, die opgroeide zónder vader en mét een ingewikkelde moeder, van een bestaan als profvoetballer – en daarmee van een ontsnapping uit het bikkelharde leven in de favela.

De documentaire Solo, De Wet Van De Favela (52 min.) uit 1994 effende het pad voor Leonardo naar Europa. Hij groeide als voetballer op bij Feyenoord en speelde tijdens zijn turbulente carrière ook nog voor Ajax, Red Bull Salzburg en Ferencvaros. Anselmo, zo was destijds al wel duidelijk, zou veroordeeld blijven tot ballen op een plaatselijk trapveldje en overleven in de Braziliaanse ‘urban jungle’.

De vraag wie van de twee uiteindelijk het beste terecht is gekomen lijkt op voorhand eenvoudig te beantwoorden. Het leven laat zich echter niet zo gemakkelijk in simpele conclusies vervatten, zo realiseert Jos de Putterzich met de wijsheid van nu. Is Leonardo, wiens voetbalcarrière na een kortstondig verblijf bij FC Eindhoven onlangs met een nachtkaars lijkt te zijn uitgegaan, werkelijk beter geworden van zijn avonturen in het verre Europa?

Gods Of Brazil: Pele And Garrincha


Ronaldo of Messi? Wie is de allergrootste? Of toch Cruyff, Maradona of Pelé? Geen zinnig mens zal in elk geval de naam Garrincha noemen. De Braziliaanse dribbelkoning met de kromme poten is al lang en breed vergeten.

Pelé en Garrincha, de helden van deze documentaire uit 2002 van Jean -Christophe Rosé, waren ooit de sterspelers van het Braziliaanse voetbalelftal dat in twaalf jaar tijd drie keer wereldkampioen werd. In een tijd, 1958 – 1970, dat voetbal nog in zwart-wit werd gespeeld en topspelers zoals Garrincha zich nog gewoon poedelnaakt onder de douche lieten filmen.

Toen het spel in de jaren zeventig letterlijk kleur kreeg, hadden spelers inmiddels de status van superster verworven. Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha (70 min.) portretteert twee tegenpolen, waarvan de een, het aaibare supertalent van Santos, nét iets te goed en de ander, de ongepolijste volksjongen van Botafogo uit Rio de Janeiro, helemaal niet tegen die plotselinge roem bleek opgewassen.

Toen Pelé in 1970 zijn derde wereldtitel in de wacht sleepte, was zijn voormalige strijdmakker Garrincha al ten prooi gevallen aan een uiteindelijk dodelijke combinatie van drank, vrouwen en depressies. Deze film, waarin een wel erg dominante verteller een vergeten voetbaltijdperk laat herleven, doet je denken over hoe ’t huidige helden als Ronaldo of Messi zal vergaan.

Hoe lopen ze er over twintig jaar bij? Als volledig doorgestreste toptrainers, als zelfingenomen beste stuurlui aan wal of wellicht toch als overjarige parvenu’s met een levensgroot gat in de hand, de drang om alles steeds weer op het spel te zetten en/of een nooit te stillen honger of dorst?

De tijd, die Garrincha uiteindelijk inhaalde en Pelé nooit te pakken kreeg, zal het leren.